Ex-pupillen van 'dr. F.' in de aanval

ROTTERDAM, 11 mei - Zelden zal een zedenzaak zoveel woede en verbijstering hebben opgeroepen als het proces tegen de vorig jaar ontslagen directeurpsychiater van het orthopedagogisch en jeugdpsychiatrisch centrum van de Heldring Stichtingen in Zetten. 'Straf het zwijn van Zetten', staat op een van de spandoeken op de stoep van het paleis van justitie in Arnhem, waar woensdag de strafzaak tegen F. dient. In enkele kranten verschijnt sinds eind april een dagelijks aanzwellende stroom kleine annonces, waarin ex-pupillen van 'dr. F.' elkaar bemoedigend toespreken en 'eindelijk wel eens openbare gerechtigheid' willen. 'We willen geen volksgericht, maar erkenning voor wat ons werd en wordt aangedaan', adverteerde H. W. 'Dat Zetten het Tsjernobyl van de hulpverleningsindustrie is staat ook voor mij vast', meldt een ander. 'Het is de fall-out van onze kinderbescherming. Nog een keer proberen de slachtoffers zich sterk te maken. De advertenties weerspiegelen een prachtige vorm van zelfhulp', zegt mr. D. Pessers van het Clara Wichmann Instituut, wetenschappelijk instituut voor vrouwen en recht.

Op initiatief van het onlangs opgerichte Steunpunt Slachtoffers Zetten wordt maandagavond in Paradiso in Amsterdam een speciale bijeenkomst voor oud-bewoners gehouden. 'Niet om stemming te maken aan de vooravond van het proces, maar juist om de geweldige emoties die het bij velen oproept te kanaliseren. De slachtoffers staan heel ambivalent tegenover het proces. Enerzijds is er hoop op uiteindelijke erkenning van hun geschokte rechtsgevoel. Anderzijds vrezen zij met name door de verdediging opnieuw in de hoek te worden gedrukt van het rapalje dat weer niet wordt geloofd', zegt Pessers. Volgens F.'s advocaat mr. E. P. R. Sutorius wordt er aan de vooravond van het strafproces 'op bedenkelijke wijze' campagne tegen zijn client gevoerd. Gelet op de gebeurtenissen in Zetten vindt hij het 'heel begrijpelijk' dat het aanstaande proces veel emoties oproept, maar hij acht het 'reuze onverstandig' daarop te reageren. 'In mijn pleidooi voor de rechtbank zal ik uitgebreid ingaan op de hetze-achtige situatie die is ontstaan.' Behandelend officier van justitie mr. N. Leeman zegt te betreuren dat 'het goede gebruik om niet zo nadrukkelijk publiciteit te zoeken en te krijgen in deze zaak is verlaten'.

Hij beschouwt 'de nogal royaal bemeten aandacht' voor de zaak-F. als 'een langdurig incident'. 'Doordat we genoodzaakt waren de zaak drie keer uit te stellen, kan ik me wel voorstellen dat het gevoel postvatte, dat van uitstel afstel zou komen. Maar dat is niet het geval. Woensdag gaat het door.' F. wordt ervan verdacht een groot aantal moeilijk opvoedbare meisjes, dat door de Kinderbescherming in Zetten was gepaatst, veelvuldig seksueel te hebben misbruikt. De eerste signalen daarvan kwamen naar buiten in een zwartboek dat de Belangenvereniging Minderjarigen in 1974 aan de inrichting wijdde. Maar de klachten werden pas serieus genomen toen drie ex-pupillen eind 1988 aangifte bij de politie deden. Daarna volgden achttien anderen. De beschuldigingen strekken zich uit over de periode van 1972 tot 1985. Een groot aantal van deze aanklachten is strafrechtelijk verjaard. De rest dient als basis voor de strafzaak. Vooruitlopend daarop spanden zeven oud-bewoners een kort geding aan tegen F. waarin zij voorschotten op schadeclaims eisten. Tijdens dat proces somden de advocaten talrijke voorbeelden op van de manier waarop F. zich in zijn spreekkamer met de deur op slot aan pupillen zou hebben vergrepen. 'Het regime in Zetten was een regime van straffen en belonen. Of je je goed gedroeg hing niet alleen af van je dagelijkse sociale gedrag, neen, daarbij werd in grote mate rekening gehouden met de wijze waarop je je tegenover dr. F. gedroeg. Wie zijn seksuele handelingen gedoogde werd beloond', zei advocate mr. G. van Driem in november tijdens het geding. Haar collega mr. I. van Westerlaak schetste de rampzalige gevolgen, die uiteenliepen van zelfmoordpogingen tot prostitutie. 'De smart is domweg met geen woord te beschrijven.' Vijf van de zeven oud-bewoners werden voorschotten van 3.000 gulden toegewezen. 'Gezien alleen reeds de ernst van het jegens elk der eiseressen gepleegde seksuele misbruik en het feit dat eiseressen tot op heden - vele jaren na het misbruik - voor het haar aangedane leed en onrecht nog nauwelijks erkenning hebben gevonden, is meer dan aannemelijk dat elk der eiseressen ten gevolge van dat misbruik nog steeds lijdt onder krenking van zelfrespect en rechtsgevoel', oordeelde kort-gedingrechter mr. L. R. van de Weij. Zijn uitspraak werd in het door F. aangespannen hoger beroep in grote lijnen bekrachtigd. 'Een fraaie uitspraak, maar ook een bittere, want F. weigert te betalen', zegt Pessers van het Clara Wichmann Instituut, dat met zijn proefprocessenfonds Rechtenvrouw de ex-pupillen steunt. Als het niet lukt de schade op F. te verhalen, overweegt het instituut procedures wegens nalatigheid te beginnen tegen de Heldring Stichtingen en de Staat. De beslissing daarover hangt af van de strafzaak.

Pessers onderstreept het belang van civielrechtelijke acties van slachtoffers tegen daders van seksueel geweld, zoals het eisen van (voorschotten op) schadevergoedingen. Daarvan kan volgens haar 'een therapeutische werking' uitgaan. 'In strafzaken is een hele zware bewijsvoering vereist. Bij seksueel geweld ligt dat dikwijls problematisch, want het delict speelt zich vrijwel altijd in isolement af. Er zijn zelden getuigen en dan is het haar woord tegen het zijne, waarbij het slachtoffer machteloos moet afwachten hoe de officier van justitie haar belangen verdedigt. In civiele procedures is dat anders. Daarin staat het slachtoffer centraal en niet de dader. Het slachtoffer is de eisende partij en niet meer het zielige geval, dat ze toch al was. Dat kan haar weerbaarheid en zelfbewustzijn ten goede komen. Een kort geding is daarvoor bij uitstek geschikt, want daarin is het bewijs geleverd als het voldoende aannemelijk is gemaakt. En dat is toch altijd nog heel wat anders dan iets wettig en overtuigend bewijzen', aldus Pessers.