Eredoctoraat voor Gyorgy Konrad

ANTWERPEN, 12 mei - Onder de tonen van Handels Messiah schreden ze gistermorgen dan eindelijk de trappen af van de Aula Maior van de Universiteit Antwerpen: de rectores van de universiteit met vijf erepromovendi in hun kielzog. De spanning was tevoren nog even opgevoerd: terwijl om precies elf uur de genodigden al waren binnengekomen - de hooggeleerden in toga, de voorzitter van de Senaat, de vice-premier, de burgemeester van Antwerpen en alle andere in Belgie maar denkbare hoogwaardigheidsbekleders - werden de aanwezigen, die in 'afwachting van de intrede van de majesteiten' al 'recht' waren gaan staan, verzocht nog even te gaan zitten omdat er blijkbaar een kleine vertraging was. Zou de koning dan wellicht op het allerlaatste moment wegens gewetensbezwaren ervan hebben afgezien om het eredoctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen in ontvangst te nemen? Maar gelukkig, die vrees bleek ongegrond en even later zat koning Boudewijn op een spciale stoel, iets terzijde van het voetvolk der erepromovendi, de Leuvense hoogleraar Lauweryns, de Hongaarse schrijver Konrad, de Duitse hoogleraar von Klitzing, de Franse politicus Delors, op het podium.

De Universiteit Antwerpen, die in de loop van de decennia is ontstaan door de bijeenvoeging van verschillende academische instellingen, was gisteren, zoals dat in Belgie genoemd wordt, bezig aan haar 'proefstuk': ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan reikte de universiteit voor het eerst eredoctoraten uit, maar het was alsof het wekelijks gebeurt. In plechtiger trekken kunnen hoogleraren hun gezichten nauwelijks plooien, waardiger schrijden dan zij deden is moeilijk voorstelbaar. Om de lippen van Gyorgy Konrad glijdt nu en dan een nauwelijks merkbaar lachje over zoveel ceremonieel.

De Vlaamse schrijver en hoogleraar letteren Paul De Wispelaere - een van de weinige hooggeleerden die geen toga, maar een stemmig grijs kostuum had aangetrokken - karakteriseerde de houding van Westerse collega's voor dissidente schrijvers zoals Konrad als een mengeling van 'bewondering voor hun geestelijke moed, bekommernis om hun lot en een zekere afgunst om het feit dat die schrijvers ook in maatschappelijk opzicht tenminste serieus werden genomen'. Door zijn werk was Konrad uitgegroeid 'tot het boegbeeld van de Hongaarse vrijheidsbeweging', zo zei De Wispelaere. De schrijver zelf liet de loftuitingen welwillend over zich heen gaan en zorgde met zijn grimassen voor enige hilariteit toen hem de doctorale baret met overdreven zorg op het hoofd werd gedrukt.

Ook Jacques Delors, de drijvende kracht achter het nieuwe Europa, werd gevierd: zijn intellectuele activiteiten 'liggen in de lijn van de beste traditie van de Europese universiteiten: kritisch denken dat terzelfdertijd ook creatief en geengageerd is'.

Delors had 'op een ogenblik waarop de idee en de praktijk van de Europese eenmaking verzwakten' door zijn persoonlijk optreden 'het Europese geloof nieuwe kracht ingeblazen en het politieke perspectief hertekend'. En ten slotte koning Boudewijn, die in de lofrede werd geroemd voor het feit dat hij er 'in woelige dagen met zware communautaire oprispingen' in geslaagd was 'de cohesie en de eenheid van ons land te bewaren'.

In zijn dankwoord legde de koning de nadruk op het, ondanks de welvaart, voortbestaan van de armoede. Een humane maatschappij als de Belgische mag zich niet neerleggen bij de kansarmoede die wordt ervaren als 'een inbreuk op de mensenrechten'. De strijd tegen de kansarmoede was volgens de koning van het grootste belang voor de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de rechten van de zwaksten in de samenleving. Waarop de verzamelde kansrijken zich tegoed konden doen aan een drankje bij de jarige universiteit.