'Als ik de knoet erover leg, wekt dat irritatie';

DEN HAAG, 12 mei - Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid is een geduldig en voorzichtig man. Terwijl premier Lubbers zolangzamerhand vindt dat werkgevers wel eens mogen aantonen werkelijk wat extra's te willen doen voor langdurig werklozen en arbeidsongeschikten, houdt De Vries het er op dat alles zijn tijd nodig heeft. De werkgevers moeten nog toegroeien naar het idee dat ook zij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, meent hij.

Eind vorig jaar maakten werkgevers met werknemers en overheid de afspraak zich te zullen inzetten voor langdurig werklozen, met name etnische minderheden en arbeidsongeschikten. Lubbers wil daar nu meer vaart achter zetten. Deze week zei hij te overwegen bedrijven te verplichten vaste percentages gedeeltelijk arbeidsongeschikten en etnische minderheden op te nemen. Alleen als bedrijven zouden toezeggen zich te zullen inspannen om moeilijk plaatsbare mensen in dienst te nemen, zou hij bereid zijn van dwang af te zien. De minister van sociale zaken ziet niets in dwang van bovenaf. 'Als ik de knoet er over leg, leidt dat alleen maar tot een hoop irritatie. Je geeft de werkgevers troeven in handen om de pijp aan Maarten te geven. Ze zullen zeggen dat met een minister die zich er steeds weer mee bemoeit niet valt te werken. Dan weet ik zeker wat er gaat gebeuren: niets.' Volgens De Vries zou een wettelijke quotumregeling, een vast percentage op te nemen moeilijk plaatsbaren, juist tot aanzienlijke vertraging leiden. 'Het is zeker 1993 voordat zo'n wet in het Staatsblad staat. Al die tijd zal iedereen roepen dat ik een flinke minister ben, maar ondertussen gebeurt er de eerst komende jaren niks.' Vooral als de langdurig werklozen ter sprake zijn, gaat De Vries zeer omzichtig met de werkgevers om. Vanaf 1990 zal hij in de nieuwe structuur voor arbeidsbemiddeling op volstrekt gelijkwaardige voet met werkgevers en werknemers overleggen over het arbeidsmarktbeleid. Op centraal niveau worden in het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA) de hoofdlijnen uitgezet. In het land voeren 28 regionale besturen (RBA's) deze lijnen uit met veel mogelijkheden voor eigen inbreng en creativiteit. Het zou in zijn ogen geen pas geven die gedeelde verantwoordelijkheid te doorkruisen door ineens van bovenaf te bepalen hoeveel langdurig werklozen en werklozen uit etnische minderheden werkgevers in dienst moeten hebben.

De Vries rekent erop dat werkgevers uit 'welbegrepen eigenbelang' geleidelijk meer betrokken zullen raken. Enerzijds zal lage werkloosheid de maatschappelijke stabiliteit - waar ondernemers zeer aan hechten - ten goede komen. Anderzijds zal de economische groei werkgevers dwingen terug te vallen op degenen die nu nog niet aan de bak komen.

Dat betekent volgens hem niet dat 'activerend arbeidsmarktbeleid' slechts franje is. 'Dat beleid is nodig om te voorkomen dat werkgevers mensen uit het buitenland gaan halen in plaats van ook het laatste deel van de Nederlandse arbeidsmarkt te benutten', aldus de minister.

Hij wijst naar de metaalsector, die lassers uit Spanje wilde halen omdat ze hier geen goed geschoold personeel konden vinden. 'Meneer Blankert van de metaalwerkgevers signaleert 3.000 vacatures in zijn sector en vindt dan dat wij wat soepeler moeten zijn met het verstrekken van werkvergunningen voor buitenlandse werknemers. Dan zeg ik: het zou heel goed zijn als meneer Blankert en zijn werkgeversorganisatie FME zich nog meer inspannen om mensen binnen het reservoir van werklozen geschikt te maken.' Het nieuwe kabinet probeert hoog te grijpen bij de bestrijding van de werkloosheid. Jaarlijks 100.000 nieuwe banen erbij plus nog eens tienduizenden boventallige arbeidsplaatsen voor banenpools, het Jeugdwerkgarantieplan en andere werkervaringsregelingen voor langdurig werklozen. Doelgroepen zijn er te over: vrouwen, minderheden, jongeren, gehandicapten, arbeidsongeschikten. Een onmogelijke taak? 'Er is een overmaat aan goede bedoelingen. Zeventig procent van het arbeidsaanbod is tot doelgroep verheven. Daardoor is het moeilijk prioriteiten te stellen. We zullen duidelijker moeten worden.'

De Vries vindt dat werklozen uit etnische minderheden de absolute voorrang verdienen. Jongeren en vrouwen komen steeds makkelijker aan het werk, maar onder minderheidsgroepen stijgt de werkloosheid.

