Ontkoppeling zet Europa op dwaalspoor

Bij de Duitse eenwording gaat het vooral om de vraag wat zij nog aan het politieke en economische succes van de Bondsrepubliek zal toevoegen. Voortaan is de Duitse economie de krachtbron voor de vroegere satellietlanden, slechts in de Sovjet-Unie probeert men nog een eigen uitweg uit het moeras te vinden - zij het dat hulp uit het Westen zeer op prijs wordt gesteld. De ineenstorting van het Oosteuropese blok, die de Duitse eenheid mogelijk maakte, was veroorzaakt door de mislukking van het communistische experiment.

De Duitse eenwording is meer dan een verlate zege van de wilsoniaanse idee van zelfbeschikking op het recht van de overwinnaar dat de geallieerden zich in 1945 hadden aangemeten. Zij onderstreept de volstrekte herorientatie van Europa op zichzelf, op de mogelijkheid Oost-Europa actief te laten deelnemen aan de Westeuropese welvaart, op het voorrecht het herstel van de economische en culturele Europese infrastructuur ter hand te kunnen nemen die sinds 1933 onder de slopershamer heeft gelegen, op de noodzaak de politieke verhoudingen te saneren, wil er iets van de onderneming terechtkomen. Hier dreigt de ontsporing.

Veel is en wordt in dit verband gesproken over de Poolse Westgrens en over de relatie die het verenigde Duitsland zal onderhouden met de militaire allianties in Oost en West. Het nieuwe Polen dat de centrale mogendheden aan het einde van de Eerste Wereldoorlog lieten verrijzen, heeft sindsdien een verre van bestendig bestaan geleid. In zijn tegenwoordige vorm is het betrekkelijk duurzaam gebleken, maar allesbehalve op eigen kracht. De nieuwe vrijheid die zich midden vorig jaar aandiende bracht dan ook nieuwe gevaren, nieuwe onzekerheden met zich mee. Hoe kon de algemene armoe worden overwonnen en hoe kon het territorium worden beveiligd tegen een eventuele herleving van Duitse aanspraken op het in 1945 uit de nazi-boedel verworven gebied? Met het laatste is het snel in orde gekomen. Beide Duitslanden hebben toegezegd zich nog voor de vereniging met verklaringen te zullen vastleggen, aan het beraad van de twee staten met hun vroegere overwinnaars zal Polen deelnemen zodra de kwestie van de Poolse Westgrens ter sprake komt - binnenkort in Parijs. Het kan bijna niet anders dan dat de beraadslagingen een voor Polen bevredigende uitkomst zullen hebben. 'Duitsland binnen de grenzen van 1937' behoort tot het verleden. Een essentieel deel van de oorlogserfenis zal worden afgewikkeld.

Is de plaats van Polen grotendeels bepaald, van de plaats van het verenigde Duitsland kan dat niet worden gezegd - althans militair en politiek. Economisch, wil de consensus, heeft het nieuwe Duitsland weinig te vrezen, zeker zolang het de inflatoire gevolgen van de financiele injecties in de Oostduitse volkshuishouding weet te beheersen. In die zin hebben de Oostduitsers een veel beter verschiet dan de andere bewoners van Midden- en Oost-Europa.

Over Duitsland is thans het zogenoemde twee-plus-vier-gesprek begonnen, de conferentie van de Bondsrepubliek, de DDR en de voormalige geallieerden: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannie en Frankrijk. De DDR loopt als gevolg van het totstandkomen van de Duitse monetaire unie aan de Westduitse leiband. Waarnemers spreken al van het vijf-plus-een-overleg, de vijf vormen een gesloten front tegenover de Sovjet-eis dat Duitsland neutraal zal moeten zijn. Volgens deze formule zal het nieuwe Duitsland, na de voormalige Duitse volksdemocratie te hebben geabsorbeerd, zich moeiteloos voegen in de Atlantische structuur. Tegenover de Sovjet-Unie staat bovendien een eensgezind blok van Europese landen, inclusief leden van het Warschaupact, dat aan een Duits lidmaatschap van de NAVO de voorkeur geeft boven Duitse neutraliteit.

Maar deze wijze van zien gaat voorbij aan een deel van de werkelijkheid. Achter de geadverteerde eensgezindheid aan Westelijke kant gaat nogal wat onzekerheid en argwaan schuil, onzekerheid en argwaan die in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italie onverbloemd werden beleden toen kanselier Kohl de Duitse eenheid nog maar net op de internationale agenda had geplaatst. De Sovjet-Unie is nu een vertragingsactie begonnen die eruit ziet als een tempoversnelling. De Duitse eenwording kan worden verwezenlijkt nog voor de geallieerden het onderling en met Duitsland eens zijn geworden over de internationale status van de nieuwe staat. In de praktijk zou op die manier een nog wonderlijker constructie ontstaan dan het door de VS gesteunde voorstel van minister Genscher zou opleveren.

Volgens dat laatste plan is Duitsland lid van de NAVO, maar houdt de militaire organisatie van de Alliantie, inbegrepen de daarin opgenomen Duitse strijdkrachten, halt aan de oude grens met de DDR. Voorbij die grens vindt men een groot, maar waarschijnlijk inkrimpend Sovjet-contingent plus wat Duitse eenheden die de soevereiniteit symboliseren. In de Sovjet-variant blijft Duitsland als gevolg van de formeel gehandhaafde status quo voorlopig verbonden met het Warschaupact. Duitse ministers zouden in beide bondgenootschappen aanwezig kunnen zijn - nogal absurd.

De eerste, enthousiaste reactie uit Bonn op het Sovjet-voorstel markeerde waar het om gaat. Niet de Sovjet-factor is de belangrijkste, maar de Duitse en de reacties die deze in Europa en met name in Frankrijk losmaakt. Frankrijk dat zelf de NAVO op afstand zette, is er veel aan gelegen de Duitsers aan de Alliantie te binden nu Duitsland straks niet langer de schijn zal willen ophouden in de Europese Gemeenschap een soort 'junior partner' te zijn. Het was niet toevallig dat minister Van den Broek zich heeft gehaast de Duitse opgetogenheid te temperen. De Nederlandse politiek had zich immers enige inspanning getroost om de argwaan van de partners tegenover de Duitse eenheid weg te nemen.

De doorbraak vorig jaar in de toen 44 jaar oude Europese status quo zet niet door. Het proces vertraagt. De Amerikanen menen dat het balletje rolt zoals zij willen en dat er tijd voldoende is om de Sovjet-Unie te laten rijpen tot het punt waarop zij de concessies zal doen. (Tegelijkertijd vrezen zij dat rijping in rotting overgaat, wat weer niet de bedoeling is.) De Sovjet-Unie lijkt dit spelletje te willen meespelen. De Duitsers hebben evenmin bezwaar tegen een diplomatieke adempauze. De eenheid valt hun in de schoot en daarmee een succes en een, ondanks al het optimisme, toch niet gering vraagstuk dat hun energie bindt. De Fransen en de Britten hebben er bij nader inzien vrede mee. De Sovjet-lijn volgend kunnen zij waarschijnlijk nog een aantal jaren de rechten van geallieerde mogendheid in Duitsland en Berlijn uitoefenen, hoe uitgehold die rechten langzamerhand ook mogen zijn.

In ieder geval ontstaat er op de afgelopen weekeinde ingeslagen weg geen duidelijkheid in de nieuwe Europese verhoudingen - maar daaraan heeft de gezamenlijke diplomatie tot dusverre geen boodschap gehad.

    • Commentator Nrc Handelsblad
    • J.H. Sampiemon