Mensenrechten terug bij Van den Broek

DEN HAAG, 11 mei - Het telefoontje kwam die dag van vice-premier Kok. Voor de Partij van de Arbeid was het van groot belang om zich meer te profileren. Het mensenrechtenbeleid was in het verleden te lauw geweest. Nu in Indonesie opnieuw vier ter dood veroordeelden waren geexecuteerd moest er onmiddellijk actie volgen. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) ging graag akkoord. Ondertekening voor een extra hulpbedrag van 27 miljoen gulden werd 17 februari enkele dagen opgehouden. Daarna uitgesteld tot het bezoek van de minister in april.

De Tweede Kamer vroeg om concrete toezeggingen van Indonesie voordat Nederland zou tekenen. Tot twee keer toe omarmde premier Lubbers een voorstel van het PvdA-Kamerlid Van Gijzel om te onderzoeken of de laatste zes ter dood veroordeelden voor een couppoging in 1965 in Nederland politiek asiel zouden kunnen krijgen. Minister Van den Broek wees dat idee meteen volstrekt van de hand.

Aangekomen op het vliegveld Soekarno-Hatta kondigde minister Pronk meteen aan het verdrag voor extra hulp te tekenen. Voor de gastheren, die een crisis-comiteetje hadden ingesteld na de Nederlandse actie, was het vuiltje van de lucht. Mocht Nederland al overwogen hebben om Indonesie met sancties te treffen dan was dat uitermate ineffectief voor die groepen in de samenleving die Nederland juist wilde helpen, zei minister Ali Alatass de volgende dag na een gesprek met minister Pronk. Dat beleid was toch gericht op steun voor de allerarmsten? Hulp onder politieke voorwaarden zou Indonesie altijd afwijzen.

Na twee dagen liet Pronk weten dat hij de indruk had gekregen dat mede door het optreden van Nederland nieuwe executies niet waren voltrokken. In Dublin las minister Van den Broek die uitlatingen en oordeelde dat de zaak van de ter dood veroordeelden door al die publiciteit niet werd gediend. Niet het optreden van zijn collega Pronk maar al die stukken in de kranten en interviews op de radio verontrustten hem.

Minister Pronk op zijn beurt kondigde nog nieuwe diplomatieke stappen aan. Maar na de boodschap uit Dublin werd het aanmerkelijk stiller en gisteravond in de Tweede Kamer na overleg in het kabinet nam Van den Broek het oude voortouw. Het mensenrechtenbeleid berust bij hem. Van een wijziging van beleid is geen sprake. Wel bestaat er een relatie tussen mensenrechten en ontwikkelingshulp.

Nederland treft alleen maatregelen als in landen grove en systematische schendingen voorkomen. In Indonesie is dat volgens minister Van den Broek niet het geval. Later dit jaar wil hij de Kamer over de situatie met betrekking tot mensenrechten in Indonesie wel opnieuw een notitie sturen. In het geval van de executies gaat het louter om een humanitair appel. Dat zal worden herhaald als dat opportuun is.

Uit hetzelfde debat bleek dat geen enkele mensenrechtenorganisatie waarmee minister Pronk in Indonesie gesprekken had gevoerd de executies had opgebracht. Het is bekend dat verschillende vertegenwoordigers van die groepen juist aandacht vragen voor schendingen als het optreden van het Indonesische leger in Oost-Timor, het lot van de Papoea's op Irian-Jaya, het ontnemen van landrechten, gedwongen emigratie. Richt Nederland, zo vragen zij, zich niet teveel op slechts een aspect van humaniteit? Voor zijn vertrek naar Jakarta betoogde minister Pronk gloedvol in Ede voor een gehoor van partijgenoten dat elites in de derde wereld wel degelijk verantwoording mag worden gevraagd voor het naleven van mensenrechten. Dat moet volgens Pronk wel gebeuren met respect voor de cultuur en de historie van een land. Met die intentie vertrok hij naar Indonesie. Maar gisteravond bleef de vraag hoe die elites op een nieuwe, geprofileerde en effectieve manier aan te spreken als de minister van buitenlandse zaken zijn collega in Indonesie te zelfder tijd telefonisch verzekert dat er van beleidswijziging geen sprake is en dat in de Tweede Kamer gezeten naast Pronk nog eens herhaalt.