Alders dreigt boeren met inkrimpen van veestapel

UTRECHT, 10 mei - Minister Alders (milieubeheer) heeft vanmorgen in Utrecht de veehouders, die in 1994 geen afdoende maatregelen hebben getroffen om het mestoverschot aan de banden te leggen, gedreigd met inkrimping van de veestapel. Inkrimping kan in de zogenaamde fosfaatverzadigde gebieden zelfs aan de orde komen voor 1994, aldus Alders op een symposium over duurzame landbouw.

Juist vandaag heeft het Landbouwschap in een brief aan minister Braks (Landbouw) laten weten dat pas in 1995 kan worden voldaan aan de strengere mestnormen. Braks is van plan de termijn te vervroegen naar 1993 omdat er al eerder grotere mestoverschotten per bedrijf dreigen dan aanvankelijk was geraamd. Braks is van plan om veehouders, die in 1993 nog geen oplossingen hebben gevonden voor hun bedrijfsoverschotten, te dwingen tot tijdelijke sluiting van hun bedrijven.

Minister Alders trok in Utrecht bijzonder hard van leer. 'Het behoort tot mijn verantwoordelijkheid om over de ernst van de problemen geen misverstand te laten bestaan, want er dreigen onherstelbare milieu-effecten.'

Volgens Alders werkt het agrarische bedrijfsleven soms 'gebrekkig' mee aan het zoeken naar oplossingen voor het mestprobleem. 'Al bij het verschijnen van de milieucriteria-nota werd van die kant gezegd dat men met de daarin opgenomen normen niet kan leven. Daarmee wekt de bedrijfstak - ten onrechte - het beeld dat er niet schoon kan worden geproduceerd', aldus Alders.

Alders dreigde al eerder met inkrimping van de veestapel. Dat was na afloop van de Noordzee-conferentie in maart van dit jaar. Vanmorgen zei hij in Utrecht: 'Gebeurt er nu niks dan zullen er in 1995, als de tweede fase van de mestwetgeving is afgesloten, aanzienlijke knelpunten ontstaan. Daarom hangt inkrimping van de veestapel wel degelijk in de lucht.'

Met zijn collega van Landbouw voert hij overleg over de problematiek.

Het landbouwschap zegt in de reactie op een mogelijke vervroeging van de termijn naar 1993, waarop het bedrijfsleven oplossingen voor de mestoverschotten zal moeten hebben gevonden, dat voor 1995 onmogelijk sprake kan zijn van grootschalige mestverwerking. Daarmee wordt gedoeld op mestverwerking in fabrieken. Volgens het Landbouwschap ligt de verantwoordelijkheid waarmee de vergunningen worden afgegeven bij de overheid. Daarmee zou drie tot vier jaar gemoeid zijn.