Nieuwe aantijging misbruik voorkennis

ROTTERDAM, 11 mei - Sinds aandelenhandel met voorkennis begin vorig jaar strafbaar is geworden, kan iedereen voor opschudding zorgen door bestuurders van een onderneming te beschuldingen van misbruik van voorkennis.

Dat gebeurt dan ook om de haverklap. Eerst was Ahold het slachtoffer. Nu is Philips in de beklaagdenbank gezet door Sobi-voorzitter drs. P. Lakeman. Die verklaarde gisteren in Vara's Achter het Nieuws met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te weten dat er in Philips-aandelen gehandeld is met voorkennis over de 23 april intern en 3 mei extern bekend geworden kwartaalcijfers. Bewijs: de groter dan normale omzet in Philips-aandelen op 3 mei.

Hoewel Lakeman nadrukkelijk vermeed het Philips-bestuur met naam te noemen, laat iedere klacht over voorwetenschap in een fonds een smet op de bestuurders van de betreffende onderneming achter.

Die smet is moeilijk weg te werken. De (ex-)bestuurders van Datex smaakten onlangs - lang nadat ze door het beursbestuur (De Vereniging voor de Effectenhandel) waren veroordeeld wegens overtreding van de modelcode -zijdelings via een niet door henzelf gezochte rechterlijke uitspraak de genoegdoening dat het beursbestuur in het ongelijk werd gesteld.

Ahold maakte zelf vorige maand de uitkomst bekend van een door de beurs uitgevoerd onderzoek dat de onderneming vrij pleitte.

Niet bekend

De autoriteiten tonen die schroom omdat alleen de aankondiging dat een onderzoek wordt uitgevoerd al ernstige repercussies kan hebben voor het vertrouwen van beleggers in de betreffende onderneming. Maar ook speelt de wet persoonsregistratie die de privacy beschermt een rol.

Bij handel met voorkennis spelen twee regels: De Modelcode van de Effectenbeurs en het Wetboek van Strafrecht.

De Modelcode geldt alleen voor mensen die deze hebben getekend. Dat zijn die mensen in een beursgenoteerde onderneming die uit hoofde van hun functie over koersgevoelige informatie beschikken en de leden van de effectenbeurs (de handelaren). Over hen heeft de beurs immers iets te zeggen. De Wet geldt, zoals iedere wet, voor iedereen.

De wet verbiedt handel met voorwetenschap. Voorwetenschap is bekendheid met een bijzonderheid omtrent de rechtspersoon of vennootschap waarop de effectenbedrekking hebben of omtrent de handel in effecten: a. waarvan degene die de bijzonderheid kent, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet openbaar is en dat zij niet zonder schending van een geheim buiten de kring van de geheimhoudingsplichtigen kan komen of is gekomen; en b. waarvan openbaarmaking, naar redelijkerwijs te verwachten is, invloed zal hebben op de koers van de effecten.

De strafmaat is maximaal twee jaar gevangenisstraf en geldboete. De Modelcode verbiedt niet alleen handel met voorkennis maar schrijft ook dwingend voor dat de betrokkenen in bepaalde perioden niet mogen handelen in aandelen van de eigen onderneming - ongeacht of ze over voorkennis beschikken of niet.

Volgens de Modelcode mag niet worden gehandeld vanaf twee maanden voor het uitbrengen van het jaarbericht, 21 dagen voor het halfjaar- of kwartaalbericht en een maand voor uitbrengen van een prospectus voor een aandelenemissie. Bovendien mogen betrokkenen nooit binnen zes maanden een tegengestelde transactie verrichten.

De Vereniging zelf controleert de naleving van de modelcode. Mocht zij bij haar onderzoek stuiten op belastende feiten dan kunnen - in het kader van de code - sancties worden genomen of er kan aanleiding zijn om aangifte van overtreding van de Wet te doen bij de officier van justitie.

De officier van justitie kan de Economische Controle Dienst (ECD) inschakelen om een onderzoek te doen. Die rapporteert zijn bevindingen aan de officier, waarop deze kan besluiten al dan niet tot vervolging over te gaan. Zelfs wanneer er belastbare feiten door de ECD zijn gevonden kan de officier besluiten niet te vervolgen omdat bijvoorbeeld de betrokkenen al genoeg zijn gestraft of omdat het verzamelen van voldoende bewijsmateriaal te moeilijk wordt geacht.

Wanneer de nieuwe Wet Toezicht Effectenverkeer volgend jaar wordt aangenomen wordt de toezichthouder op de beurzen, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, een meer actieve partij in het geheel. Die kan dan de ECD vragen een onderzoek in te stellen. Nu kan de Stichting slechts in tweede instantie reageren. Zij kan de Vereniging op de vingers tikken, indien die naar haar inzicht onvoldoende actie heeft ondernomen en haar gelasten alsnog een onderzoek te doen.

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat het systeem niet optimaal functioneert. Maar zelfs in Londen, waar men tien jaar ervaring heeft met deze kwestie, zijn er nog veel klachten over de doelmatigheid van het onderzoek naar handel met voorkennis, aldus een toezichthouder. Alleen in de Verenigde Staten zijn deze zaken - zie de affaire Boesky en Milken - doeltreffend geregeld.