Vertraging voor plannen Ritzen

ROTTERDAM, 11 mei - Minister Ritzen (onderwijs) moet de wijzigingen die hij wil aanbrengen in het voorstel voor de Wet op het hoger onderwijs alsnog voorleggen aan de Raad van State. Dat heeft de vaste commissie voor onderwijs van de Tweede Kamer gisteren besloten op verzoek van VVD, D66 en CDA. De fracties vinden de nota van wijziging die Ritzen half april bij de Tweede Kamer indiende te ingrijpend om die zonder nader advies van de Raad van State te behandelen. De VVD wil onder meer weten wat de Raad ervan vindt dat Ritzen de mogelijkheid uit handen wil geven om studierichtingen met een geringe studentenbelangstelling te handhaven. Bij het CDA bestaat de vrees dat de voorgestelde bevoordeling van allochtone studenten in strijd is met de vrijheid van onderwijs. Ritzen wil studenten uit minderheidsgroepen een grotere kans op inloting geven bij studies met een studentenstop.

Volgens zijn woordvoerder 'beraadt de minister zich over de beslissing van de commissie'. Ritzen had eerder juist besloten een aantal onderwerpen uit de nota te houden om te voorkomen dat hij die nog aan de Raad van State zou moeten voorleggen. Hij vreesde dat invoering van de wet op 1 september 1991 daardoor onmogelijk zou worden.

Volgens commissievoorzitter Van Leijenhorst kan Ritzen op vrij korte termijn advies van de Raad van State krijgen. 'Dan kan er nog voor het zomerreces met de echte behandeling worden begonnen', aldus Van Leijenhorst. Volgens hem is Ritzen kennelijk al een campagne begonnen om de commissie op andere gedachten te brengen. 'Ik heb er al verscheidene telefoontjes over gehad van mensen 'uit het veld'. Maar je moet toch aannemen dat de commissie bewust en zorgvuldig dit besluit heeft genomen en daar dus niet lichtvaardig op terug zal komen.'