Het vliegtuig zal bescheiden twee maal het geluid vliegen; Super-Corcorde niet goedkoop

PARIJS, 10 mei - Het nieuwe Super-Concorde vliegtuig, dat de Fransen en Britten het liefst in samenwerking met de Amerikanen willen ontwikkelen, zal niet goedkoop zijn. Henri Martre, president-directeur van de Franse fabrikant Aerospatiale, schatte gisteren de totale ontwikkelingskosten op 20 miljard gulden. Toch zag hij een commerciele toekomst voor het toestel. Voor de opvolger van de Concorde zullen geen nieuwe technologische doorbraken nodig zijn. Het super-supersonische vliegtuig zal voortbouwen op de bestaande Concorde, waarvan er 13 rondvliegen en die er gezamelijk meer dan 100.000 vlieguren op hebben zitten. 'Een schat aan gegevens', zei Martre. 'We zijn met het Britse Aerospace de ware specialisten van het vliegen boven de geluidssnelheid.' Om de kosten te drukken zullen geen baanbrekende technische hoogstandjes nagestreefd worden als een snelheid van vijf maal het geluid. De Super-Concorde zal bescheiden tweeeneenhalf maal het geluid vliegen. Een kleine verbetering ten opzichte van de Concorde, die 2,2 maal het geluid haalt. Deze snelheid stelt de reiziger in staat Parijs-Tokio in 51/2 uur te doen. In 1952 deed een Constellation met 34 personen aan boord over deze vlucht nog 51 uur.

De kerosine-consumptie zal drastisch omlaag gaan ten opzichte van de superslurper Concorde, 4,5 liter per stoel per 100 km. Dat is ongeveer wat de huidige jumbojets verbruiken. De Olympus-motor van de Concorde heeft 10 liter per stoel en per 100 km. nodig. De beide constructeurs proberen de fouten van de Concorde te vermijden. Bij de research zal men veel aandacht geven aan de milieu-eisen, de ozonlaag mag niet aangetast worden en de geluidsoverlast mag niet boven de 100 decibel komen. De huidige Concorde produceert er 120. Dat was in de jaren zeventig voor de Amerikanen een reden de Fransen en Britten geen landingsvergunning te geven in New York. Aan de motor moeten daarom speciale eisen worden gesteld. Het Franse vliegtuigmotorbedrijf Snecma en het Britse Rolls-Royce hebben afgelopen december al een akkoord getekend om een nieuwe generatie supersonische motoren te ontwikkelen. Het staatsbedrijf Snecma is al aan de vijfde versie van de MCV99 bezig, de motor met variable cyclus.

De nieuwe Concorde zal ook op andere punten een vooruitgang op de huidige Concorde betekenen. Het vliegtuig kan non-stop naar Tokio, dankzij een bereik van 12.000 km. (de Concorde haalt 6.200 km.). De capaciteit zal verdubbeld worden, de Concorde kan 128 passagiers vervoeren, de nieuwe super-super tussen de 200 en 300. De Britten mikken op een markt van toestellen voor 200 passagiers, de Fransen op 300. Uiteindelijk zal het compromis waarschijnlijk precies het gemiddelde zijn: 250. Al deze kwaliteiten moeten leiden tot een ticketprijs, die gelijk is aan die voor de huidige business-class. In de Concorde liggen de prijzen boven de tarieven van de eerste klas die de concurrentie voor dezelfde bestemmingen rekent.

Volgens Henri Martre heeft zijn nieuwe toestel alleen kans van slagen als er geen concurrenten zijn. 'Gezien de krapte op de markt is het idioot om twee van deze toestellen uit te brengen'.

De Franse directeur denkt bij 500 verkochte toestellen uit de kosten te zijn en hij schat de behoefte van de markt op 600 stuks. Uiteraard ziet Martre zijn bedrijf en Aerospace, gezien hun supersonische ervaring, als de enige serieuze kanshebbers. De Amerikaanse concurrent Boeing heeft echter ook een ontwikkelingsprogramma voor een supersonisch vliegtuig lopen en Martre noemt samenwerking met de Amerikanen zeer wenselijk.

De Concorde, die voor 10 miljard gulden ontwikkeld werd vanaf 1962 en in 1976 ging vliegen, werd onder meer een commerciele flop omdat de Amerikanen, bang voor de technologische voorsprong van de Europeanen, het vliegtuig geen landingsrechten gunden. Juist voor de Atlantische vluchten was het toestel bedacht. De nieuwe Super-Concorde met zijn bereik van 12.000 km. mikt eerder op de Aziatische dan de Amerikaanse markt. Daarom flirtte Martre gisteren met de Japanners, die ook bezig zijn met een supersonische motor. Ook de Westduitsers, die samen met de Fransen en Britten, de succesvolle Airbus-industrie hebben opgezet, zijn welkom. Daarnaast wordt aan toetreding tot het project van de Sovjets gedacht.

De situatie is voor de Amerikanen anders dan tijdens de lancering van de Concorde. De Europeanen hebben nu een eigen vliegtuigindustrie, die Boeing en McDonnell Douglas serieuze concurrentie aandoet. Een boycot van een Super-Concorde is tegenwoordig onmogelijk.

In Engeland en in Frankrijk werken teams van 20 man aan het nieuwe toestel. Een maal per maand komen de groepen bijelkaar om gegevens uit te wisselen en nieuwe doelstellingen te formuleren. Aan de andere kant van het Kanaal is de werknaam van het toestel AST (Advanced supersonic transport) en in Frankrijk ATSF (Avion de transport supersonique futur). Eerst zullen beide bedrijven een studie voor de haalbaarheid en de technische definities doen, ten bedrage van 70 miljoen gulden. In principe moet de Super-Concorde in 2005 vliegen. Tegen die tijd wordt de huidige Concorde, waarvan er 6 bij British Airways en 7 bij Air France vliegen, uit bedrijf genomen. Al op 5 april jl. tekenden de twee bedrijven een akkoord voor de ontwikkeling van het nieuwe vliegtuig. Daarna werden de beide regeringen geinformeerd. De Franse regering is bereid enige miljoenen in de studie te steken.