VS lenen met het grootste gemak 30 miljard dollar

NEW YORK, 11 mei - De veiling van Amerikaanse staatsobligaties, een driemaandelijks terugkerend fenomeen, is gisteren succesvol beeindigd. Beleggers uit binnen- en buitenland boden drie dagen lang gretig op totaal 30,5 miljard dollar aan stukken met drie, tien en dertig jaar looptijd, zodat de Amerikaanse overheid niet werd gedwongen een veel hogere rente te bieden en de rente in de Verenigde Staten min of meer stabiel bleef.

De beleggingswereld lijkt - terecht of onterecht - tot de conclusie te zijn gekomen dat de kans op nog hogere rentestanden in de VS vrij klein is en dat de huidige rendementen aantrekkelijk zijn. Op de dertigjarige obligaties werd gisteren een rendement van 8,84 procent geplaatst. Op het tien-jaarspapier, dat woensdag geveild werd, was het rendement 8,88 procent, en op de obligaties met drie jaar looptijd was het rendement 8,74 procent.

De vorige week vrijdag bekendgemaakte werkloosheidscijfers duiden op een vertragende economie. Deze week zeiden het Witte Huis en het Congres dat zij met open vizier zullen praten over een vermindering van het overheidstekort (dat opnieuw hoger dreigt uit te vallen dan geraamd). Beide ontwikkelingen duiden op minder vraag naar geld, en dus lagere rente.

Net als in februari was de belangstelling van Japanse beleggers groot. Opnieuw werd de vrees niet bewaarheid dat buitenlandse beleggers zouden wegblijven en zodoende de Amerikaanse overheid zouden dwingen een veel hogere rente te bieden. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de Japanners, die ruwweg 30 procent van alle Amerikaanse overheidspapier kopen, alleen in extreme omstandigheden zich zullen terugtrekken uit de Amerikaanse markt.

Het rendement op Japanse staatsobligaties ligt nu nog maar anderhalf procentpunt onder Amerikaanse staatsobligaties. Japanse institutionele beleggers zouden dus in eigen land hun geld kunnen beleggen; daarop krijgen zij een iets kleiner rendement, maar daar staat tegenover dat er geen valutarisico is.

Toch blijven Japanse beleggers in de VS geloven. Volgens marktexperts is daarvoor een aantal redenen. De beleggers spreiden op die manier hun risico over verschillende landen. Verder is de kans groot dat de rente in de VS zijn piek heeft bereikt, zodat de marktwaarde van reeds uitgegeven obligaties stijgt. In Japan is de renterichting onzeker. De dollar is sterk, wat beleggen in dollars aantrekkelijk maakt. (Die koers kan omslaan, maar, zoals een handelaar zei: 'Handelaren volgen liever de markt dan dat ze hun eigen gang gaan.') Japanse instituten kunnen niet al hun geld in eigen land beleggen omdat ze te veel geld hebben te beleggen; ze zouden de prijzen voor alle soorten Japanse beleggingen in elkaar doen storten. En ten slotte: Japanse verzekeraars zijn bij wet verplicht hun uitkeringen te betalen uit rente-inkomsten, ze mogen geen dividenden of koerswinsten aanspreken, en dat dwingt hen om in vastrentende waarden te beleggen - en buiten Japan zijn de Amerikaanse markten de grootste.

En er is nog een factor. Als Japanse beleggers hun geld niet in maar buiten de VS zouden beleggen zou de koers van de dollar dalen en daarmee de waarde van hun investeringen hier. Dan zou Mitsubishi Estate Co. gedwongen worden Rockefeller Center in de boeken lager te waarderen en zou Nissan met zijn autofabriek in Tennessee hetzelfde moeten doen. Zoals Francis M. Bator, econoom op Harvard, onlangs schreef in het tijdschrift Foreign Affairs: 'Zolang zij (de buitenlanders) meer aan ons verkopen dan kopen, zijn ze gedwongen ons hun overschot aan dollars terug te lenen.' De afhankelijkheid van buitenlandse geldschieters wordt dit jaar in Washington extra acuut gevoeld, omdat het financieringstekort dit jaar groter lijkt te worden in plaats van kleiner. De liquidatie van een groot aantal spaarbanken, die de Amerikaanse overheid op zich heeft genomen, en de afnemende belastingontvangsten (door een vertragende economie) zullen dit jaar leiden tot een tekort van misschien wel 200 miljard dollar, tegen ongeveer 120 miljard vorig jaar, zo zijn de somberste schattingen.

Volgens Stone en McCarthy, een bureau in Princeton (New Jersey) dat de obligatiemarkt onderzoekt, zal de Amerikaanse overheid in het lopende tweede kwartaal 30 miljard dollar meer lenen dan in dezelfde periode vorig jaar. Waarom leidt dat niet tot hogere rentestanden? Omdat het leeuwedeel van dat geld wordt geleend in papier met een looptijd van maximaal een jaar. Voor dat papier is altijd een markt omdat het de favoriete methode is voor andere landen om hun dollartegoeden te 'parkeren'. Er lijken zich fundamentele veranderingen in de Amerikaanse leencultuur te voltrekken. Zelfs de ongeneeslijke zwartkijker Henry Kaufman beaamt dat die cultuur aan het veranderen is: leningen door bedrijven waren 9 miljard dollar in januari, tegen gemiddeld 20 miljard per maand in 1989, schat hij.

Daardoor is meer geld over voor de financiering van het overheidstekort, zodat de zorgen minder acuut zijn. Die stemming zou natuurlijk kunnen omslaan als president Bush en het Congres er niet in slagen hun uitgaven te verminderen, of als de economie onverhoopt in een recessie belandt. Maar op dit moment overheerst het gevoel dat het Reagan-experiment wel eens goed zou kunnen aflopen.