Een partij van amateurpolitici; Het intellectueel gehalte vande VVD

Weer is de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie in rep en roer. Weer gaat het conflict niet over inhoud, maar over personen. Voorhoeve moest weg, Bolkestein heet de nieuwe man. Geen beleidswijziging, het schortte slechts aan de presentatie, sprak partijvoorzitter Ginjaar geruststellend. Want, ' de koers is goed'.

Mogen ze niet, kunnen ze niet, of willen ze niet over zaken discussieren in de VVD? Dat Bolkestein vorig jaar een coalitie tussen VVD en PvdA bepleitte op het moment dat Voorhoeve stad en land afliep met de boodschap dat ondanks de kabinetscrisis de samenwerking tussen VVD en CDA moest worden voortgezet, is in liberale kring al lang weer vergeten. Met het CDA of met de PvdA, dat is slechts ' een kwestie van electorale strategie', zegt de nieuwe leider nu. Al dat gepraat over links of rechts, Bolkestein kan er niets mee: ' Etiketten'. Maar waar staat de VVD dan? Dat de liberalen voor de handhaving van het reiskostenforfait zijn, weet heel Nederland sinds 2 mei van het vorig jaar. Maar verder? ' Van enige diepgaande inhoudelijke discussie lijkt thans nauwelijks meer sprake' klaagde oud VVD-senator Zoutendijk de week voor het vertrek van Voorhoeve in het blad Liberaal Reveil, een uitgave van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Intellectuele luiheid en intellectuele armoede zijn trefwoorden die aan de partij lijken vastgeklonken.

Twisten

Twee jaar geleden ondernam de partij een poging om dat imago te doorbreken. Na de twisten in 1986 rond partijleider Nijpels in wiens kielzog ook partijvoorzitter Kamminga en fractievoorzitter van de Eerste Kamer Zoutendijk werden meegezogen, was de partij hard toe aan rust. De beste remedie leek Het Inhoudelijk Debat. Om de discussie aan te zwengelen werd een speciale commissie onder leiding van oud-kamerlid mr. A. Geurtsen in het leven geroepen. Vlak voor de veertigste verjaardag van de VVD publiceerde zij de nota Liberaal Bestek '90, ' Een kansrijke toekomst-verantwoorde vrijheid'.

' Als ons werkstuk aanleiding geeft tot een levendige en diepgaande discussie over de aangesneden onderwerpen, acht de commissie zich rijkelijk beloond', aldus het slot van de inleiding. Interne discussie was er al voor het verschijnen van het stuk, al had dit debat nu juist geheim moeten blijven. Fractievoorzitter Voorhoeve probeerde de publikatie van Liberaal Bestek tegen te houden. Ook toen trok partijvoorzitter Ginjaar aan het langste eind. Hij wilde niet dat de verjaardag van de partij zou worden vergald met speculaties over interne ruzies rond de inhoud van het stuk.

Voorhoeve's voorgevoel werd bewaarheid: de kritiek van de buitenwacht op Liberaal Bestek was fors. In het algemeen werd het geschetste toekomstbeeld gezien als ' een ruk naar rechts' en ' een aantasting van de verzorgingsstaat'.

Voorhoeve onthield zich in het openbaar van een mening.

Op het jubileumfeest in Breda begon de VVD zelf aan het debat. Commissaris van de koningin in Groningen Vonhoff beet de spits af en zette direct hard in. Smalend haalde hij de openingszin van Liberaal Bestek aan: ' Het aanzien van de wereld verandert sneller dan ooit tevoren.'

Zijn commentaar: ' Zegt u dat wel, buurvrouw.'

Van Geurtsen en zijn Liberaal Bestek is sindsdien niet veel meer vernomen.' Aart Geurtsen c.s. werden het zoveelste slachtoffer van een partij die zijn voorlieden laat vallen uit politiek opportunisme en angst voor de media', schreef Zoutendijk enkele weken geleden in Liberaal Reveil. Geurtsen zelf reageert beleefd gekrenkt op de manier waarop Liberaal Bestek in de doofpot is gestopt: ' Ik verdiep me niet meer zo in de koers van de VVD. Dat heb ik toen geprobeerd, maar door wat er is gebeurd, is het onvermijdelijk dat ik zeg: dan zoek je het toch zelf uit. Mijn enthousiasme voor een discussie over de koers van de VVD is gering, dat kun je wel zeggen.'

Cultuur

Waarom lukt het de liberalen niet echt inhoudelijk te discussieren? Volgens politicoloog R. Koole van de Rijks Universiteit Leiden bestaat binnen de VVD daarvoor ' absoluut geen cultuur'. Slechts een klein kringetje zou erin zijn geinteresseerd. ' De liberalen hebben geen geschiedenis van intellectuele discussie. Ze willen die ook niet. Ze werken met globale liberale noties, die de een of andere keer ook nog weer tegengesteld zijn aan elkaar. Zo beroepen ze zich soms op J. Rawls, dan weer op F. A. von Hayek, die toch verschillend denken over de rol van de overheid.'

