10 MEI: HEMEL VOL GEWELD

Vandaag vijftig jaar geleden vielen Duitse troepen Nederland binnen. A. Ekker, destijds redacteur van het Algemeen Handelsblad, beschrijft hoe het nieuws van de inval de redactie bereikte en geeft een ooggetuigeverslag van het bombardement van Schiphol. 9 mei, 19.00 uur

De nachtploeg van het Handelsblad, die het ochtendblad van de 10de mei, nr. 37.104 met zijn tien pagina's moest samenstellen, kwam als altijd omstreeks 19.00 uur in de nog zonnige vooravond in actie in de trotse Handelsblad-burcht aan de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal. Binnenland-, buitenland-, financiele, sport- en fotoredacteuren, zetters, opmakers en medewerkers van het secretariaat, die de telefonisch binnenkomende bijdragen van correspondenten in binnen- en buitenland moesten uitwerken op de wat ouderwetse dictafoons.

Een avond naar het leek met de routine van alle andere, voor zover er bij een krant ooit van routine sprake is. Meterslange slangentelexberichten van ANP en buitenlandse agentschappen, binnengekomen sinds het einde van de dagdienst om 17.00 uur. Kopij van correspondenten uit alle delen van het land die per treinbrief binnenkwam en op het Centraal Station werd opgehaald. Ongeduldige correspondenten uit Londen, Berlijn, Parijs die hun berichten wilden doorbellen. Dezelfde routine, maar inhoudelijk altijd nieuw en verrassend.

Toch was het geen avond als de voorgaande. Sinds donderdag 2 mei was 's avonds ter redactie de dreiging weer fysiek zichtbaar geweest. Zoals eerder in november '39, rond de dertiende januari 1940 en nog een paar maal daarna, waren er sterke en betrouwbaar lijkende indicaties geweest dat Hitler op het punt stond aan de hand van het van voor de Eerste Wereldoorlog daterende plan-Schlieffen de 'onneembare' Franse Maginot-linie via Nederland te omzeilen. Zenuwenoorlog meenden sceptici.

Net een maand na de overval van Duitsland op Denemarken en Noorwegen en het mislukken van de Britse hulpexpeditie in Noorwegen was zo'n zenuwenoorlog alweer een dag of tien in volle gang, nu ooktegen ons eigen land. Voor de Handelsblad-redacteuren tekende die dreiging zich af doordat sinds begin mei hoofdredacteur D. J. von Balluseck elke avond ter redactie verscheen om zich met de chef van de redactie Anton J. Boskamp in de beslotenheid van de kamer van de hoofdredacteur urenlang door de eigen correspondenten in de hoofdsteden van de oorlogvoerende mogendheden, door de Haagse redacteur en door relaties in het Hoofdkwartier van de Generale Staf over de ernst van de gevaren te laten inlichten.

En dan nu ineens niet meer op die zachte avond van donderdag de 9de mei. 20.40 uur

Als, later dan anders, redactie-chef Boskamp conform jarenlange routine ter redactie verschijnt is hij alleen. De hoofdredacteur, verklaarde hij desgevraagd op de hem eigen cryptische wijze, had die avond geen reden meer de vinger op de weer rustige pols van het vaderland te houden. Het gevaar was weer eens overgedreven, lichtte hij toe, zonder veel meer details dan dat die conclusie berustte op informatie uit 'Den Haag'. En in het bijzonder van relaties bij de Generale Staf. De spanning was weer eens geweken.

Dat al meer dan een week ernstig gevaar voor een Duitse aanval op Nederland had bestaan, had de redactie kunnen afleiden uit dat ongebruikelijk en geheimzinnig avondlijk beraad van de hoofdredactie. Maar de relevante informatie bleef het geheim van de hoofdredactionele vertrekken. De lezers van de krant hadden er nauwelijks weet van gehad. Vrijwel geen regel was er - als bij afspraak - in de Nederlandse krantekolommen over verschenen.

Die lezers zouden daar pas een aanwijzing voor kunnen krijgen in het in voorbereiding zijnde ochtendblad van de 10de mei, in een bericht van United Press uit Brussel dat de redactie buitenland van de telex plukte. Het werd die avond met een bescheiden kopje doorgegeven, zij het wel met de vermelding: 'pagina 1'. Het zou daar in de tweede kolom worden afgedrukt, onmiddellijk na 'Chamberlain'. De kop: Ontspanning te Brussel wordt groter, daaronder: Verwachte gebeurtenissen bleven uit.

