Orlando: ideale combinatie kamermuziek en symfonie

Zo weinig strijksextetten zijn er in de loop der eeuwen geschreven dat het kennelijk bijna altijd is beschouwd als een kwalijk compromis tussen het strijkkwartet en het strijkorkest. Schonberg droeg daaraan helaas nog bij door zijn Verklarte Nacht te bewerken voor strijkorkest, waarna het in die vorm beroemd werd. Schonberg bewerkte weliswaar bijna alles, ook van anderen, maar zijn eigen doorzichtige origineel van Verklarte Nacht is natuurlijk veel mooier en spannender. Want het sextet is in wezen geen compromis maar eerder de ideale vorm van zowel het strijkkwartet als het strijkorkest, al bereikte Schubert al hetzelfde met zijn kwintet, een absoluut hoogtepunt in de kamermuziek. Het sextet vergroot met een extra altviool en cello de mogelijkheden van het kwartet om een bijna symfonische expressie en een donkerder koloriet te produceren en het reduceert de dikkige, verzadigde klank van het strijkorkest, waarin de individuele instrumentale prestatie er nauwelijks meer toe doet.

Bij het voortreffelijke Orlando Kwartet, voor de uitvoering van de twee strijksextetten van Brahms uitgebreid met prominenten als Isabelle van Keulen (altviool, deze keer) en cellist Harro Ruijsenaars (tot voor kort eerste solocellist van het Concertgebouworkest) doen de persoonlijke prestaties er gelukkig nog alles toe, ook al worden ze gebundeld. In de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, waar het het publiek zelfs op het podium zat, leek het zelfs alsof deze musici een al jaren bestaande vaste combinatie vormen. De samenwerking in klank en interpretatie was voorbeeldig, zowel in grote lijnen als in details, zoals Stefan Metz en Harro Ruijsenaars bijvoorbeeld lieten horen in de prachtige passages op de a-snaar in het slotdeel van het Strijksextet op.18. Opvallend was de vaak milde toon die werd gevoegd bij een energieke, soms heftige en in een enkel detail (Scherzo op.36) bijna woeste weergave van de twee sextetten. Ze werden gebracht met veel speelplezier - vooral bij Isabelle van Keulen - en vurigheid - bij Stefan Metz, wiens stok tijdens een pizzicatopassage uit zijn hand vloog. Maar die overtuigingsdrang ging ook samen met exactheid en conscientieuze toonvorming, die het geheel een opwindende klassieke evenwichtigheid gaf.

In zo'n gedreven uitvoering, prachtig contrastrijk, zoals in het lange Poco adagio van op.36, en wars van elke bezadigdheid of langdradigheid, beleeft men tegelijkertijd de verfijnde verrukkingen van de kamermuziek en de meeslependheid van het symfonische repertoire. Zoals de enerverende woelingen van het Andante in op.18, even werden onderbroken door een plots visioen van hemelse helderheid, was voor mij het hoogtepunt van deze exquise avond.

Concert: Orlandokwartet, met: Isabelle van Keulen (altviool) en Harro Ruyssenaars (cello). Programma: J. Brahms: Strijksextetten nrs. 2 (G. groot op.36) en 1 (Bes groot, op.18) Gehoord: 9/5 Kleine Zaal Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 10/5 Venlo.

    • Kasper Jansen