Zelfstandig Nederland

DE TIENDE MEI IS in onze geschiedenis de belangrijkste datum waaraan geen herdenking is verbonden. Vandaag is het niet alleen een halve eeuw geleden dat het land werd overvallen door het georganiseerde gangsterdom der nazi's. Er werd toen ook een einde gemaakt aan de periode van bijna 110 jaar waarin de Nederlanders geen oorlog in Europa hadden gevoerd. Van het ene uur op het andere werd de neutraliteit opgeheven. Ons volk werd gedwongen tot een revolutie die het niet had gewild en waaraan het zich had willen onttrekken terwijl het tot op het laatste ogenblik bleef geloven dat de gangsters fatsoenlijk genoeg zouden zijn om het de voortzetting van een ongestoord bestaan te gunnen. Op vier mei herdenken we onze doden, op vijf mei de Bevrijding en nu, voor het eerst, op tien mei het begin van de omwenteling in het Nederlandse denken en handelen, de moeilijke en pijnlijke herwaardering van onze plaats in Europa en in de wereld. Vijftig jaar geleden is de Nederlandse neutraliteit voorgoed illusie geworden.

IN DE OORLOG was er geen dilemma over de koers van de natie. Nederland hoorde tot het bondgenootschap tegen nazi-Duitsland en Japan; soeverein, maar met zijn strijdkrachten onder geallieerd opperbevel. De wijze waarop het deze nieuwe rol heeft opgevat en vervuld, is genoegzaam onderzocht en beschreven. Eerst na de oorlog is duidelijk geworden hoe ingrijpend de wereld was veranderd. Uit de strijd waren twee supermachten tevoorschijn gekomen die, op welke manier dan ook, over de inrichting van de wereld zouden beslissen. De Europeanen hadden hun eigen werelddeel verwoest. Ook de 'grote mogendheden' van weleer droegen daaraan schuld doordat ze Hitler niet hadden voorkomen, en daarna, door gebrek aan durf en verbeeldingskracht en zelfs door 'appeasement', hem niet bijtijds de voet hadden dwarsgezet. De wereld zou voor een belangrijk deel over de hoofden der Europeanen heen worden ingericht. Voor Nederland, van rijk en neutraal tot arm en hulpbehoevend geworden, was de weg terug onverbiddellijk afgesneden.

Het heeft nog vele jaren geduurd voor de gevolgen van deze volstrekt nieuwe situatie tot het volk en zijn regeerders volledig waren doorgedrongen. Tot 1950 hebben wij geprobeerd een zelfstandige oorlog in Azie te voeren. Het is hier de vraag in welke mate wij het gelijk in Indonesie aan onze kant hadden. Uit het verloop van de 'Indonesische kwestie' is gebleken dat de internationale verhoudingen een soeverein zelfstandig handelen daar niet meer toelieten. Zelfs in een probleem van verhoudingsgewijs geringe betekenis als dat van Nieuw Guinea is de Nederlandse politiek verstrikt geraakt in het grote verband van internationale belangen en ten slotte mislukt.

OOK BINNEN Europa werden wij geconfronteerd met nieuwe werkelijkheden. Onder Stalins terreur werd in Midden-Europa het Sovjet-rijk gesticht. Het Westen herleefde economisch dank zij het Marshall-plan en verweerde zich militair tegen Moskous expansie door de oprichting van de NAVO. Onder Amerikaanse bescherming en met Amerikaanse hulp is in West-Europa de grondslag voor het herstel gelegd en daarop is met ups en downs een nieuwe bloei gevolgd. Die is gepaard gegaan met veelzijdige en gestaag vorderende integratie. Het begrip soevereiniteit heeft door de Koude Oorlog en de ontwikkeling van de Europese Gemeenschappen geleidelijk een volstrekt andere inhoud gekregen. Economische soevereiniteit bestaat in West-Europa niet meer, de militaire is een illusie en de administratieve wordt steeds verder aangetast. Welke betekenis moet nog aan de natie als zelfstandige eenheid worden gehecht? Het vorige jaar is het duidelijk geworden dat ons werelddeel en daarmee ook de Atlantische gemeenschap een nieuwe fase hebben bereikt. Aan vijfenveertig jaar van verstarde verhoudingen is een einde gekomen, zo abrupt als men het zelden in de geschiedenis aantreft. De bewegingen die daardoor worden veroorzaakt, zijn talrijk en ingewikkeld. Ten eerste zullen de omwentelingen in Midden-Europa, de permanente crisis van de Sovjet-Unie en vooral het einde van de bewapeningswedloop tot gevolg hebben dat de behoefte aan militaire integratie vermindert. Het Atlantische verband dat is gegroeid uit de noodzaak tot een gemeenschappelijke defensie, wordt onherroepelijk losser. Ten tweede maakt de Europese Gemeenschap zich op voor een nog hechtere economische, administratieve en politieke verstrengeling. Maar ten derde moet, bij het losser worden van het Atlantisch verband, rekening worden gehouden met de verschuiving van het Europese machtscentrum naar het weldra verenigde Duitsland.

IN DIT BEWEGEND krachtenveld is er alle reden om ernstig te onderzoeken wat Nederland binnen de internationale gemeenschappen waarvan het deel uitmaakt met zijn aldus beperkte zelfstandigheid wil aanvangen en waartoe het onder de gegeven omstandigheden in staat is. Het keerpunt van tien mei 1940 is definitief. Wat in de halve eeuw daarna is gebeurd, heeft de internationale positie van ons land radicaal veranderd. Nu is opnieuw een keerpunt bereikt: ditmaal wordt Nederland in een tijd van ongekende vrede voor de keuze gesteld of het een continentale randstaat wil zijn, dan wel een Atlantisch bruggehoofd. Heeft het die keuze nog? Zal niet in die paar jaar tot de volgende eeuw blijken dat het Europese continent ons ten slotte niets anders zal laten dan ons eigen taalgebied? Zullen niet vooral de economische en infrastructurele ontwikkelingen een 'Europa der vaderlanden' tot een achterhaalde, romantische wensdroom maken? WIL NEDERLAND niet de waarschijnlijke toekomst van een continentale randstaat tegemoet gaan, dan is het aangewezen op de Verenigde Staten. Dan zal ervoor moeten worden gezorgd dat de Amerikanen in hoge mate de Europese macht blijven die ze nu nog zijn. Vijftig jaar geleden werd een eind gemaakt aan onze neutrale zelfstandigheid die toen al niet meer dan schijn was. De Nederlandse zelfstandigheid van nu, geworteld in alle aspecten van onze cultuur, is het best gewaarborgd door het behoud van de Atlantische integratie. Door de Atlantische wereld zijn wij toen als natie in leven gebleven. Geweldloos, in alle vrede, met de middelen van een redelijke politiek zal het nu weer zo moeten gaan.