DDR in ernstige crisis, bevolking weer de straat op

OOST-BERLIJN, 11 mei - De economie van de DDR bevindt zich in een van de ernstigste crises die het land ooit heeft doorgemaakt. Dat heeft de Oostduitse premier, Lothar de Maiziere, gisteren in het Oostduitse parlement gezegd. Oost-Duitsland heeft een begrotingstekort dat de 120 miljard Ostmark nadert, zei De Maiziere, de inflatie wakkert hard aan en maar 32 procent van de industrie is winstgevend.

In ettelijke steden in de DDR hebben tienduizenden mensen gisteren korte tijd het werk neergelegd om uiting te geven aan de ongerustheid dat ze hun baan verliezen na de vereniging van de DDR en de Bondsrepubliek. Onderwijzend personeel, mensen die in kindercreches werken en arbeiders in de textiel- en staalindustrie in het hele land gingen de straat op om garanties te eisen dat ze straks hun baan niet kwijtraken.

Ten minste 1,5 miljoen mensen in de DDR (op een beroepsbevolking van 8,5 miljoen) zullen herscholingscursussen moeten gaan volgen of lopen het risico werkloos te worden. In kringen binnen het Oostduitse ministerie van arbeid wordt er rekening mee gehouden dat in augustus - een maand nadat de economie min of meer naar Westduits model gaat functioneren - de werkloosdheid in de DDR kan oplopen tot 500.000. In april telde de DDR bijna 65.000 werklozen.

Eenderde van de Oostduitse bedrijven zal de komende tijd failliet gaan. Veertien procent zal al onmiddellijk het loodje moeten leggen. De rest van de bedrijven zal weliswaar verliezen boeken maar zal staande worden gehouden met behulp van kredieten en subsidies.

Voor het parlementsgebouw in Oost-Berlijn demonstreerden gisteren ongeveer 2.000 mensen onder het roepen van de leuze 'Wij zijn het volk', wat het parool was tijdens de volksrevolutie van het najaar van 1989. Ze eisten het aftreden van de minister van onderwijs, Hans-Joachim Meyer. Zijn collega Regine Hildebrandt van de SPD drong aan op geduld en verzekerde dat de regering de sociale verworvenheden van het volk intact wil houden bij de onderhandelingen over het Staatsverdrag met Bonn.

Ook de boeren in de DDR roeren zich. Zij zijn boos over de enorme toestroom van zuivel- en landbouwprodukten uit de Bondsrepubliek, als gevolg waarvan zij met hun produkten blijven zitten. Boeren sloten gisteren een uur lang verscheidene Duits-Duitse grensovergangen af.

Oostduitsers die na de monetaire eenwording van hun land met de Bondsrepubliek Duitsland hun geld omruilen voor Westduitse marken moeten over een bankrekening beschikken en zullen zich moeten identificeren. Dit heeft Helmut Schlesinger, vice-president van de Westduitse centrale bank, gisteren gezegd tegenover de financiele commissie van het parlement in Bonn.

De maatregel is bedoeld om speculatie tegen te gaan. Het Oostduitse geld kan uitsluitend worden omgewisseld bij Oostduitse banken. De banken in de DDR overwegen op zondag 1 juli hun deuren te openen om te voorkomen dat er zich op maandag 2 juli, als de monetaire eenwording ingaat, lange rijen wachtenden vormen.

Volgens de Oostduitse regering zijn de komende jaren 150 miljard D-mark nodig om de Oostduitse volkshuisvesting te verbeteren.

Tot 2 juli hebben de meeste Westduitse bedrijven hun samenwerkingsovereenkomsten met de DDR bevroren. Dat hebben Westduitse industrielen vandaag verklaard tegenover de Wall Street Journal. Het wachten is op duidelijke financiele informatie van de Oostduitse partners en details van het economische herstelprogramma van de regering in Oost-Berlijn. 'De periode tussen de aankondiging van de monetaire unie en de inwerkingtreding is een moeilijke', zei Heinz Schimmelbusch, voorzitter van de Westduitse Metallgeselschaft AG, wiens bedrijf uitzonderlijk actief is in Oost-Europa. 'Op dit moment kunnen we bijna niets doen', zei hij.