'Ja Michael, ga nu maar weer terug naar je mandje en af'

Hij had weer ongevraagd maar goed advies voor de Britse Conservatieve Partij deze week, over de omstreden 'poll tax' dit keer. Maar Michael Hesseltine blijft ontkennen dat hij graag het partijleiderschap van Margaret Thatcher wil overnemen.

LONDEN, 12 mei - Michael Heseltine (57), of hij wil of niet, dankt zijn reputatie aan zijn drift. In januari 1986 bracht een driftbui hem ertoe abrupt zijn stukken bij elkaar te pakken, weg te lopen uit een kabinetsvergadering en er de brui aan te geven als minister. Premier Thatcher was naar verluidt sprakeloos en schorste te vroeg voor koffie met een koekje.

Argeloze cameramensen buiten registreerden beelden die sindsdien talloze malen zijn herhaald: een ziedende, maar beheerste minister van defensie stapte iets te dicht naar de lens en zei 'Ik heb ontslag genomen en ik zal daarover later een volledige verklaring afleggen.'

Daarna beende hij richting Whitehall met achterlating van een verbijsterd gezelschap voor Downingstreet 10. Heseltine's officieuze en oneerbiedige biograaf, de conservatieve parlementarier Julian Critchley, zegt dat de zogenoemde Westland-affaire zo ingewikkeld en oninteressant was dat het grote publiek en de meeste Lagerhuisleden er geen andere herinnering aan hebben overgehouden dan dat bij die gelegenheid bleek dat premier Thatcher geknoeid en gedraaid had om haar gelijk te kunnen halen. Ogenschijnlijk ging het conflict in het kabinet om de vraag of een Europees consortium (Heseltine's voorkeur) dan wel de Britse helikopterfabriek Westland, gesteund door het Amerikaanse Sikorsky (de optie van Thatcher en minister van handel en industrie Leon Brittan) in de toekomst helikopters voor het Britse leger zouden leveren. In feite, zegt Critchley, was Heseltine na drie jaar en het doorvoeren van een vergaande reorganisatie op Defensie uitgekeken en wist hij dat een interessanter post er voor hem niet inzat. De manier waarop premier Thatcher hem in de kwestie-Westland onderuit haalde, werd de lont in het kruitvat. Op een manier die enige overeenkomst vertoont met het abrupte vertrek van Nigel Lawson, bijna drie jaar later, wist hij het juiste moment te kiezen om de eer aan zichzelf te houden. Alleen omdat het Heseltine binnen de partij aan vrienden ontbrak, slaagde de premier erin de crisis te overleven.

Buiten zinnen

Die opvliegende daad, nu ruim vier jaar geleden, bezorgde Michael Heseltine beroemdheid van een soort die hij slechts kortstondig had verworven toen hij tien jaar daarvoor ook al buiten zinnen was geraakt en in het Lagerhuis de MACE, het symbool van koninklijke soevereiniteit, dreigend had opgepakt en in de richting van de oppositieleider had gezwaaid. Enkele weken voor zijn vertrek als minister van defensie had een ober in de Members' Dining Room van het Lagerhuis hem nog gevraagd wie hij eigenlijk was, nu lag de naam van Michael Heseltine op ieders lippen. Maar wat moest de werkloze minister, die van een Conservatieve Partij onder leiding van Margaret Thatcher al helemaal niets meer te verwachten had, met die nieuw verworven beroemdheid doen?

'Wilde ik ooit nog een kans maken op een post in een toekomstig kabinet, dan was er maar een koers: niet jennen, niet bouderen en niet samenzweren', zou Heseltine later aan een vriend toevertrouwen. In plaats daarvan koos hij voor een zorgvuldig uitgestippeld programma van spreekbeurten, bezoeken aan kieskringen, en optredens voor radio en televisie waardoor hij met succes het beeld wist te creeren van de onvermoeibare werker voor het welzijn van de Conservatieve Partij. Geen onvertogen woord jegens haar leidster kwam over zijn lippen, geen afvallige uitlating ontsnapte zijn mond - alleen tussen de regels door viel waar te nemen hoe Michael Heseltine bezig was onder het mom van blinde loyaliteit een alternatieve strategie voor de Britse Conservatieve Partij te formuleren. Intussen cultiveerde hij zijn betrekkingen met partijgenoten in het Lagerhuis tot hij de invloedrijkste conservatieve partijgenoot buiten het kabinet werd. Een goede graadmeter daarvoor is het jaarlijkse Conservatieve Partijcongres, waar Heseltine in 1985 voor het laatst vanaf het officiele podium de congresgangers heeft toegesproken. Nu boekt hij zelf een zaaltje in de nabijheid van het congresgebouw of hij wordt uitgenodigd door een sectie binnen de partij. De zaal is altijd te klein en alle media verdringen zich om te registreren wat hij te zeggen heeft.

