GERARD NIJBOER: Geen lichaam voor topsport

Op de lagere school kreeg hij een zesje voor gymnastiek. Omdat ze nu eenmaal geen onvoldoendes gaven voor dat bijvak. Gerard Nijboer deed eigenlijk alleen voor spek en bonen mee. Hij had geen aanleg voor sport. Ook niet voor hardlopen, zo leek het. Toen hij opgejut door een vriendje aan een prestatieloopje van drie kilometer deelnam eindigde hij als voorlaatste van de veertig deelnemers. Inmiddels is hij nog altijd de succesvolste marathonloper van Nederland. Houder van het nationale record, winnaar van zilver op de Olympische Spelen in Moskou ('80) en twee jaar later Europees kampioen. Morgen loopt hij 'zijn' marathon van Amsterdam.

Door de sportieve jeugdervaringen hield hij ernstige twijfels over aan zijn lichamelijke mogelijkheden. Het doet hem dan ook deugd dat hij het ondanks al zijn beperkingen (hij is voor een marathonloper lang en zwaar) nog zover heeft gebracht. 'Dat je geen ideaal lichaam hoeft te hebben om de wereldtop te bereiken... dat vind ik juist het leuke van de sport', zei hij in april 1983. Nijboer, de middelmatige baanatleet, had een paar jaar tevoren de overstap gemaakt naar de atletiek op de weg. Op een moment dat in de Nederlandse atletiek die discipline toch nog vooral werd beschouwd als een aardige tijdspassering. 'Toen er nog niet veel snelle baanlopers voor de marathon hadden gekozen had Gerard het wel al gedaan. Precies op het goede moment', weet Jos Hermens, de 'atleten-bemiddelaar'. 'Die beslissing was het beste wat hij ooit kon doen, ook al is ie door zijn zware lichaam blessure-gevoelig.' Kort nadat hij in 1980 met zijn nationale record (2.09,01) en zilveren medaille in Moskou een belangrijke impuls gaf aan de Nederlandse wegatletiek ging het mis. Hij nam te weinig rust naar de Spelen, opende winkels, loste startschoten en concentreerde zich te weinig op de wedstrijden omdat hij dacht 'dat het niet kapot kon'. Hij kreeg last van zijn linkerknie, waardoor hij langdurig uit de roulatie was. Een gevolg van wat zo ongeveer zijn enige zwakte lijkt te zijn: hij kan geen 'nee' zeggen. Mede als een vorm van zelfbescherming vestigde hij zich in het Drentse Uffelte. 'Als ik in het westen zou wonen, wordt het voor iedereen veel makkelijker je huis zo binnen te lopen', liet hij zich na zijn Europese titel in 1982 ontvallen. 'Lopers als Gerard, Marti ten Kate en John Vermeule willen altijd iedereen een plezier doen als ze wat gevraagd wordt. Dat kan niet en daarom ben ik hun buffer om die verzoeken tegen te houden als dat nodig is', zegt Roelof Veld. Zijn loopbaan wordt op die manier van buitenaf bijgestuurd, al heeft Nijboer zelf een duidelijke lijn uitgestippeld die volgens sommigen financieel nadelig voor hem is geweest. Veld: 'Als hij in 1980 volledig voor de sport had gekozen en vaak de Grote Plas overgegaan was, had hij financieel meer uit zijn carriere kunnen halen. Maar dan was ie na vijf jaar misschien ook opgebrand geweest. Als Gerard nu stopt gaat zijn leven gewoon door. Hij heeft gekozen voor een combinatie van sport en werk als sociaal psychiatrisch verpleger.' Jos Hermens betwijfelt of Nijboer echt zoveel meer had kunnen verdienen aan zijn loopactiviteiten. 'Titels leveren niks op, hoewel het op dit moment iets beter is. Maar als je niet onder de 2.10 loopt ben je niet interessant voor het buitenland.' Een keer dook hij onder die grens, maar volgens Hermens kan hij dat niet meer herhalen. 'De 2.09 van Amsterdam is dat waarschijnlijk nooit geweest. Ik wil niets ten nadele zeggen van de atleet Gerard Nijboer, voor wie ik enorm veel respect heb, maar de parcoursmeting was toen nog lang niet zo nauwkeurig als nu. Dat geldt trouwens net zo goed voor Rotterdam in de tijd dat Lopes en zelfs Densimo hun wereldrecord liepen.' Nijboer heeft een grote voorliefde voor de marathon van Amsterdam. Er wordt niet zo snel gelopen als bijvoorbeeld in Rotterdam en voor een atleet die niet zo'n grote basissnelheid heeft is dat gunstig. Bovendien vindt hij een goede klassering belangrijker dan het mikken op een toptijd. 'De strijd, de tactiek, dat maakt de marathon interessant', is een van zijn opvattingen. Wat hem betreft mogen de omstandigheden zwaar zijn: heuvels en warm weer, daar houdt hij van. Vandaar dat hij zeker nog door wil gaan tot 1992 wanneer de Olympische Spelen in Barcelona worden gehouden en waar hij denkt dergelijke omstandigheden aan te treffen. Roelof Veld zal hem aanraden het wereldkampioenschap in Tokio (1991) te laten schieten.

Nijboer hecht aan het oordeel van zijn begeleiders en heeft zoals zoveel atleten een opmerkelijke trouw. Zo wordt hij al vanaf het begin van zijn loopbaan getraind door Arend Karenbeld, die geprezen wordt om zijn vakmanschap maar al die jaren diskreet op de achtergrond is gebleven. 'Terwijl ik weet dat bondscoach Bob Boverman en zijn voorganger Wim Verhoorn dingen van hem hebben overgenomen', aldus Veld. Karenbeld zal morgen Nijboer begeleiden in Amsterdam, als hij probeert de limiet van 2.13 voor het EK in Split te realiseren. 'Eigenlijk zou het toch niet nodig moeten zijn dat hij zich daar nog voor moet kwalificeren', vindt Veld. 'Na tien jaar weten ze in Nederland toch wel wie Gerard Nijboer is. Als hij voelt dat ie in Split niks te zoeken heeft gaat ie er echt niet naar toe. Ik heb wel eens het idee dat ze in het buitenland beter weten wie hij is dan in Nederland.'