De minister is dan ook heel tevreden dat ook de werkgevers in het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening bereid zijn geweest afspraken te maken over het aantal mensen uit etnische minderheden dat moet worden bemiddeld: 100.000 in vier jaar. 'Dat is een gigantische opgave vergeleken met het verleden.'

Vervolgens is het de vraag of het lukt die papieren doelstelling ook werkelijkheid te laten worden, geeft De Vries toe. Hij hoopt dat het via goede, concrete afspraken op regionaal niveau zal lukken.

De minister is ervan overtuigd dat een verplicht sociaal jaarverslag daarbij een heilzame werking zal hebben. In zo'n verslag moet onder meer staan hoeveel werknemers uit etnische minderheidsgroepen het bedrijf in dienst heeft. Een ander zorgenkind van de minister van Sociale Zaken is de schikbarend hoge arbeidsongeschiktheid, die in het huidige groeitempo kan oplopen tot meer dan een miljoen in het jaar 2000. Het is niet eenvoudig maatregelen te bedenken om hieraan een einde te maken, zegt De Vries. 'Verlaging van de WAO-uitkering, strengere medische controle en een hogere drempel voor toetreding tot de WAO hebben in het verleden niet geholpen. Het veranderen van de regels is op zich kennelijk niet voldoende om resultaten te boeken.'

Veel hangt volgens De Vries samen met de hele cultuur rondom de WAO. 'Vaak is het zowel voor de persoon zelf als voor het bedrijf beter de WAO in te gaan.' Over de concrete maatregelen waarop bij de Sociale Zaken wordt gestudeerd wil hij nu nog niet praten. Maar hij klinkt fermer dan over het onderwerp langdurige werkloosheid als hij zegt: 'De overheid zal straks knopen moeten doorhakken waar zowel werkgevers als werknemers in meerdere of mindere mate ongelukkig mee kunnen zijn.' Ook over de koppeling van de uitekeringen aan de lonen houdt de minister zich op de vlakte. Het waren minister Kok van financien en premier Lubbers die vorige maand de betaalbaarheid van de koppeling ter discussie stelden. Dat collega's zich op andermans vakterrein begeven moet volgens De Vries niet te vaak gebeuren. Maar hij kan zich voorstellen dat Kok als minister van financien en partijleider van de PvdA 'uit gecombineerde zorg voor de schatkist en de koppeling', zegt: 'pas op, want straks komen we in de problemen met iets wat me dierbaar is.' Toch vindt de minister eigenlijk dat de discussie verkeerd is gevoerd. 'Wat me verontrust is dat alles nu draait om de vraag of we de koppeling kunnen betalen. Ik begin aan de andere kant en denk primair: we moeten de verhouding 'mensen met werk' en 'mensen met een uitkering' verbeteren. Als dat allemaal lukt, hoeft Kok geen zorgen te hebben over de betaalbaarheid van de koppeling.' De nieuwe minister van sociale zaken heeft zich het eerste half jaar erg op de achtergrond gehouden. Met opzet, zegt hij. Gedegen als De Vries is, wilde hij zich eerst goed inwerken. En, alweer met het oog op de noodzakelijke medewerking van de sociale partners, wilde hij niet met 'allerlei wilde uitspraken' komen. Daarmee zou hij de werkgevers en werknemers maar voor het hoofd kunnen stoten.

Brinkman, de opvolger van De Vries als voorzitter van de CDA-fractie, vindt dat het kabinet langzamerhand wel eens wat meer slagvaardigheid en durf mag tonen. De Vries voelt zich niet persoonlijk aangesproken, maar erkent dat er sprake is van een zekere besluiteloosheid in het kabinet. 'Ik merk dat het budgettaire kader heel strak is. In de praktijk maakt dat het niet makkelijk om nieuw beleid te presenteren.'

Volgens De Vries speelt vooral de onzekerheid over de financiele tegenvallers het kabinet parten. 'Dat is geen voedingsbodem om te zeggen: we gaan bezuinigen om nieuw beleid mogelijk te maken.'

Voorlopig is het voor de minister 'een raadsel' hoe het kan dat het nationaal inkomen stijgt terwijl de belasting-inkomsten achterblijven. Ligt het aan de reorganisatie bij de belastingdienst? Of zijn de kosten van de belastingverlaging verkeerd geschat, zo vraagt hij zich af. 'Dat laatste zou een interessante ramingsfout zijn'.

Maar hij zwijgt over de politieke gevolgen die het zou hebben als zijn vrees bewaarheid wordt. 'Het is al heel wat dat ik deze vragen hardop stel.' Minister De Vries: 'De werkgevers moeten toegroeien naar het idee dat ook zij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben.'

(Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)

    • Annemieke Smit
    • Aukje van Roessel