Handig balancerend op de grens tussen een onafhankelijke opstelling en gebrek aan loyaliteit, kiest Heseltine zijn onderwerpen en het moment van bespreking met zorg. Is Mrs Thatcher in moeilijkheden over haar anti-Europese opstelling, zoals ten tijde van de Europese verkiezingen vorig jaar? Heseltine komt met een boek waarin hij zijn pro-Europese ideeen belijdt, die overigens oprecht zijn en van jaren her dateren. Een soortgelijk boek over de invloed van Japan staat op stapel. Belijdt Mrs Thatcher de ideologie van industriele ontwikkeling zonder staatsbemoeienis, dan komt Heseltine met een waardig pleidooi voor een blijvende dialoog tussen regering en bedrijfsleven over doelstellingen op lange termijn en lijkt hij Labour na te volgen in zijn nadruk op verbeterde opleiding en training. Deze week deed hij weer 'een beroep op de partij'.

Afgelopen donderdag publiceerde hij een alternatief van eigen maaksel voor de omstreden 'poll tax'. Dit keer lag zijn tactiek er wat al te dik bovenop, zo zeer dat een mede-parlementarier zich liet ontvallen: 'Ja Michael, we weten nu wel dat je in de race bent voor het leiderschap, ga nu maar weer terug naar je mandje en af.'

Omdat Heseltine's alternatief voor de gemeenschapsbelasting zwak is, zeiden de meeste politieke commentatoren in de Britse pers gisteren in beleefder bewoordingen hetzelfde.

De 'self made' miljonair-uitgever met brandende politieke ambitie blijft ontkennen dat hij kandidaat is voor het leiderschap van de partij, althans voor de verkiezingen van 1992. Heseltine weet maar al te goed dat zichtbaar gebrek aan loyaliteit keihard wordt afgestraft. Desondanks maakt zijn voortdurende geijsbeer voor de poort de rechter vleugel binnen de partij zo nerveus, dat die enige weken geleden de voormalige partijleider Norman Tebbit naar voren heeft geschoven als tegenkandidaat, voor het geval Heseltine bij dalende populariteit van Margaret Thatcher zijn kans schoon ziet. Daarnaast breekt er van die zijde een fluistercampagne los, telkens wanneer Heseltine optimisme kan ontlenen aan weer een nieuwe opiniepeiling die hem de gedoodverfde opvolger van Thachter na de verkiezingen van 1992 aanwijst. Heseltine is 'vulgair', hij is te opzichtig, hij kan niet eens lezen (een verwijzing naar zijn dyslexie), en zijn enige kracht is dat hij tweedehands ideeen met overtuiging kan presenteren. 'Een demagoog: Clint Eastwood in de rol van Mussolini', was een van de vriendelijker commentaren toen Heseltine weer eens een volle zaal in stormachtig applaus overeind had gekregen.

Heseltine zelf kampt vooral met het besef dat hij de belangstelling in zijn persoon als mogelijk toekomstig leider gaande moet houden van buiten de 'inner circle' van het conservatieve kabinet. Mocht Margaret Thatcher voor de volgende verkiezingen opstappen, gedwongen door haar partij omdat de economie zich niet herstelt, geroepen door Dennis die haar een afgang wil besparen, of gewoon door een van die onvoorziene omstandigheden die altijd kunnen optreden, dan zijn er binnen dat kabinet meer potentiele kandidaten. Kenneth Baker, Sir Geoffrey Howe, Douglas Hurd, gevolgd door de jongere generatie die eigenlijk bestemd is voor 1997 en later, John Major en Chris Patten. Michael Heseltine weet dat de uiteindelijke beslissing in de strijd om het nieuwe leiderschap zal afhangen van een handvol stemmen en dat diegene zal winnen, die geacht wordt de partij het minst in verdeeldheid te brengen en mede daardoor de volgende verkiezingen zal doen winnen.