kritiek op Nederland

Het IMF heeft periodiek meer geld nodig om als institutie de groei van de wereldeconomie te kunnen bijhouden. Bovendien neemt het aantal landen dat een beroep op het Fonds doet, eerder toe dan af. Naast de ontwikkelingslanden met hun chronische schuldenproblemen staan nu ook de landen in Oost-Europa in de rij voor het loket van het IMF. Dank zij de extra middelen is de komende tijd voldoende geld beschikbaar om deze landen te helpen.

OP HET EERSTE gezicht is een zogenoemde quotaverhoging een puur technische kwestie. Maar achter de facade van IMF-jargon ging op de halfjaarlijkse IMF-bijeenkomst in Washington een duidelijk politieke krachtmeting schuil. Niet Europa, Japan of de Derde wereld, maar de Verenigde Staten bepaalden daarbij de grenzen van wat haalbaar was. Andere landen gingen daarmee met grote tegenzin akkoord.

De VS hebben doorgedrukt dat het IMF hardere sancties zal nemen tegen wanbetalers. Onder de huidige directeur, Michel Camdessus, zou het IMF een te grote soepelheid betrachten bij het invorderen van achterstallige betalingen van lidstaten aan het Fonds. Het uitblijven van die betalingen ondermijnt het wezen van het IMF. Het IMF is een monetaire instelling die werkt met de financielereserves van de lidstaten, het is geen ontwikkelingsbank. In de toekomst zal het IMF een land dat niet aan zijnbetalingsverplichtingen voldoet, kunnen schorsen als lid. Dat is te billijken, maar het probleem van de betalingsachterstanden heeft ook een andere kant. Het IMF moet zich afvragen of het eigenlijk wel een functie heeft in straatarme landen als Somalie, Soedan of Vietnam. Dergelijke landen hebben ontwikkelingshulp nodig en daarvoor is het IMF niet opgericht.

VOOR NEDERLAND had de bijeenkomst een pijnlijk neveneffect. In het omvattende pakket dat de quotaverhoging mogelijk maakte, was ook een herschikking van de rangorde in het IMF opgenomen. Frankrijk en het achterop geraakte Groot-Brittannie sloten hierover een akkoord dat tevens afspraken bevatte over de vestigingsplaats en de president van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa. Voor die laatste functie had Nederland ex-minister Ruding kandidaat gesteld.

Cynisch genoeg verloor Ruding, die zich in zijn vorige functie onvermoeibaar had ingezet voor een quotaverhoging van het IMF, nu zijn laatste kans op benoeming bij de bank voor Oost-Europa. Geen enkele Europese regeringsleider zal overwegen om ten behoeve van Ruding alsnog het moeizaam bereikte akkkoord van de quotaverhoging en de rangorde in het IMF onderuit te halen.

HET BELEID VAN Ruding als minister van financien kwam indirect ook ter sprake door de kritische kanttekeningen die het IMF heeft geplaatst bij het Nederlandse begrotingsbeleid. In het jaarlijkse examen waaraan het IMF zijn lidstaten onderwerpt, werd Nederland verweten dat het financieringstekort nog altijd te groot is en dat het te traag wordt verminderd. Nederland talmt, waar het haast moet maken. Hoewel dergelijke kritiek een waarschuwing inhoudt voor het kabinet Lubbers/Kok, is het evenzeer een oordeel over de daaraan voorafgaande twee kabinetten Lubbers, waarin Ruding tekende voor financien. Ook het Monetaire Comite van de Europese Gemeenschap had onlangs ernstige kritiek op de budgettaire discipline in de periode 1986-1989. Het tweede kabinet Lubbers liet de uitgaven 7 procent harder stijgen dan het zich had voorgenomen.

Ondanks acht jaar Haags bezuinigingsbeleid groeit in Nederland de staatsschuld als percentage van het nationale inkomen nog steeds. Wel is de stijging aanzienlijk minder dan enkele jaren geleden. Het kabinet stelt zich ten doel deze stijging in 1994 om te zetten in een daling. Het Monetaire Comite van de Europese Gemeenschap noemt deze doelstelling 'niet erg ambitieus'.

Met reden, want de hoge staatsschuld maakt de staatsfinancien kwetsbaar voor een stijgende rente. Kok is daarmee al geconfronteerd. Daarbij levert ook 'de koppeling' van ambtenarensalarissen en uitkeringen aan de ontwikkeling van de lonen risico's op. Dat de koppeling beleidsmatig is en niet volautomatisch, maakt de zaak er politiek niet eenvoudiger op.

HET IMF raadt de landen in Oost-Europa een schoktherapie aan voor hun economische hervormingen. Nederland is geen land van schokbehandelingen maar van door belangengroepen bevorderde geleidelijkheid. Daarvoor moet een prijs worden betaald. Terwijl het economische integratieproces in Europa versnelt, blijft ons land met de sanering van de overheidsfinancien nog altijd achterlopen.