'Er is de hele week niets leuks gebeurd'

ROTTERDAM, 11 mei - Met een kar vol bekertjes met medicijnen maakt ziekenverzorger Douwe op de Dijk tegen acht uur 's morgens zijn ronde over de psycho-geriatrische afdeling van verpleeghuis Bovenwegen in Zeist. De meeste van de 36 bewoners liggen nog in bed. 'Goedemorgen mevrouw De Vries, heeft u lekker geslapen? Hier zijn uw medicijnen.'

Sommigen zeggen iets, anderen geven een teken van herkenning.

Een vrouw trekt een vies gezicht. 'Vies he? Ik kan het me goed voorstellen.'

Even aanraken, even kijken hoe het gaat, dan weer verder. Ondertussen overlegt Op de Dijk met een collega die iemand aan het wassen is over, de huiduitslag die een bewoonster sinds enkele dagen heeft, of over de zondagavonddienst. Op een kamer liggen vier bewoonsters de hele dag in bed. Op de Dijk: 'We zorgen ervoor dat niemand dagen achtereen op deze kamer hoeft te werken. Dat is zo zwaar. Je krijgt geen respons.' Bij sommige bewoners staat al een boterham klaar als Op de Dijk met de medicijnen langs komt. Hij geeft ze meteen een hapje. Voortdurend vragen collega's iets of maken hem attent op een kleine verandering. Met zijn tweeen wassen ze een terminale patient: 'Mensen in zulke omstandigheden krijgen altijd prioriteit, ook al is er weinig bezetting. Dat komt vrij vaak voor.'

Werknemers in de gezondheidszorg voeren al enige tijd acties voor verhoging van het salaris en verlichting van de werkdruk. De werkdruk is de laatste jaren sterk toegenomen. Verpleegkundige Titia Kok, hoofd van de psycho-geriatrische afdeling van Bovenwegen: 'Toen ik hier vijf jaar geleden begon kon ik altijd zeven mensen inroosteren overdag. Dat lukt nu nooit meer.'

Er zijn enkele vacatures die niet vervuld kunnen worden. Met oproepkrachten en uitzendkrachten probeert men de gaten te dichten. Veelal zijn deze tijdelijke krachten niet gediplomeerd, zodat ze bepaalde handelingen niet mogen verrichten. Ook mogen ze geen leerlingen begeleiden.

Uit zijn leerlingen recruteert Bovenwegen een belangrijk deel van de ziekenverzorgenden. Het verpleeghuis werft ze in het noorden en oosten van het land, want in het westen is helemaal niet meer aan personeel te komen. Dit jaar zijn voor het eerst niet alle twaalf leerlingenplaatsen opgevuld. In vorige jaren was er altijd een wachtlijst. Steeds meer leerlingen volgen na hun diplomering een 'doorstroomopleiding' tot A-verpleegkundige (voor algemene ziekenhuizen). Vroeger bestond die mogelijkheid nauwelijks, maar ziekenhuizen bedenken ook nieuwe manieren om aan personeel te komen.

Als gevolg van het beleid mensen zo lang mogelijk thuis te verplegen, krijgen verpleegtehuizen steeds zwaardere gevallen. 'Je weet dat dit het eindstation is', zegt Op de Dijk, 'je kijkt niet op lange termijn. De voldoening in het werk zit erin dat je mensen dingen biedt die ze vragen, niet alleen lichamelijk, maar ook op geestelijk en sociaal vlak.' Door maaltijden op commerciele basis te verkopen aan bewoners van een nabijgelegen serviceflat verdient Bovenwegen wat extra. Hierdoor kon de stijging van de kosten van medicijnen worden opgevangen zonder in personeelslasten te snijden. De enkele jaren geleden ingestelde creche kost weliswaar veertigduizend gulden per jaar, maar bespaart zeker tienduizend gulden aan personeelswervingskosten, schat directeur drs. W. A. F. Kreukniet. Dankzij de creche kan men oproepkrachten gemakkelijker inzetten, zodat minder aan dure uitzendkrachten hoeft te worden besteed. Er zijn voedingsassistenten aangesteld en er is een aparte ploeg die de bedden verschoont. Ziekenverzorgers hebben hierdoor meer tijd voor hun eigenlijke taak: het verzorgen van de bewoners.

Een deel van de problemen van Bovenwegen kent men ook in Ziekenhuis Oudenrijn te Utrecht. Ook hier liggen nu meer patienten in bed dan vroeger omdat ze zolang mogelijk thuis blijven en zoveel mogelijk poliklinisch worden behandeld. De verpleging krijgt ook hier te maken met steeds meer zware gevallen. Algemeen directeur drs. H. U. Bueninck: 'Door de voortschrijdende medische techniek kun je ook behandelen waar je tien jaar geleden niets meer aan zou doen. Een negentigjarige krijgt nu een nieuwe heup. Dat is verbetering van de kwaliteit van leven, dat moet je wel doen. Maar het vergt meer werk van de verpleging.'

Het ziekenhuis krijgt bovendien te maken met steeds mondiger patienten, die meer vragen en niet alles klakkeloos accepteren.

Verpleegkundigen kunnen steeds meer, willen meer en krijgen meer eigen verantwoordelijkheid. Bueninck: 'Vroeger renden ze acht uur per dag. Daarvan herstel je vrij snel. Nu worden ze ook geestlijk zwaar belast. Dat vergt meer tijd om te herstellen. Daarin schuilt een groot deel van de gevoelde werkdruk.' In het ziekenhuis Oudenrijn krijgt de verpleegkunde meer te zeggen over de acceptatie van patienten. Aan de hand van de beschikbaarheid van personeel op een afdeling wordt bepaald hoeveel patienten van welke zwaarte men kan hebben. Hierdoor zal de werkdruk gelijkmatiger over de tijd worden verdeeld. Ondanks deze maatregelen hebben de verpleegkundigen het gevoel dat ze hun werk niet goed kunnen afmaken, aldus adjunct-directeur verpleging ad interim Cathy van Beek: 'We willen maatwerk leveren: mensen de zorg geven die ze nodig hebben. Wie voor dit vak kiest weet dat het zwaar is, maar werkt hard, en juist daarom is het fnuikend te merken dat je niet toekomt aan wat je wilt doen.' Van Beek vindt het onzin om opnieuw een onderzoek naar de werkdruk in te stellen. Staatssecretaris Simons van volksgezondheid heeft voor zo'n onderzoek een ambtelijke werkgroep ingesteld: 'Er zijn al zoveel onderzoeken gedaan. Daar komt steeds ongeveer hetzelfde uit als wat de verpleegkundigen zelf zeggen. Luister dan toch gewoon.'

Zo is volgens een gisteren gepubliceerd onderzoek door het Nationaal Ziekenhuis Instituut in het Deventer ziekenhuis de werkdruk voor verpleegkundigen de laatste twee jaar met ruim 16 procent toegenomen. Hoofdverpleegkundige Jan Schaart: 'Je merkt bijvoorbeeld dat er een hele week niets leuks is gebeurd op de afdeling. Dat realiseer je je ineens. Je hebt samen niet even een ontspannend moment gehad.'