LUIGI NONO 1924-1990; Revolutionair componist

De Italiaanse componist Luigi Nono, die gisteren op 66-jarige leeftijd overleed aan een leverkwaal in een ziekenhuis in zijn geboortestad Venetie, was een progressief en revolutionair componist - hij had dwarse, linkse, communistische opvattingen en gaf daaraan vorm met steeds nieuwe compositietechnieken, met het in de jaren vijftig fervente, woede-opwekkende serielisme, met elektronische muziek en de laatste jaren met computers. Nono deed dat door de jaren heen met grote consequentie, zonder zich iets aan te trekken van modes en trends. Hij bleef zijn ideeen compromisloos trouw, ook in zijn persoonlijk leven, en riep met zijn streng doorgedreven engagement telkens opnieuw grote weerstanden op. De wereldpremiere in Venetie van zijn opera Intolleranza '60 ging in 1961 gepaard met het gooien van stinkbommen.

In '62 waren er in Keulen betogingen tegen hetzelfde stuk. Nono's anti-kernbom cantate Sul ponte di Hiroshima ('Op de brug van Hiroshima') werd in 1964 Edinburgh met veel tegenstrijdig rumoer ontvangen. De Verenigde Staten mocht hij voor de Amerikaanse premiere van Intolleranza in '65 niet in, wegens zijn politieke opvattingen. In 1975 demonstreerden christen-democratische Milanezen tegen de premiere van Al gran sole, carico d'amore, een 'opera' tegen de Amerikaanse Vietnam-oorlog, die in '79 ook in Amsterdam werd vertoond. In 1988 verliet Nono de Berlijnse Kunsthochschule vanwege 'organisatorische wanorde' en 'verstarring van de leermethoden'.

Luigi Nono werd algemeen erkend als een van de belangrijkste hedendaagse componisten, ook door degenen die kritiek hadden op zijn opvattingen. Zelf kon en wilde hij die niet los zien van zijn kunst. Che Guevara's uitspraak 'schoonheid is niet in strijd met de revolutie' was ook Nono's credo. Ondanks zijn destijds als gevoelloos ervaren na-oorlogse componeren zwoer Nono bij het espressivo, bij de menselijke stem, die hij soms instrumentaal gebruikte, maar vooral de functie gaf van drager van ideeen, teksten en emoties, zoals in La fabbrica illuminata voor zangstem en band en in het aangrijpende Il canto sospeso op teksten uit afscheidsbrieven van ter dood veroordeelde verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. 'Zonder gevoel is muziek leeg', zei Nono in een interview in het Algemeen Handelsblad. Maar hij verklaarde ook: 'Voor mij is kunst geen reflectie, maar agitatie. Ideologie en kunst zijn volgens mij in principe niet te scheiden.' Nono zei Strawinsky te haten, menselijk, moreel en muzikaal: 'Je reinste Hollywood-mentaliteit. Een citatencomponist, zijn vroegste tijd uitgezonderd.'

Hij bewonderde Schonberg ('een echte revolutionair, een bouwer van geavanceerde toonarchitectuur') en was getrouwd met diens dochter Nuria.

In de jaren '60 en '70 werd Nono in Nederland met enige regelmaat uitgevoerd, door het Concertgebouworkest - dat de Canti di vita e d'amore echter wegens problemen bij de voorbereiding van het programma afvoerde - en tijdens Holland Festivals. In 1974 ging in het Amsterdamse Concertgebouw Como una ola de fuerza y luz (1972): de muzikale opwekking van de dode jonge linkse Chileen Luciano Cruz, die met overdonderende en bezwerende klanklawines wordt aangeroepen en dan verschijnt om te worden toegezongen: 'Je zult blijven lichten, jong als de revolutie.' De uitvoering vond plaats onder leiding van Michael Gielen met Maurizio Pollini als pianist en met de componist achter de knoppen van de versterkers. Het was muziek van verpletterende kracht en dramatiek. Ik was er zeer van onder de indruk, van de poezie in de tekst en ook door de subtiele gradaties in de geproduceerde orkaankrachten, die later enigszins tot rust kwamen in ... sofferte onde serene... (1976), voor piano en band, eveneens uitgevoerd door Nono's vriend Pollini. Anderen noemden Como una ola stuk pathetisch, bombastisch, muziek voor hardhorenden.

Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag had Nono, zoals eerder Stockhausen, Kagel en Messiaen uitgenodigd, voor het geven van lessen en concerten. Zijn dood maakt dat project nu onmogelijk.