Regering verkiest stille diplomatie bij Indonesie

DEN HAAG, 11 mei - De regering houdt vast aan 'stille diplomatie' bij het opkomen voor mensenrechten in Indonesie. Waar en wanneer dat zinvol is zal Nederland opnieuw een humanitair appel doen om executie van reeds lang ter dood veroordeelde gevangenen te voorkomen.

Dat zei minister Van den Broek gisteravond in een debat in de Tweede Kamer. De meeste fracties vielen over het feit dat de regering de indruk had gewekt over het nakomen van mensenrechten in Indonesie met twee tongen te spreken. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en premier Lubbers wilden verder gaan met acties, waaronder een voorstel voor politiek asiel voor de laatste zes ter dood veroordeelden, dan minister Van den Broek. De uitlatingen van premier Lubbers op 9 maart om alsnog te overwegen politiek asiel te verlenen terwijl minister Van den Broek op 22 februari aan de Kamer had geschreven daar geen mogelijkheid voor te zien, noemde de minister van buitenlandse zaken 'betreurenswaardig'. Met Pronk is vrijdag in de marge van het kabinetsberaad duidelijk de afspraak gemaakt dat het primaat van het mensenrechtenbeleid bij de minister van buitenlandse zaken ligt. De relatie tussen mensenrechten en ontwikkelingshulp kan ten alle tijden met hem worden besproken.

Nieuwe diplomatieke stappen van Nederland en andere landen, die minister Pronk tijdens zijn reis in Indonesie aankondigde, worden op dit moment niet overwogen. Dat Van den Broek tijdens die reis vanuit Dublin liet weten dat een teveel aan publiciteit de zaak van de ter dood veroordeelden niet diende, had geen betrekking op het optreden van minister Pronk maar op de vele publiciteit die het bezoek genereerde, aldus Van den Broek. Hoewel Indonesie geen gevolg gaf aan een eerdere eis van de Kamer om toezeggingen te doen op het terrein van mensenrechten, stemde de Kamer nu in met het verlenen van een extra hulpbedrag aan Indonesie van 27 miljoen gulden.