Simons: geen reden voor ander beleid bij 'abortus'

DEN HAAG, 10 mei - Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) ziet nog geen aanleiding om het beleid ten aanzien van de overtijdbehandeling bij zwangerschap te wijzigen.

In een interne notitie die de bewindsman deze week per abuis naar de Tweede Kamer stuurde, schreven topambtenaren van WVC dat 'medisch gezien tegenwoordig de conclusie onontkoombaar is dat overtijdbehandeling een abortus is'. In de interne notitie werd gesteld dat de overtijdbehandeling om die reden onder de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) dient te vallen. Overtijdbehandeling, mogelijk tot 44 dagen na de laatste menstruatie, valt nu buiten de wet. Simons liet de Kamer gisteren in een begeleidende brief bij zijn antwoorden op Kamervragen weten dat hij voorlopig nog geen aanleiding ziet daar verandering in te brengen. Simons schreef de brief aan de Kamer nadat dinsdag een ambtelijke notitie over zwangerschapsonderbreking naar de leden van de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid was gestuurd in plaats van de antwoorden op de gestelde vragen. Die vragen betroffen het jaarverslag 1987 van de geneeskundige hoofdinspectie van de volksgezondheid over de toepassing van de Wet Afbreking Zwangerschap.

Volgens de opstellers van de ambtelijke notitie zou behalve de overtijdbehandeling de selectieve abortus, het 'wegprikken' van embryo's bij een meerlingenzwangerschap (drie of meer), om dezelfde reden onder de werking van de Wet Afbreking Zwangerschap moeten vallen. Dit verschijnsel doet zich volgens Simons' ambtenaren nogal eens voor na een onvruchtbaarheidsbehandeling waarbij hormoonstimulatie wordt toegepast. Maar ook daarvoor ziet Simons geen aanleiding.

Wat de juridische status van de overtijdbehandeling betreft is in 1986 uitdrukkelijk verklaard dat de behandeling niet onder wet valt, aldus Simons. Door de toegenomen mogelijkheden om zwangerschap in een zeer vroeg stadium aan te tonen, zijn er echter opnieuw vragen gerezen over de status van de overtijdbehandeling. Of het beleid zal worden gewijzigd, is volgens Simons afhankelijk van de uitkomst van overleg met de minister van justitie.