Geen gegadigden om wit goud te delven

VENLO, 10 mei - Acht Turkse, twee Marokkaanse en twee Nederlandse vrouwen lopen in de broeierige warmte tussen langgerekte zandbedden te zoeken naar de barstjes, waarmee de asperge zijn komst aankondigt. Door het gunstige weer is de oogst zo overvloedig dat de hele dag wordt doorgewerkt in plaats van een paar uurtjes direct na zonsopgang.

Door het grote aanbod kunnen de asperges hun bijnaam niet waarmaken. Het 'witte goud' levert de telers in Limburg en Brabant relatief lage prijzen op. 'Om er goed aan te verdienen moet de eerste soort eigenlijk een tientje per kilo opbrengen. We krijgen er nu zeven gulden voor, net genoeg om uit de kosten te komen, ' zegt kweker M. Teeuwen, eigenaar van het drie hectare beslaande aspergeveld.

Toch mag hij blij zijn dat zijn asperges worden geoogst. In jaren met normale weersomstandigheden wacht de plant tot na 15 mei om de kop uit het zand te steken. Dan hebben al veel scholieren examen gedaan en kunnen ze met asperges steken geld gaan verdienen. Maar dit jaar is het aspergeseizoen drie weken eerder dan normaal begonnen. Lang niet iedere teler heeft dat probleem kunnen opvangen.

Teeuwen: 'Ik heb gelukkig genoeg stekers kunnen krijgen via de tuinbouwvereniging, maar ik ken collega's die dat niet gelukt is. Die laten de asperges gewoon doorschieten of bellen een loonbedrijf: kom de zaak maar omploegen, want ik kan het niet meer aanzien. Dat doet wel even pijn, want zo verdwijnt er al gauw voor dertigduizend gulden in de grond.' Minister De Vries (Sociale Zaken) lanceerde deze week het plan om werklozen het tekort aan arbeidskrachten in de tuinbouw en de bollenteelt te laten opvullen. Daardoor zou de werkloosheid dalen, en bovendien zou het inschakeling van illegale dagloners uit Polen tegenhouden.

De tuinder uit de praktijk denkt daar even anders over: 'Hier werklozen inzetten? Dan ploeg ik nog liever al mijn asperges om. Dit is geen werk voor iemand die door het arbeidsbureau wordt gestuurd. Asperges steken of aardbeien plukken is een apart vak. Dat wordt van oudsher gedaan door mensen die wat willen bijverdienen en niet door iemand die zich daar eigenlijk te goed voor vindt.' Ofschoon Teeuwen te spreken is over de prestaties van de Turkse en Marokkaanse vrouwen, had hij liever net als voorgaande jaren Poolse arbeiders gehad: 'Daar kan niemand tegen op. Als je ze niet dwingt om op te houden, werken ze 's nachts nog door, steeds in hetzelfde tempo. Maar het mag niet meer, heb ik te horen gekregen. En omdat ik geen zin heb in een boete, heb ik alle Polen die mij een brief hebben gestuurd laten weten dat ik helaas geen werk voor ze heb.' In de Personeelsvoorziening Agrarische Sector 1990 (de 'bollenregeling'), die minister De Vries deze week heeft rondgestuurd, wordt arbeidsbureaus erop gewezen dat een bepaalde volgorde moet worden gehanteerd bij de tewerkstelling van personeel in de land- en tuinbouw. Eerst moet het werk aan Nederlanders worden aangeboden, dan komen EG-onderdanen buiten Spanje en Portugal aan de beurt, dan Spanjaarden en Portugezen en daarna pas werklieden uit het Oostblok.

Het toezicht op naleving van dat voorschrift is streng. Het is dus uit met de lankmoedige houding die de inspectie Arbeidsverhoudingen de afgelopen jaren heeft aangenomen. De illegale arbeider wordt het land uitgezet en de werkgever wacht een fikse boete. Het Directoraat-generaal voor de Arbeidsvoorziening gaat ervan uit dat vorig jaar 40.000 Polen in ons land hebben gewerkt, van wie er maar twee- a drieduizend een werkvergunning hadden. In totaal telt de Nederlandse land- en tuinbouw jaarlijks 200.000 'gelegenheidswerkers'. Diverse arbeidsbureaus hebben samen met het Landbouwschap al projecten opgezet om werklozen het ontstane gat te laten vullen. In Amsterdam hoopt men komende zaterdag duizend deelnemers in te schrijven voor een begeleid arbeidsproject in de bollenteelt. En in Venlo wordt gewerkt aan een project om het imago van het werk in de tuinbouw te verbeteren, zegt H. Minkenberg van het gewestelijk arbeidsbureau. Samen met het Landbouwschap en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond onderzoekt het GAB wat kan worden gedaan aan de verbetering van de arbeidsvoorwaarden. 'De tuinbouw wordt vaak geassocieerd met werken in vuil en vocht, buiten of in een kas. Bovendien wordt geen vaste basis geboden. We zoeken het vooral in het laatste: meer vastheid.' Of de tuinders op de uitkomsten van dat onderzoek kunnen wachten, is uiterst twijfelachtig. Terwijl de asperges op sommige velden hoog boven de bedden uitgroeien, staan de Polen als het ware om de hoek klaar.

Op een grote parkeerplaats in het Duitse stadje Straelen op tien kilometer van Venlo staan twintig auto's met een Pools nummerbord. Twee Polen beginnen naar hun auto te rennen zodra ze het woord 'Arbeit' horen. Ze hebben al twee weken staan wachten op Nederlandse tuinders die om hun diensten zitten te springen. Om te slapen en te wonen hebben ze alleen hun auto, meestal een minuscule Fiat. Sanitaire voorzieningen zijn er niet. Dan stopt er een gloednieuwe jeep. Een piepjonge Poolse koppelbaas springt eruit en biedt aan: 'Een man, drie dagen lang, tien uur per dag voor tien mark per uur.'

Binnen een minuut is hij weer verdwenen met een dolgelukkige landgenoot.

De maatregelen om illegale arbeid van Polen tegen te gaan lijken hun vruchten af te werpen. De Noordlimburgse arbeidsbureaus hebben nog geen werkvergunning aan buitenlanders afgegeven en er is geen boer te vinden die zegt dat dat hij ergens Polen heeft gesignaleerd. Maar de grote trek moet nog komen, als over enkele weken het aardbeien plukken begint en over twee maanden het bollen pellen. 'Ik ben een CDA'er in hart en nieren', zegt tuinder Teeuwen, 'maar wat er in de top van mijn partij gebeurt, kan ik maar op een manier verklaren: ze hebben daar niet een hersencel die weet wat er in de tuinbouw aan de hand is. En intussen gaat er voor miljoenen hulp naar Polen, terwijl je die mensen hier niet een paar tientjes mag laten verdienen.'