Ontdekking over 'hulpje' bij ontstaan van dodelijke ziekte; Samenhang Aids-virus en mycoplasma

ROTTERDAM, 12 mei - Het AIDS-virus wordt bij zijn dodelijke werk wellicht geholpen door een primitief micro-organisme, een mycoplasma. De viroloog Shyh-Ching Lo van het Armed Forces Institute of Pathology in Washington heeft mycoplasma's gevonden in hersenen, lever, milt en nieren van 22 van 32 onderzochte overleden AIDS-patienten.

Hij vond het micro-organisme echter ook in zes AIDS-virus-vrije patienten die door onbekende oorzaak waren overleden, een tot zes weken nadat zich bij hen verschijnselen hadden voorgedaan die wel op AIDS leken. Vier apen die Lo met mycoplasma heeft geinjecteerd, overleden allemaal binnen negen maanden. Deze resultaten staan in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science dat gisteren is verschenen.

De hypothese van Lo wordt ondersteund door de bekende Franse AIDS-deskundige prof. dr. L. Montagnier, een van de ontdekkers van het AIDS-virus. Ook Montagnier heeft bij AIDS-patienten mycoplasma's aangetroffen. Hij denkt dat de mycoplasmasoort een co-factor is voor het optreden van AIDS bij seropositieven. Het kan langer dan tien jaar duren voor een drager van het virus daadwerkelijk AIDS of AIDS-gerelateerde ziekten krijgt. Sommige mensen worden echter zeer snel ziek nadat ze besmet zijn geraakt. Waarom dat bij de ene seropositieve veel langer duurt dan bij een andere is nog onbekend, hoewel er veel onderzoek naar wordt gedaan.

Montagnier zei deze week, dat hij in samenwerking met onderzoekers van het Franse farmaceutische concern Rhone Poulenc Sante heeft gevonden dat het celdodend effect van het AIDS-virus afneemt als een antibiotica wordt toegediend dat actief is tegen mycoplasma.

Montagnier toonde met de elektronenmicroscoop gemaakte foto's van het micro-organisme: een rond bolletje met een kort dik staartje. Een mycoplasma is geen bacterie en geen virus. Ze onderscheiden zich van bacterien doordat ze geen celwand bezitten en iets groter zijn - ze worden slechts omhuld door een dun membraan. Mycoplasma's leven altijd parasitair. Ze vermenigvuldigen zich door celdeling, niet zoals virussen door het erfelijk materiaal van een patient te gebruiken.

Het vermoeden dat mycoplasma en HIV, het AIDS-virus, samenwerken in het ondermijnen van het afweersysteem en daardoor AIDS veroorzaken bestaat al langer. Maar de theorie was omstreden.

De viroloog Lo heeft vier jaar geleden al over een mogelijke co-factor van het AIDS-virus gepubliceerd. Aanvankelijk dacht hij dat het een virus was. Lo kwam er pas later achter dat het een mycoplasma is. Zijn resultaten werden aanvankelijk niet serieus genomen, ook al omdat hij het gevonden organsime niet aan andere onderzoekers ter beschikking stelde. Maar, aldus Science, op een workshop in december vorig jaar, georganiseerd door de National Institutes of Health, doorstond het werk van Lo en zijn collega's de kritiek van vooraanstaande Amerikaanse microbiologen. Die raken er nu langzaam maar zeker van overtuigd dat onderzoek naar mycoplasma's in verband met AIDS van groot belang kan zijn. De redactie van Science voorspelt nu dat de rol van mycoplasma's in AIDS een belangrijk onderwerp gaat worden.

Mycoplasma's vormen een geslacht binnen de micro-organismen, waartoe veel verschillende soorten behoren. Welke soort als co-factor van het AIDS-virus zou optreden is nog niet helemaal bekend. Mycoplasma's zijn wel bekend als de veroorzakers van een zeldzame vormen van longontsteking, acute reuma, hersenvlies-, pancreas- en keelontsteking. Sommige soorten mycoplasma's zijn ook geisoleerd in de geslachtsorganen van gezonde mannen en vrouwen. Wellicht vindt dus ook bij mycoplasma's besmetting plaats bij seksueel contact.