De Leidse hoogleraar bestuurskunde U. Rosenthal, een van de weinige 'VVD-professoren' aan een faculteit sociale wetenschappen, is het volledig oneens met de stelling dat de VVD geen discussiecultuur kent.

'Ik zie dat niet. Sla er maar eens een paar jaargangen Liberaal Reveil op na. Het wordt misschien wat minder hoogdravend opgeschreven dan in Socialisme en Democratie van de Wiardi Beckmanstichting. Ook zal het notenapparaat van Socialisme en Democratie dat van Liberaal Reveil zeker ver overtreffen, zoals ook de hoeveelheid hoogleraren en doctoren die in dat blad schrijven ongetwijfeld groter is dan bij ons. Maar ook van die mensen hoor ik dat men ze in de PvdA niet ziet staan. Ik heb het gevoel dat intellectuelen uberhaupt vaak de ratio van het politieke proces miskennen.' De intellectuelen in de VVD hebben met de rank and file uit de partij gemeen dat ze wat laconieker overkomen dan in de PvdA. Dat de VVD niet zoals de PvdA 85 intellectuelen optrommelt om in de Beurs van Berlage een ritueel op te voeren, vind ik niet erg. De gedrevenheid is bij de VVD wat minder groot. Er wordt op een aangename manier over zaken gediscussieerd en op een nette manier naar elkaar geluisterd. In die entourage sluit je makkelijker politieke compromissen.'

Rosenthal wil niets weten van het verwijt dat de VVD altijd verwikkeld is in ruzies over personen. ' Als ik het vergelijk met de PvdA, zie ik weinig verschil. Ik denk dat het een probleem is van alle partijen. Je ziet een zekere verschuiving in de rol van politieke partijen in de maatschappij. De PvdA is niet meer die emancipatiebeweging die de SDAP begin deze eeuw was, de liberalen hoeven zich niet meer vrij te vechten van dominante clericale invloeden. Ze zijn teruggeworpen op hun patronage-rol, ze zijn toeleveringskanaal voor politieke en niet-politieke functies.'

Dat het praten over personen bij de liberalen het meest in het oog springt, komt volgens Rosenthal doordat de VVD heel sterk een partij is van 'amateur-politici'.

'Dat heeft vergaande consequenties. Voor die mensen is de teleurstelling groter als de beroepspolitici van de partij niet doen wat zij willen. Ze krijgen dan het gevoel van: je werkt je uit de naad en er gebeurt niets. Dat geldt niet voor CDA of PvdA. Het kader van het CDA bestaat voor een groot deel uit mensen die ook elders actief zijn. Als zij vinden dat het CDA wat minder loopt kunnen ze altijd nog actief zijn in het bestuur van het katholieke ziekenhuis of het bestuur van de protestants-christelijke school.

Bij de PvdA is de afstand tussen de beroepspolitici en de amateurs minder groot dan bij de VVD. Er lopen in de PvdA nog steeds veel mensen rond die vroeger werden aangeduid met de term 'nieuwe vrijgestelden'. Terwijl het bij de VVD om de directeur marketing gaat, die echt een deel van zijn kostbare tijd vrij moet maken. Bij zo iemand is de frustratie groter als het niet goed loopt.'

Eenheid

De partijtop van de VVD hoopt weer op even rust. De Algemene Ledenvergadering, volgende week in Zwolle, moest volgens het scenario van het hoofdbestuur een bevestiging worden van de herwonnen eenheid. Maar er was niet gerekend op de assertiviteit van de afdelingen. De eerste motie van afkeuring tegen beleid van het hoofdbestuur is inmiddels onderweg naar het partijsecretariaat. Ruzies over personen houden in de VVD nu eenmaal nooit op, hoewel de partij dat altijd weer hoopt als er een paar koppen zijn gerold.

Geurtsen denkt dat de jongste wisseling van de wacht in wezen niks oplost. Volgens hem blijft de VVD worstelen met strijdende partijen die zich om een persoon hebben gegroepeerd. Hij noemt ze niet, maar duidelijk is dat Geurtsen hiermee het Nijpels-kamp tegenover het Bolkestein-kamp bedoeld.' Zolang er mensen aan de top worden gezet, die betrokken zijn geweest bij de ontwikkelingen in 1986, roep je onmiddellijk weerstand op bij een van de groeperingen. Pas als de VVD een partijleider krijgt die toen een bescheiden rol heeft gespeeld, zal de misere voorbij zijn.'

