Lichtgewichttentjes

Bungalowtentbewoners kijken er dikwijls meewarig naar - die kleine tentjes die 's avonds laat door rugzakdragers of door fietsers zijn neergezet en waar je alleen in kruipen kunt. Kindertentjes zijn het en als het vriendelijke mensen zijn vragen ze de late gasten of ze even binnen komen schuilen voor de regen. Wat bungalowtentbewoners niet weten is dat dat 'kindertentje' bijna even duur is als hun Holiday Palace de Luxe. Sommige lichtgewichttentjes komen in de buurt van de fl.2000, -. Een lichtgewichttent is drie kilo of lichter, ieder grammetje eraf kost geld. Rugzakkampeerders, bergbeklimmers, fietsers en kanoers zijn de gebruikers, waarbij de rugzakkers en bergbeklimmers de hoogste eisen stellen. Wie een lichtgewicht tent wil kopen, heeft tegenwoordig de keus: katoen of synthetisch doek, een lengteslaper of een dwarsslaper, een boogtent of een klassieke tent met stok, een eenstokker of een tweestokkers (een of meer bogen), een enkel- of dubbeldaks tent? Hoewel de 1 kilo-tent die Nansen op zijn pooltocht in 1898 gebruikte van zijde was, wordt dat nu niet meer gebruikt. Tegenwoordig is het tentdoek van nylon, polyester of katoen. Katoen is het duurst, voor hetzelfde tentje uitgevoerd in katoen betaal je gauw fl.100-200 meer (op een prijs van fl.400-800), terwijl katoen nog zwaarder is ook. Het grote voordeel van katoen is dat het ademt: het is minder gauw benauwd en - belangrijk - de condensvorming blijft beperkt. Een katoenen tent staat altijd mooi, terwijl een nylon tent in elkaar zakt bij vocht of regen. Goedkoop, slecht gecoat nylon is bovendien erg zwak, de gaten vallen er in door UV-licht.

Polyester is ook duur. Het is een stuk sterker dan nylon en een polyester tent zakt bij vocht niet zo ellendig in elkaar. Wel is polyester (soms aangeduid met merknamen als Dacron of Terylene) ook absoluut luchtdicht en geeft veel condensvorming.

Hoe belangrijk die condensvorming is merkte ik eens op een tochtje met twee identieke tenten van verschillend materiaal. De katoenen tent was na drie dagen regen nog heel behagelijk, terwijl de bewoners van de nylon tent eigenlijk het liefst naar huis wilden, zo kliederig nat was alles van binnen geworden.

Omgekeerd hebben echte trekkers hun reserves bij katoenen tenten: een natte katoenen tent kun je niet zomaar opbreken en later in de regen weer opzetten. De kans op lekkage is dan groot. 's Ochtends is het dus wachten geblazen tot de tent droog is. Voor wie vlot weer verder wil is dat niets. Een compromis tussen katoen en synthetisch doek is er niet - Goretex doek wordt nog niet toegepast voor tenten.

Veel mensen worden onmiddellijk verliefd op een eenstokstent, zo mooi staan die er dikwijls bij. Maar eenstokkers hebben nadelen. De lijnen vragen nogal wat ruimte, vooral de hoofdscheerlijnen. Dat is niet zo prettig als je 'wild' wilt kamperen (niet op kampeerterreinen), want die ruimte is er vaak niet. Verder is de dubbeldaks eenstokker een moeilijke tent om op te zetten: de buitentent kan draaien om de binnentent, de stok moet vaak schuin staan (maar hoe schuin?) en de spanning van de hoofdscheerlijnen is nogal kritisch bij het opzetten. In de praktijk blijkt alleen de bezitter de tent goed op te zetten, de partner begint maar met koken, want 'helpen' ontaardt vaak in ruzie. Een eenstokker heeft verder als nadeel dat hij nogal kwetsbaar is - alle spanning komt op die ene, extra lange stok. Verder blijken de meeste eenstokstenten slecht tegen harde wind te kunnen: de achterkant wordt ingedrukt. Bij katoenen tenten ontstaat er dan lekkage doordat de daken elkaar raken.

De enkeldakstent is vrijwel uitgestorven - volkomen ten onrechte. Een katoenen enkeldaks is licht, sterk (het doek is dikker) en neemt weinig ruimte in. Omdat je een nat dak niet mag aanraken, is het meer iets voor de ervaren kampeerder. Let er bij aanschaf wel op dat de muurtjes hoog genoeg zijn, 25 centimeter is het minimum. Wie 'snachts in zijn slaap toch vaak het tentdoek aanraakt, kan ik aanraden het onderste deel van het dak extra te impregneren. Je ziet dan misschien wat kleurverschil, maar de echte kampeerder maalt daar niet om. De nok van de tent juist niet impregneren: het doek kan daar dan lekker ademen, en voor lekkages hoef je bovenin zelden te vrezen.

Een paar korte opmerkingen over koepeltenten. Koepeltenten zijn net als mountain bikes komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Ze zijn zeker geschikt als expeditietent in droge, koude gebieden (de windvastheid is groot), maar in ons natte, atlantische klimaat zijn het dure ondingen. Het condensprobleem is gigantisch - ik heb nog nooit een katoenen koepeltent gezien, wat toch voor de hand zou liggen.

Koepeltentjes zijn op het ogenblik een echt mode-artikel, er zit veel goedkope rommel bij. De meeste tentjes zijn moeilijk op te zetten, de bogen breken nogal eens waardoor de tent volsterkt onbruikbaar wordt, en als de tent geen luifel heeft, blijkt hij al gauw onleefbaar tijdens een regenachtig weekje. Wie een koepeltent koopt, moet echt weten wat hij doet.

Tenslotte nog wat handige tips. Gebruik een tentluier, een losse plastic lap onder de tent. Het vaste grondzeil hoeft daardoor alleen maar het vuil buiten de deur te houden en kan licht worden uitgevoerd.

Als een katoenen tent toch een paar dagen vochtig ingepakt moet blijven (op de terugreis) probeer hem dan tussentijds te drogen of maak hem helemaal doornat. Je loopt anders kans op schimmelvorming (het weer komt erin). Koop geen tent in thermo-uitvoering. In Nederland is dat echt niet nodig, zelfs in de winter niet. Al die slikranden en een tweede voordeur kosten maar gewicht. En mijn ervaring is dat de bewoners van een thermotent 'sochtends minstens een uur later opstaan, versuft als ze zijn door zuurstofgebrek.