Duinbeheer

Ir. J. van der Kolff (47): ' De zeewering bestaat uit al of niet verdedigde duinregels, het strand en een gedeelte zeebodem. In principe vormen die duinregels zandketens, daarmee zijn het hoogwaterkeringen voor ons geworden. De buitenste reeks is de buitenduinregel, of zeereep. Tussen de zeereep en het strand onderscheiden we de duinvoet, de knik tussen duin en strand. In ons gebied is een deel van die duinvoet versterkt met een basaltglooiing. Dat zie je meestal niet omdat er zoveel zand tegenaan gestoven is. ' Midden vorige eeuw heeft het Rijk op het strand om de kilometer grote palen met cijfers erop geplaatst, de rijksstrandpalen. Dat is door rijkswaterstaat gedaan om voor- en achteruitgang van die kustlijn te kunnen constateren. ' Nu maken we een duidelijk onderscheid tussen kustachteruitgang en duinafslag. De vorige eeuw was dat nog niet zo. We moeten dat nu ook wettelijk zo doen, want straks komt de wet op de waterkering waarbij de zorg voor de kustlijn bij het Rijk gelegd wordt terwijl de kustbeheerders als vanouds belast blijven met het beheer van de waterkeringen, en dus te maken hebben met duinafslag. Want storm op een duinkust betekent per definitie duinafslag. Maar dat hoeft nog geen kustachteruitgang te betekenen, daar is voor nodig dat het onderzeese gedeelte van die kust achteruitgaat. Dat is een lange termijn kwestie.

Aan de hand van metingen, we hebben een peilboot, volgen we hoe de kust zich gedraagt. Elke zomer voeren we met die peilboot lodingen uit. In het voorjaar en het najaar wordt het strand opgemeten. ' De kust hier is sinds zestienhonderd zo'n anderhalve kilometer achteruitgegaan. Die achteruitgang van de zeewering heeft ertoe geleid dat in dit gebied praktisch geen duinen meer zijn. Vanaf de zeventiende eeuw werd het oppassen geblazen. De restanten van duinen die doorgebroken waren werden iedere keer weer bijelkaar geveegd en tot een dijk omgevormd. In ons archief heb ik werkomschrijvingen voor het onderhoud gevonden waarin werd gesproken over het achterover kruien of mollen van de zeewering. Dat was het schuiven met planken, een schuifbord zoals je voor een bulldozer hebt zitten, maar dan door paarden getrokken.' De zeewering achter het strand waar we nu staan is versterkt. In '86 is zand opgespoten en twee jaar later werd daarmee het duin hierachter verzwaard. Het kost een klein jaar voor het zand is ontzilt. Als je het zout er in zou laten zitten breng je dat het binnengebied in met alle gevolgen vandien voor de waterwinning. Je ziet ook die schelpen hier aan de oppervlakte, dat is het gevolg van het feit dat het zand gewonnen is in zee. In zand dat normaal aanstuift zitten natuurlijk geen schelpen.' De duinregels zijn verbreed. Dat hadden we in de vorm van een dijk kunnen doen, maar we hebben met opzet een heuvelachtig aanzien gegeven. Voor herstelwerk aan de strandhoofden wordt ieder jaar tweeduizend ton stenen aangevoerd. Het zijn Belgische stenen van driehonderd tot vijftienhonderd kilo.' Districtshoofd ing. C. W. Klippel (61): ' Omdat die een groot soortelijk gewicht hebben. Als je nou betonblokken neemt heb je kans dat je ze na een storm op het strand terugvindt. Jaren geleden zijn ze begonnen met gietasfalt ertussen te gieten. Dat houdt je stortstenen goed bijelkaar. ' Na de laatste storm was de duinafslag wel hevig hier, je had steile kantjes van een meter of drie loodrecht naar beneden. Die kanten worden met een hydraulische kraan afgeschoven zodat ze beplantbaar worden.' Opzichter C. Kalkman (44): ' Vroeger noemden ze dat afgooien. Dat ging allemaal met de hand natuurlijk, met de lange schop.' Klippel: ' Het riet dat gepoot wordt, bestaat uit opgevouwen wissen die hebben wat spanning en als ze in het zand gestoken worden gaan ze uitstaan en vormen een soortement van parapluutje, zo houden ze het aanstuivende zand tussen zich vast. Ze staan ongeveer een halve meter boven het zand, en kunnen zodoende in een vierkante meter een halve kuub zand vangen.'

Tussen 1 september en 1 maart wordt helm geplant. Dat plantje krijgt enorme slierten van wortels, en komt er zand tegenaan dan groeit hij mee naar boven. Helm heeft dat aanstuiven nodig, het wil zich boven het zand uitvechten en als dat zand niet omhoog komt verliest de helm zijn levenskracht. Die sporen tussen het helm zijn van duinkonijnen. Ze beweren dat er ook vossen zitten, maar die ben ik nog niet tegengekomen. Konijnen, da's gewoon schadelijk wild, die vreten van de jonge helm. Tussen 1 oktober en 1 april geven we vergunning voor het verdelgen van konijnen. Alleen konijnen, geen hazen of fazanten. Vroeger werd er veel met strikken gewerkt en met fretten. Mollen vangen we ook, in het voorjaar.' Kalkman: ' Als je geen riet zet is je talud aan het eind van de zomer niet beplantbaar. Het zand waait er wel langs, maar je wint niks. Bovendien krijg je van die kommen in het zand, stuifgaten. We moeten prikkeldraad spannen anders heb je niks aan je beplanting, dan loopt het publiek het kapot. We hebben eigen opsporingsambtenaren, een bekeuring kost fl.15,00. Maar we mogen niet mopperen, het aantal mensen dat over de zeereep loopt valt mee. Je hebt een paar looppaden, maar sommige mensen blijven gewoontegetrouw doorsteekjes maken, maar massa's publiek, nee.' Klippel: ' Het prikkeldraad zit aan gecreosoteerde dennepalen. Na de storm zijn die palen als een kluun op het strand terecht gekomen. Kluun? Kluwen.' Kalkman: ' De mensen hier liggen ook op hun buk, op het strang.' Klippel: ' Ik ben aan de kust geboren, en ik kom wel beroepsmatig op het strand, maar niet voor mijn vrije tijd. Als het slecht weer is, of 'savonds na zeven uur als er geen publiek is vind ik het best mooi, maar in het buitenland ga ik nooit naar het strand.'

001

    • Hans Moll
    • Het onderhoud van Nederland