Van het inhoudelijk debat zal tot dan volgens hem niks terecht komen. 'Iedereen is nog teveel betrokken bij het overeind houden van het eigen coterietje.' Koole ziet alleen het eind van de interne twisten als er een 'charismatisch leider' komt. ' De VVD staat eigenlijk voor een dilemma. Aan de ene kant dreigt een strijd tussen personen en dat is niet goed voor de partij. Maar over de inhoud kan de VVD ook niet te diepgaand discussieren, want dan zal blijken dat er een brede waaier van opvattingen over het liberalisme bestaat. Alleen een leiderschap dat sterk aanspreekt bij de kiezers kan zowel de persoonlijke tegenstellingen overbruggen als de inhoudelijke discussie tegenhouden.' Bolkestein maakt volgens Koole ondanks de rol die hij in 1986 speelde een kans die charismatische leider te worden. ' Hij is niet alleen een intellectueel, maar ook een straatvechter. Je zou kunnen zeggen dat Bolkestein een kruising is tussen Voorhoeve en Wiegel.' ' Iedereen definieert zich op dit moment ten opzichte van het liberalisme', zegt Bolkestein. Het moet volgens hem niet onmogelijk zijn daar de vruchten van te plukken. Toch is het de VVD tot nu toe niet gelukt er munt uit te slaan, met de bekende ruzies tot gevolg. Geurtsen vreest dat de VVD wordt gestraft, omdat de partij heeft verzuimd met issues te komen die de kiezers het komende decennium zullen aanspreken. Zonder de oplossingsrichting te weten, kan Geurtsen wel een aantal onderwerpen aangeven waarover de VVD volgens hem moet discussieren. ' Hoe gaan we bij voorbeeld om met de multiraciale samenleving. De verdraagzaamheid waar de VVD over praat, dat klinkt allemaal prachtig. Maar wat betekent dat voor een iemand in een wijk waar voor zestig procent buitenlanders wonen. Het lijkt wel of we benauwd zijn om erover te praten. Dat geldt ook voor zaken als biotechnologie of kernwapens. De VVD schiet daarin tekort.'

De discussie over links, midden of rechts wil Bolkestein niet voeren. Volgens Koole verkijkt de nieuwe partijleider zich hiermee op de wens van de kiezer. ' In de ogen van de kiezer stellen de begrippen links en rechts wel degelijk iets voor. Dat kan Bolkestein leuk vinden of niet, maar de kiezer werkt er mee. Hij probeert er de gecompliceerde werkelijkheid mee te vangen. Het zijn altijd nieuwe partijen zoals bij voorbeeld de Vrouwenpartij of partijen die zich niet gemakkelijk voelen en er geen voordeel uit kunnen halen, die de indeling links en rechts afwijzen.'

Tijdgeest

Postuum werd oud VVD-fractievoorzitter Koos Rietkerk geeerd vanwege zijn vooruitziende blik. Wat in 1978 nog gewoon een bijdrage aan het debat over de regeringsverklaring heette, was in de necrologieen bij zijn overlijden in 1986 opgewaardeerd tot de ' briljante historische toespraak' over de tijdgeest. Het tweede kabinet Den Uyl was er na een slopende formatie toch niet gekomen. In plaats daarvan kwam Van Agt aan de macht met als vice-premier de VVD-er Wiegel.

Rietkerk schetste toen wat een kleine vijf jaar later bij het aantreden van het eerste kabinet-Lubbers pas echt in beleid zou worden vertaald: ' Nu begint het tij te keren. Twee ontwikkelingen springen daarbij in het oog. Veel activisme van personen en groepen tegen voortgaande collectivisering, schaalvergroting en massa-organisatie is voelbaar. Dat is te typeren als verzet tegen een kille en onpersoonlijke maatschappij. Daarnaast komt het kenterend getij waarover ik sprak gegeven de overheersing van sociaal economische vraagstukken in de politiek tot uiting in de vraag wat wij nu met onze verzorgingsstaat nu die op een kruispunt van wegen is aangeland, aan moeten.' De VVD voelde in 1978 de tijdgeest prima aan, maar wist er niet van te profiteren. Bij de eerstvolgende verkiezingen in 1981 verloor de partij twee zetels. Een jaar later boekte de VVD onder leiding van Nijpels weliswaar een monsterzege van tien zetels, maar die waren bij de daarop volgende verkiezingen al weer als sneeuw voor de zon verdwenen.

Ondertussen bleef de tijdgeest onveranderd. De Amerikaan Fukuyama had het vorig jaar dan wel over de definitieve overwinning van het liberalisme, maar in Nederland is deze volledig aan de VVD voorbij gegaan. De partij incasseerde op 21 maart haar zevende verkiezingsnederlaag. Directeur Groenveld van de Teldersstichting deed begin dit jaar in Liberaal Reveil een poging de paradox van een liberaler wordende samenleving en een verliezende VVD te verklaren. ' Als het waar is dat de kiezers van mening zijn dat de VVD goed op onze centen kan passen, dan is zo'n partij met name nodig als de economie wat slechter draait. En als het weer wat beter gaat kan de VVD als regeringspartij gemist worden, zo denken de kiezers.'

Kortom, de VVD als slecht-weer-partij of als slachtoffer van haar eigen succes. Zijn conclusie was dan ook: geen ' kwellende speurtocht naar vermeende fouten'.

Groenveld: ' Als vele kiezers blijkbaar snel vergeten wat ze aan de VVD te danken hebben is dat echter nog geen reden om het gevoel van eigenwaarde te verliezen.'

En zo gebeurde. De inhoudelijke discussie bleef uit; de VVD-top beperkte zich tot het afzetten van de fractievoorzitter. Per slot van rekening is de koers goed.