De heks

Laatst sprak ik een oud vrouwtje dat De Heks heette. Ik vroeg haar of zij zich iets herinnerde van Hans en Grietje. Ze zei: Nou en of! Stelletje vandalen! Ik zit heerlijk te breien, keteltje suist boven het vuur, poes ligt in het zonnetje, geraniums bloeien, het kan niet mooier. Ineens lijkt het of ik iemand op het dak hoor. Ik gluur door het raam en wat zie ik: twee kinderen die bezig zijn de pannen van het dak te rukken! Ik wilde naar buiten stormen en ze een klap met mijn bezem geven, maar ik beheerste me. Kinderen, dacht ik. Doen een spelletje. Gewoon. Ik speel mee. Dan houden ze vanzelf op met die rare grappen. Dus ik zeg: 'Knibbel, knabbel knuisje, wie knabbelt er aan mijn huisje?' En wat zegt dat brutale jong terug: 'Dat is de wind, de wind dat hemels kind' en intussen rukt-ie nog een dakpan los! Dat werd me te gek. Ik heb hem met de bezem van het dak gejaagd en in de schuur opgesloten. Het meisje stond er wat beteuterd bij.- Waarom vernielden ze uw dak? Weet ik veel. Een of ander raar verhaal dat ze honger hadden en dat die dakpannen de kleur van koek hadden of zoiets. Een oud mens treiteren, anders niet.- Hebt u ze toen weg gestuurd? Nee. Ik zei tegen ze: 'Jullie hebben mijn huis kapot gemaakt, nu moeten jullie het goed maken en mij helpen.'

Redelijk niet? Houthakken, de kozijnen bijschilderen, de plee schrobben, tafellakens strijken. Een paar van zulke dingen. 'Daarna krijgen jullie wat te eten, ' zei ik, 'en dan gaan jullie weer naar huis.'

Begint die Hans toch te schelden! Dat ik een gemeen wijf ben en een heks en dat ie nooit zulke dingen zal doen en wat niet al. Dus hop, de schuur weer in. Dat Grietje was redelijker. Die heeft die klusjes gedaan. Toen heb ik pannekoeken voor haar gebakken. Begon ze te huilen dat Hans zo mager was en dat z'n vingers net stokjes leken. 'Goed, ' zeg ik, 'hier dan, een pannekoek voor Hans. Ga maar brengen.

'

Ik ben ook de kwaadste niet. - Toch lief van Grietje. Lief! Lief! Dat mormel! Ik denk: kom laat ik ook nog een lekkere taart voor ze maken voor onderweg. Ik buk me om de oven aan te steken, krijg ik ineens een reusachtige duw zodat ik erin vlieg! Ik hoor die Hans roepen: 'Zo gemene heks dat is je verdiende loon!' Later kreeg ik nog politie aan de deur. Dat ik die kinderen gevangen gehouden had. Ik zeg: 'Agent, kijk liever eens naar mijn dak.'

Ja, de jeugd van tegenwoordig. Dat is gezellig hoor, als je die op bezoek krijgt.