Michels op voetbalcollege: Louter de zweep volstaat niet

LEIDEN, 10 mei - Aanvankelijk voelde hij zich niet op zijn gemak. Maar hij vond al snel troost bij de gedachte dat wanneer een hoogleraar een voetbalinterland van het Nederlands elftal in de dug out bijwoont, dit voor de goede man ook een vreemde ervaring moet zijn. En naarmate de toehoorders enthousiast reageerden, televisiecamera's naderbij kwamen en fotografen het spreekgestoelte beslopen, viel Rinus Michels weer geheel in zijn rol van de generaal. In staccato-Amsterdams bespeelde hij gisteren zijn gehoor met een lezing over psychologie in de sport, ter gelegenheid van de opening van het gebouw van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Meest opmerkelijk in zijn inleiding, voornamelijk handelend over het begrip motivatie ('De handelingsgeschiktheid van mensen zo positief mogelijk beinvloeden'), was het gebruik van de conflictsituatie. 'Ik moet hier maar eerlijk erkennen dat ik tijdens het Europees kampioenschap voetbal van 1988 de animositeit tussen het team, inclusief de technische leiding en het bestuur op bepaalde ogenblikken heb uitgespeeld ten behoeve van de sfeer en de motivatie in het team. Al is het dan misschien niet zo netjes om je als team tegen het bestuur af te zetten vond ik toen dat het doel de middelen heiligt. U zult begrijpen dat ik er sinds enige tijd anders over denk... ' Michels, thans KNVB-bestuurslid technische zaken, doelde daarbij op de onverkwikkelijke media-rel met Marco van Basten, die zich in de opvolgingsprocedure van bondscoach Thijs Libregts gepasseerd voelde toen Leo Beenhakker naar voren werd geschoven, terwijl aan de roep van spelers om Johan Cruijff voorbij werd gegaan. 'Van Basten is menselijk door het ijs gezakt', luidde toen het commentaar van Michels. Gisteren noemde hij het begrijpelijk dat een speler die onder een dusdanig hoge druk leeft en bovendien op dat moment de Italiaanse titel alsmede een bonus van 800.000 gulden bij AC Milan misliep 'in zijn auto op weg naar huis menselijk explodeert'.

Balverliefd

In de optiek van Michels kunnen individuele sporters zichzelf beter opladen en hebben zij derhalve minder hulp van buitenaf nodig. Anders is het gesteld met de teamsporter die zich kan verbergen in het geheel. 'Maar er zijn ook balverliefde spelers die vaak iets doen dat op dat moment niet in het belang is van het team. Hier ligt dus een belangrijke rol voor de motivator.' Zijn teamsporters naar de mening van Michels afhankelijker van de trainer/coach waar het de motivatie betreft, uitzonderingen als Cruijff of Van Hanegem zullen er altijd blijven. 'Van Hanegem is eerzuchtig. Hij moet altijd winnen, ook al speelt hij een partijtje met jongetjes. Slaagt hij er niet in te winnen, dan is het heel zielig. Voor die jongetjes.' Op het terrein van de motivatie is door de jaren heen veel veranderd. Trainers krijgen in toenemende mate te maken met agressieve tweekampen op het gras; de spits tegen de centrale verdediger, Van Basten versus Kohler. 'Gullit, Van Basten en Bosman moeten incasseren en uitdelen. De duels zijn bikkelhard geworden. Bij het motiveren moet de trainer de spelers opjutten, maar tegelijkertijd er voor zorgen dat ze een technische beheersing houden. Met dit soort zaken hebben Abe Lenstra, Faas Wilkes en Kees Rijvers niet te maken gehad.

Motiveren is ingewikkelder geworden, het is niet meer mogelijk de zweep over een elftal te leggen en er dan zeker van te zijn dat ze optimaal gemotiveerd het veld ingaan.' Tegen die achtergrond haalde Michels in zijn soms wat warrige voetbalcollege het begrip bijgelovigheid aan. Spelers zoeken binnen het enorme spanningsveld steeds meer naar steun voor zelfvertrouwen. 'En ze gaan er in geloven. In de Nederland hebben wij daarvan een voorbeeld in de persoon van haptonoom Ted Troost. De man heeft de gave spelers heel goed te kunnen motiveren, maar hij roept toch een probleem op. Vedetten moeten in staat zijn zich zelfstandig op grote wedstrijden voor te bereiden en moeten zich niet afhankelijk maken van derden.' In zijn afronding vroeg Michels zich af of een motivator over praktijkervaring dient te beschikken. 'Zo lang het algemene motivatie betreft, is dit niet altijd een vereiste. Ik noem Karel Lotsy, in de jaren dertig befaamd om zijn donderpreken. Maar in de huidige topsport is het bepaald onvoldoende om alleen daarmee tot een optimaal resultaat te komen.' Was de opvolger van Michels als bondscoach, Thijs Libregts, dan een slecht motivator? 'Ik denk het niet, maar soms krijgt een trainer geen kans. Libregts is weinig of niet geholpen door de media, ondanks zijn successen. Hij had gewoon een onmogelijk taak.'

    • Bert Regeer