Kleuterverzet

Van mensen die omstreeks 1943 zijn geboren en in deze meidagen met de scherpste herinneringen aan de oorlog komen aanzetten, wordt wel gezegd dat ze nog in het kleuterverzet hebben gezeten. Ik breng het alleen te berde om te bewijzen dat ook in dit stukje niet aan de herdenkingen voorbij wordt gegaan. Met kleuters en bejaarden - twee woorden met een licht discriminerende nuance - worden mensen bedoeld die altijd op z'n minst met een been in het voornamelijk vruchteloos verzet staan.

Ik geloofde, een kleine verzetsheld te hebben gevonden, een zekere William van wie ik de herkomst niet kende maar die me van mijn veertiende was bijgebleven omdat ik toen hoorde dat hij bij wijze van verrassing voor zijn vader en moeder alle appels en peren van de fruitschaal had aangebeten. Voor nadere bijzonderheden verwijs ik naar de Kinderpagina van de vorige week.

Een van de wonderen van een dagblad is dat, als je er iets in schrijft waarbij je per ongeluk of expres laat blijken dat je er niet genoeg van afweet, er altijd mensen toesnellen die je van dat tekort afhelpen. Ik weet nu dat William een Engelse jongen van een jaar of elf, twaalf is. Hij is bedacht door de schrijfster Richmal Crompton die we wel de Balzac van het jongensleven in het Verenigd Koninkrijk mogen noemen, hoewel ze ook een beetje aan Commissaris Voordewind doet denken. Ze heeft wel twintig boeken over haar held geschreven. Het eerste heet Just - William, dan komt More William, gevolgd door William Again en zo gaat het door. Ik heb me William - The Dictator, aangeschaft waarvan de eerste druk is verschenen in 1938. In dit deel treffen we de held aan terwijl hij zich verveelt. Het is zomervakantie, alle kinderen uit de buurt zijn naar zee of de bossen en hij wordt beheerst door de gedachte: Wat zal ik eens gaan doen. Hij hangt wat rond bij een paar nieuwe huizen die een paar dagen geleden door de bewoners zijn betrokken. Misschien zijn er ook kinderen bij. Jawel. Het duurt niet lang of er verschijnt een meisje, wat jonger dan hij, met wie hij in gesprek raakt. Ze vraagt of hij goed kan vechten. Als de beste, zegt William. Zou hij ook voor haar willen vechten? Niets liever! Dat komt goed uit want toevallig is er nog een jongen in de buurt komen wonen van wie ze graag zou zien dat hij een pak rammel kreeg. William informeert terloops naar de leeftijd en lengte van zijn mogelijke tegenstander - dat blijkt mee te vallen - maar eigenlijk heeft hij zich al de belofte laten afgedwingen dat hij de onbekende er ongenadig van langs zal geven. Die jongen heet Montague.

Nu moet het meisje even naar huis. William slentert nog wat in de nieuwe buurt. Hij komt een grote jongen tegen die zich Ralph noemt, maar William weet niet dat hij ook Montague heet. Ze kunnen het goed vinden tot het ogenblik waarop het meisje terugkomt. 'Je zou voor me vechten, ' roept ze, 'en daar sta je een beetje vriendelijke praatjes te maken!' Het wordt William duidelijk dat hij zich in een andere situatie bevindt dan hij had verondersteld, en terwijl hij probeert zijn belofte na te komen is hij degene die het pak rammel krijgt. Einde episode.

Het kan aan mij liggen maar ik geloof dat ik voor het eerst in zo'n parket terecht ben gekomen toen ik een jaar of 22 was. Dit is een situatie voor volwassenen. Het oeuvre van Richmal Crompton verder onverlet latend - ik ken het niet - wil ik zeggen dat het projecteren van de ervaringen der grote mensen op het kinderleven tot pijnlijke gevolgen leidt. Grote mensen in kindervel hebben iets treurigs zoals alle gedresseerde wezens, in de kinderboeken tot op de STER-reclame. Doen ze iets dat op verzet lijkt, dan is het verzet zoals de grote mensen het graag zien:kattekwaad. Zo houdt Dik Trom de veldwachter Flipse voor de mal, neemt hem in het ootje en wat je als gezonde Hollandse jongen verder met een veldwachter kunt doen.

Het echte verzet van kinderen, als je het zo kunt noemen, komt voort uit hun onvermoeide fighting for the sweet of life zoals Norman Mailer het heeft beschreven, maar hij verbond er toen, in The White Negro weer een andere moraal aan. Het heeft maar een moraal, en die wordt beschreven met het woord lekker. Als je groot wordt leer je vanzelf dat het lekker wat je toen gewoon wilde grijpen, onbetaalbaar of nog erger, onbereikbaar is.