Ambachtsman maakt boeken over boeken

Met enige nadruk noemt Jan de Jong (39) zichzelf uitgever. Hij voegt daar direct aan toe: 'Maar ik ben ook drukker. Het schommelt. Soms voel ik me drukker, maar op andere dagen ben ik de hele dag bezig met telefoontjes en overleg met auteurs. Dan ben ik uitgever.'

De Jong is een goedlachse vader van twee kinderen en baas van uitgeverij de Buitenkant. Zijn drukkerij/uitgeverij is gevestigd in een rustig deel van hartje Amsterdam. Het fonds van de uitgeverij, die hij samen met zijn vrouw Chang Chi Lan-Ying (36) leidt, bestaat vooral uit boeken over boeken en over wat daar in het vak bij komt kijken.

De Jong is een ambachtsman. Hij is opgeleid tot timmerman en meubelmaker ('mijn eigenlijke vak'), was werkzaam bij het antiquariaat Brinkman en studeerde in de avonduren binnenhuisarchitectuur aan de Rietveld Academie ('nooit afgemaakt'). Contact met de antiquaar Putman leidde in 1977 tot het uitgeven van een blad, Uitgelezen boeken. Jan Willem Holsbergen, docent aan de Rietveld, wilde toen hij vijfenzestig werd zijn collegestof over het grafische vak vastleggen en dat leidde spelenderwijs tot een eerste uitgave. Zo werd Jan de Jong uitgever.

De Jong: 'De behoefte aan een uitgeverij is eigenlijk ontstaan omdat we in 1980 vakliteratuur nodig hadden. Met wij bedoel ik mijn vrouw Chang Chi Lan-Ying, die zetster is, en mijzelf, ik was namelijk offsetdrukker. Van huis uit zijn we allebei geen grafici. Als liefhebbers wilden we gewoon wat meer weten over dat vak. We moesten zelf in die behoefte voorzien.' Na kennismaking met de typograaf Huib van Krimpen kwam de vertaling van Stanley Morrisons standaardwerk De grondbeginselen van de typografie tot stand. Dit werkje moet volgens De Jong iedereen die zich met het zetten van teksten bezighoudt hebben gelezen. 'Eerst was het voor ons een hobby', zegt De Jong. We deden de drukkerij, de fotozetterij en we hadden ook nog twee kinderen. We kwamen handen tekort. In het begin zocht ik nog mensen op om een uitgave te krijgen. Na vijf, zes jaar was het andersom en kwamen ze naar ons toe.' Eind 1978 werkte Lan-Ying als zetster. De Jong begon een paar jaar later, in 1980, met een drukpers die hij vanuit antiquariaat Brinkman had meegenomen. Nu runt hij, naast de uitgeverij, een goed geoutilleerde offsetdrukkerij. De Buitenkant produceert de titels die De Jong en Lan-Ying zelf maken. De uitgeverij geeft opdrachten aan diverse vormgevers, zoals Piet Schreuders, Jan Willem Stas, Huib van Krimpen.

Onlangs werd de uitgave allesbehalve plat van Charles Jongejans bekroond tot een van de best verzorgde boeken van 1989. Eergisteren presenteerde de Buitenkant haar nieuwste uitgave: Jan van Krimpen over het ontwerpen en bedenken van drukletters. Het boek van Jan van Krimpen is gezet uit de door Van Krimpen zelf ontworpen letter, de Spectrum. Het is een van de weinige boeken waarvan de Buitenkant het zetten, noodgedwongen, uitbesteedde.

Sinds de komst van een administratieve kracht kunnen De Jong en Lan-Ying zich geheel wijden aan het uitgeven en blijven projecten niet meer liggen; dat gebeurde voorheen wel, doordat ze het veel te druk hadden. 'Toch heb ik het gevoel dat het nog steeds een hobby is', zegt Lan-Ying. De uitgeverij trekt De Jong steeds meer: 'Het drukken is altijd in opdracht en hoewel het een mooi vak is, houdt het op als je goed drukwerk aflevert - het kan niet meer mooier. 'Vroeger was het ook een gebruikelijke combinatie: drukker/uitgever/boekhandelaar. Dat is bijna helemaal verdwenen. In Engeland heb je er nog een paar maar het komt steeds minder voor. Wij vinden juist die combinatie het leukst. Het vormgeven en het binden doen we niet zelf, maar als de vellen zijn gedrukt, ga ik zo ongeveer bij de binder logeren omdat ik daar dan toch bovenop wil zitten.' Dat ook het uitgeven een serieuze bezigheid is voor de Buitenkant blijkt onder meer uit het groeiend aantal uitgaven. Behalve Jan van Krimpen en Charles Jongejans bracht de Buitenkant ook de inaugurele rede van Frans A. Janssen in een bijzonder mooie uitgave. Nu staat het klassieke Typografische vormgeving van Jan Tschichold op stapel. Wat de praktische kant van de uitgeverij betreft moet de Buitenkant voor de opslag van voorraden inmiddels uitwijken naar een nieuwe ruimte. Het familiebedrijfje - met woonhuis, drukkerij, uitgeverij en magazijn onder een dak - dreigt uit zijn voegen te springen.

Uit de schaalvergroting volgt niet automatisch een uitbreiding van het gebied dat de Buitenkant bestrijkt. 'Ik wil het zelfde soort fonds blijven houden', aldus De Jong. 'Ik ben voor een specialisme. Dat doen we vooral uit interesse, maar het heeft ook weinig zin om op deze schaal algemene boeken te doen. Ik beschouw het ook niet als een beperking maar als een verruiming, want er is nog zo veel te doen op dit gebied. Daar kunnen wij ons dan op blijven concentreren.'

Het valt volgens De Jong echter niet mee om goede, nieuwe teksten te krijgen over typografie. Er is nog heel veel in te doen, maar het ontbreekt aan vaardige schrijvers met ideeen.

De Jong weet eigenlijk niet hoe zijn uitgeverij er financieel voorstaat, omdat drukkerij en uitgeverij door elkaar heen lopen. De uitgeverij is in ieder geval niet verliesgevend. 'Ik ben me er wel op aan het instellen', aldus De Jong, 'dat tussen nu en over vijf jaar de uitgeverij zichzelf kan bedruipen.'

De Buitenkant is echter geen commerciele uitgeverij en dat is ook nooit het streven geweest. Dat de Buitenkant groot in zijn kleinheid is, bewijst de gang van zaken rond het tijdschrift waar het in 1977 allemaal mee begon: 'Uitgelezen boeken heeft driehonderd abonnees. We zitten nu op het derde nummer van de vierde jaargang, hoewel we al dertien jaar bezig zijn. Je kunt dus niet zeggen dat het regelmatig verschijnt - het verschijnt, zeggen we altijd. Daarom willen we ook geen subsidie, want dan krijg je opeens van buitenaf opgelegd hoe vaak je moet uitkomen. Daar hebben we geen zin in, we subsidieren het zelf wel.'