Syrie verzet zich tegen Iraakse top

ROTTERDAM, 11 mei - Al maanden leefde het idee van een Arabische topconferentie over de sterk groeiende emigratie van Sovjet-joden naar Israel, een zaak die in de Arabische landen als een zeer ernstige bedreiging wordt gezien. PLO-leider Yasser Arafat was de instigator en de onvermoeibare protagonist van een Arabische top. De toestroom van Sovjet-joden naar Israel - meer dan 10.000 alleen al in april - terwijl gelijktijdig het politieke klimaat in Oost-Europa zich ten gunste van Israel wijzigt, is voor de PLO een gevaarlijke versterking van Israels onderhandelingspositie in het Midden-Oosten. Dat Likud-premier Shamir zich lijkt op te maken om een religieus-nationalistische regering te vormen maakt de zaak slechts erger.

De Arabische reacties waren in eerste instantie lauw. Een topconferentie van de Arabische Samenwerkingsraad, die Jordanie, Irak, Egypte en Noord-Jemen verenigt, kwam ondanks pogingen daartoe van de Jordaanse koning Hussein bijvoorbeeld niet tot een desbetreffende aanbeveling. Maar de gebeurtenissen kwamen enkele weken geleden in een stroomversnelling toen de Iraakse leider Saddam Hussein Arafats campagne overnam, Bagdad als plaats van samenkomst aanbood en een tweede onderwerp op de agenda schreef: de Westerse ('imperialistisch-zionistische') campagne tegen Irak. Een en ander werd door Bagdad gebracht als iets waarover ook geen twijfel meer mogelijk was, geen voorstel, maar een fait accompli.

Sinds het staakt-het-vuren in de Golfoorlog, dat in feite neerkwam op een overwinning van Irak op Iran, werpt Saddam, die tegenwoordig 'eerst als Arabier en dan als Irakees' spreekt, zich steeds nadrukkelijker op als de voorvechter van de Arabische natie. Voortdurend hamerend op het belang van Arabische eenheid tegen de wereld spreken de Iraakse leiders en staatsmedia alleen nog maar van Iraks activiteit ten bate van de Arabieren. Daarbij wijst men op het 'militaire en economische potentieel' waarover de Arabische natie nu beschikt - een verwijzing naar de sterk groeiende Iraakse bewapening met als centraal punt de geavanceerde chemische wapens waarvan Saddam op 2 april het bezit onthulde. Wat Irak met de top wilde was duidelijk: het was een door God gegeven kans om zijn streven naar regionaal leiderschap te onderstrepen en tegelijk het Westen te tonen hoezeer de Arabische landen achter Bagdad staan nu dat wordt geconfronteerd met de ene beschuldiging na de andere van smokkel van Westerse wapenonderdelen, en met de, zij het nog verre, dreiging van Westerse tegenmaatregelen. Eerst waren er de door de Britse douane onderschepte nucleaire ontstekingsmechanismen, die een bevestiging vormden van het vermoeden dat Irak een atoombom bouwt. Vervolgens kwamen de stalen buizen die bestemd bleken voor een Iraaks superkanon, temidden van enkele andere minder opzienbarende pogingen tot wapensmokkel.

Niet alle Arabische landen staan echter zo pal achter Irak als Bagdad wil doen voorkomen: bijvoorbeeld Saoedi-Arabie en Egypte zijn ook gegadigden voor een leidende rol in de Arabische wereld, terwijl ze lang niet enthousiast zijn over Iraks toenemende militaire kracht, Riad nog minder dan Kairo. Waar deze landen zich echter uiteindelijk achter de Bagdadse top schaarden - hoewel nog moet worden afgewacht of zij zullen toestaan dat de agenda geheel volgens de Iraakse wensen zal worden opgesteld - weigert Syrie vooralsnog op 28 mei naar Bagdad te komen.

Saddam en president Hafez al-Assad van Syrie, die concurrerende vleugels van de pan-Arabische Ba'athpartij leiden, staan van oudsher op zeer slechte voet met elkaar. Dat leidde onder andere tot de Syrische steun aan Iran in de Golfoorlog, die Irak heeft geprobeerd af te straffen met militaire hulp aan Syries tegenstanders in Libanon, het strijdtoneel van de Arabische wereld. Ondanks bemiddelingspogingen van Egypte en Saoedi-Arabie, die een top van openlijke Arabische verdeeldheid zien aankomen als Syrie echt weigert mee te doen, heeft Assad zijn positie tot dusverre niet gewijzigd. 'Wij in Syrie zijn voor een top die alle elementen in zich heeft van succes, en niet een valse top die de twisten verdiept', meldde gisteren nog het partijorgaan Al-Ba'ath. 'De Arabieren moeten hun politieke en militaire hulpbronnen verenigen (..) niet dit of dat regime naar boven stoten of proberen zijn grillen te bevredigen.'

De Syrische minister van buitenlandse zaken sprak eerder deze week van 'enge persoonlijke belangen' van 'de hoofdstad die de top wil houden'. Misschien speculeert Assad dat een standpunt tegen het huidige Irak goed zal vallen in het Westen, waarvan hij de economische steun hard nodig heeft. Het is ook heel goed mogelijk dat de andere Arabische landen hem uiteindelijk nog naar Bagdad kunnen lokken. In beide gevallen blijft Arabische eenheid een ver visioen: Syrie, maar ook Irak heeft overduidelijk gemaakt dat van onderlinge verzoening geen sprake kan zijn.