Geen politieke bezwaren meer tegen Schengen

DEN HAAG, 11 mei - Tegen het verdrag van Schengen bestaan geen grote politieke bezwaren meer. Het kabinet schrijft de Kamer vandaag dat de onderhandelingen tot een bevredigend resultaat hebben geleid en dat er binnenkort getekend kan worden.

Er moeten nog een paar kleinere punten met Frankrijk, Duitsland, Belgie en Luxemburg worden besproken, maar de 'uitgangspunten van het Akkoord zijn in verregaande mate verwezenlijkt'. Bij een meerderheid van CDA en VVD in de Kamer zijn evenmin grote bezwaren, terwijl bij de PvdA nog aarzeling is te bespeuren.

Het verdrag van Schengen van 1985 beoogt opheffing van de persoonscontrole aan de buitengrenzen. Om dat te verwezenlijken onderhandelen de vijf landen al enige jaren over compenserende maatregelen op het gebied van asiel-, drugs-, wapens-, politie- en justitiebeleid. Vooral tegen de regeling op het gebied van asielbeleid en tegen het voorgestelde internationale opsporingsregister leefden vorig jaar nog bezwaren in de Kamer.

Het kabinet schrijft dat er een verwijsregeling is opgesteld waardoor iedere asielzoeker nog maar in een van de vijf landen beoordeeld zal worden. Door vluchtelingenorganisaties is hier fel tegen geprotesteerd, omdat de Schengen-landen volgens hen verschillende normen en procedures toepassen. Gelijke gevallen zouden zodoende door landen ongelijk worden beoordeeld. Dit zou leiden tot schending van het verbod van 'refoulement' - het verbod om vluchtelingen terug te sturen naar landen waar zij worden vervolgd. Namelijk door die landen die op grond van de verwijsregel niet verplicht zijn het asielverzoek aan te nemen, terwijl het verzoek wel kans gehad zou hebben. Volgens het kabinet blijft het Verdrag van Geneve waarin dit verbod staat omschreven binnen het Schengen-gebied echter onverkort van kracht. Ook menen de staatssecretarissen dat 'de asielprocedures en de rechtsbescherming in de betrokken landen gelijkwaardig zijn, waardoor reeds een belangrijk niveau van harmonisatie van asielbeleid bestaat'. Een 'verdergaande' harmonisatie van asielbeleid zou bovendien volgens het kabinet ettelijke jaren gaan duren. Bovendien wijst het kabinet op de hardheidsclausule: landen mogen om humanitaire redenen ook asielverzoeken in procedure nemen waartoe ze op grond van de verwijsregel niet verplicht zijn. Vluchtelingenorganisaties plegen hier tegenin te brengen dat dit een gunst is, en geen recht voor de asielzoeker.