Rover-affaire brengt Londen in verlegenheid

LONDEN, 10 mei - Nog voor de Europese Commissie in Brussel daarover een uitspraak heeft gedaan, is de Britse regering in eigen huis opnieuw in verlegenheid gebracht door hernieuwde kritiek over de verkoop van de autofabriek Rover aan British Aerospace.

Algemeen wordt hier verwacht dat de Europese commissaris Sir Leon Brittan, zelf een Brit, de luchtvaart- en defensiegigant binnenkort ten minste zal gelasten alsnog zo'n 38 miljoen pond op tafel te leggen ter aanvulling op de 150 miljoen pond die British Aerospace voor de voormalige staatsautomobielfabriek heeft moeten betalen.

Wat in Londen nieuwe deining heeft veroorzaakt is niet het feit dat de voormalige minister voor handel en industrie, Lord Young, British Aerospace het alleenrecht op de koop heeft gegeven - en dat voor een gereduceerde prijs die de Britse belastingbetaler, inclusief het aantal financiele extraatjes, bijna 500 miljoen pond zou hebben gekost. De opwinding geldt het feit dat een parlementaire commissie voorlopig tot de conclusie is gekomen dat Lord Young, toen hij is ondervraagd over de financiele extraatjes tot 38 miljoen pond ten behoeve van British Aerospace, het Lagerhuis heeft misleid. Die voorlopige conclusie was geheim, maar lekte gisteren uit, waardoor Lord Young, inmiddels weer gewoon zakenman geworden, zich gisteren moest verdedigen tegen de ernstigste aantijging die een heer van stand zich in dit land moet laten welgevallen: had hij gelogen tegenover het parlement? Lord Young, nog steeds vice-voorzitter van de Conservatieve Partij, weigerde gisteren in te gaan op de veronderstelde conclusie van het ontwerp-rapport: 'A good job, badly done'. Het pijnlijke voor hem is dat die conclusie is geschreven door een partijgenoot, de voorzitter van de parlementaire commissie. Die zou verder hebben geconcludeerd dat het parlement het optreden van Young niet kan laten passeren, omdat andere departementen dan bij andere gelegenheden 'op een soortgelijke slinkse wijze zullen handelen en informatie zullen onthouden aan het Lagerhuis.'

De commissie zelf, waarin vertegenwoordigers uit alle partijen zitten, kreeg in haar eerste vergadering na het lek intern grote ruzie over de mate waarin Young bekritiseerd dient te worden.

British Aerospace werd in 1988 eigenaar van het noodlijdende Rover, maar hoefde de toch al lage koopprijs van 150 miljoen pas na 20 maanden te betalen. Dat levert volgens de parlementaire commissie een besparing van 15 procent op de koopprijs op. Later werd bekend dat Lord Young jegens de EG en jegens het parlement onder andere verzwegen had dat hij ook nog bonussen ter waarde van 38 miljoen pond had weggegeven om British Aerospace tot aankoop van Rover te verleiden.

De hele kwestie bracht de Europese Commissie ertoe een onderzoek in te stellen, hetgeen nogal als beschamend wordt gezien voor een regering die in Europees verband zo sterk aandringt op het uitbannen in andere landen in Europa van oneerlijke concurrentie, gecreeerd door het verlenen van verborgen staatssubsidies.