Poolse inflatie weer omhoog

WARSCHAU, 10 mei - Voor het eerst dit jaar is in Polen de inflatie toegenomen. De cijfers vormen een lelijke tegenvaller voor de regering, die er in maart in leek geslaagd de inflatie te hebben bedwongen.

In januari bedroeg de inflatie 78 procent, in maart 4,7 procent. Maar in april steeg die tot 7,9 procent, in de voedselsector zelfs tot 10 procent en in de eerste week van mei nog eens met 1,3 procent.

Ook mei belooft moeilijk te worden. Vorige maand verwachtte men de inflatie deze maand tot 0,5 procent te beperken; dat doel lijkt na de eerste week van de maand al niet meer te halen. In totaal stegen in de eerste vier maanden de prijzen dit jaar met 148 procent.

In april daalden de reele inkomens in vergelijking met maart met 7,6 procent, vooral door het wegvallen van winsttoeslagen, produktiebonussen en vergoeding voor overwerk. De reele inkomens lagen eind april 40 procent onder het niveau van december.

De export steeg opnieuw. In de eerste vier maanden heeft Polen een overschot van 1,4 miljard roebel in de handel met Oost-Europa, en van 1,2 miljard dollar in de handel met harde-valutalanden kunnen boeken. Na de dramatische daling van de produktie - in januari 30 procent - lijkt die zich in april op een lager niveau te hebben gestabiliseerd. De verkochte produktie lag in die maand 30,9 procent onder die van april vorig jaar.

De werkloosheid steeg in april van 318.000 naar 380.000. In januari werd nog gehoopt het aantal werknemers, dat als gevolg van de dramatische hervormingen op straat zou komen te staan, dit jaar beperkt te kunnen houden tot 400.000. Dat doel zal echter zeker niet worden bereikt. De overgrote meerderheid van de werklozen is ontslagen door stroomlijning en reorganisatie van de bedrijven; maar er zijn de afgelopen maanden nog vrijwel geen onrendabele bedrijven bankroet gegaan. In Warschau wordt verwacht dat het aantal werklozen nog drastisch zal oplopen, tot mogelijk 1 miljoen of nog meer.

Maandag liet de NBP, de Poolse Nationale Bank, zich nog gematigd optimistisch uit over de resultaten van de hervormingen van de laatste vier maanden. In een rapport stelde de NBP dat de hyperinflatie was bedwongen, het begrotingstekort teruggedrongen, de koers van de zloty al sinds januari stabiel en de kwaliteit op de binnenlandse markt verbeterd. De betalingsbalans vertoont een duidelijk overschot en de financiele situatie van de bedrijven werd 'niet slecht' genoemd.

In april zijn de kredieten aan de bedrijven gestegen, een teken van optimisme bij het bedrijfsleven. De NBP gaf echter toe dat de reele inkomens dramatisch zijn gedaald en dat de recessie veel dieper is dan aanvankelijk werd verwacht. Bovendien wees de NBP op de instabiliteit van de economische situatie. Zo veroorzaakte een korte onderbreking van de toelevering van benzine al een ernstige crisis.

De econoom Jozef Kalenta, een adviseur van de regering, heeft vorige week ernstige kritiek geuit op het economisch beleid. Volgens hem is de prijs voor het terugdringen van de inflatie - een 'recessie zoals de beschaafde wereld nog niet heeft meegemaakt' - veel te hoog geweest, temeer omdat de belangrijkste oorzaken van de inflatie niet zijn weggenomen. De structuur van de economie, aldus Kalenta in een interview met de Poolse televisie, is niet veranderd, er worden nog altijd veel materiaal en grondstoffen verspild en de positie van de staatsmonopolies is niet aangetast, maar zelfs versterkt door de hoge importheffingen. Bedrijven noch particulieren blijken te investeren: winsten worden voor lopende uitgaven gebruikt en spaargeld wordt opgegeten.

Kalenta pleitte voor een versnelling van de structurele hervormingen, vooral door de monopolies aan te pakken. De staat zou een meer actieve rol in de economie moeten spelen, bedrijven moeten sneller toegang krijgen tot kredieten en de lonen moeten worden geliberaliseerd om de vraag en daarmee de produktie te stimuleren. Volgens Kalenta is een wat hogere inflatie, die daarvan het gevolg zou zijn, minder gevaarlijk dan de stagnatie van het ogenblik.