Het bericht luidde: Brussel, 9 Mei (United Press) - In bevoegde kringen te Brussel werd hedenavond verklaard dat de ontspanning die reeds hedenmorgen merkbaar was nog aanzienlijk groter is geworden. Gevraagd naar de reden voor deze ontspanning, verklaarde men in dezelfde kringen dat dit was 'omdat de verwachte gebeurtenissen niet hadden plaatsgevonden'.'Het gevaar', aldus werd hieraan toegevoegd, 'schijnt voorlopig te zijn geweken'. De Belgische bladen maken melding van deze ontspanning. De Peuple schrijft: 'Hoewel de internationale toestand wat de veiligheid van Belgie betreft minder gespannen schijnt te zijn en de berichten niet meer het alarmerende karakter schijnen te dragen van de vorige dagen, betekent dit nog niet dat de toestand thans opgehouden heeft onzeker te zijn. In Belgie is een maximum aan voorzorgsmaatregelen genomen, waardoor de snelle ontwikkeling van de internationale toestand met rust en vastberadenheid kan worden gevolgd.' Het bericht uit Brussel leek een bevestiging van een in de late middag van de 8ste mei via de ANP-telex uit Berlijn binnengekomen perstelegram van het officiele Deutsches Nachrichten Buro, DNB, dat met als bron de zegsman van Von Ribbentrops Auswartiges Amt had bericht: Berlijn, 8 Mei (DNB) - Over de jongste in het buitenland verbreide beweringen over een bedreiging van Nederland door Duitschland wordt van Duitsche zijde het volgende opgemerkt: 'De ontdekking van de plannen der Geallieerden in Zuidoost-Europa heeft op de betrokken landen een dergelijke indruk gemaakt, dat de Engelsche oorlogshetzers thans tot al even domme als plompe afleidingsmanoeuvres hun toevlucht nemen. Zij bedienen zich daarbij van Amerikaansche persbureaux, welke berichten verspreiden, volgens welke Nederland ten zeerste zou worden bedreigd.

Het is de oude methode van het 'houdt den dief' welke hier wordt toegepast. Zoo deelde de Associated Press mede dat haar van zeer betrouwbare zijde was medegedeeld, dat twee Duitsche legerkorpsen zich van Bremen en Dusseldorf in de richting van Nederland bewogen en zulks wel zoo snel, dat zij zoo dadelijk de grens zouden bereiken. 'De 'zeer betrouwbare bron' van dezen militaire onzin is, zooals wij kunnen uitmaken, het Britsche ministerie van Inlichtingen. Dit Britsche ministerie is door de Duitsche onthullingen over de aanstaande plannen van Engeland en Frankrijk dermate getroffen, dat onder alle omstandigheden deze afleidingsmanoeuvre in scene moest worden gezet.'

21.42 uur: Eindelijk mooi weer

Getrouw verscheen het uit De Bilt afkomstige weerbericht voor de 10de mei op de ANP-telex. Nadat het bijna een week lang van meer of minder zware bewolking, en dinsdags de 7de nog van mist melding had gemaakt, nu dan eindelijk, twee dagen voor Pinksteren: 'Zwakke tot matige noordelijke tot oostelijke wind. Helder tot half bewolkt'. Mooi vooruitzicht voor de pinksterdagen en de bloeiende Betuwe! Het bericht ging plichtmatig in de buizenpost naar de zetterij.

Na al de indicaties van geweken spanning die de eerste uren van de nachtdienst beheersten, ineens een daarmee slecht sporend, cryptisch bericht uit de Duitse hoofdstad dat bij de redactie buitenland op tafel viel. Ook dat zou zijn weg naar de voorpagina vinden: de officiele reactie van Berlijn op de rede van de Britse minister van buitenlandse zaken Lord Halifax in het Lagerhuis. Halifax had de terugtrekking aangekondigd van Britse troepen uit Noorwegen. Londen verguldde die pil met de verklaring dat het die troepen ter beschikking wilde hebben indien zich andere onvoorziene Duitse acties zouden voordoen. Het Duitse commentaar kwam telefonisch direct uit de Duitse hoofdstad van de Handelsblad-correspondent in Berlijn, ... Max Blokzijl! Dezelfde die zich meteen na de bezetting van Nederland ontpopte als geheim lid van de NSB en die na de oorlog wegens collaboratie met de vijand is opgehangen! 'Berlijn ziet in de rede van Halifax een bedreiging der neutralen', meldde Blokzijl in het verslag van een in de middag van de 9de mei gehouden persconferentie. Hij voegde eraan toe dat Der Angriff (de nazikrant) had gemeld: 'Engeland is reeds bezig toe te slaan. Wij zullen den slag pareren.' Uit de Deutsche Algemeine Zeitung citeerde Blokzijl voorts de beschuldiging dat Engeland de neutrale vliegvelden in handen zou trachten te krijgen en hij voegde er onheilspellend aan toe: 'Duitschland heeft voor tegenmaatregelen reeds alle voorbereidingen getroffen.'

Neutrale vliegvelden? Konden daar andere mee zijn bedoeld dan die van Nederland en Belgie? 22.45 uur

Herman Rutters, de muziekredacteur, stak zijn hoofd om de deur van de redactie binnenland om zijn recensie af te leveren van de uitvoering van 'De Cracht van 't Landt bestaedt', 'een zogenaamd nationaal oratorium' zoals Rutters het noemde, dat anderhalf jaar na zijn premiere die avond als volksconcert in het Concertgebouw zijn tweede uitvoering beleefde. Op 'kaleidoskopischen, rammelenden... heel vaak brallenden tekst', luidde de recensie. Hoewel, naar Rutters schreef, men de belangstelling niet daverend kon noemen, was er aan het slot een geestdriftige ovatie en het aanheffen van het Wilhelmus. De dichter van die brallende tekst, Martien Beversluis, zou zich kort na de Duitse bezetting ontpoppen als gedreven bewonderaar van het Duitse nazisme.

Terwijl de recensie naar de zetterij ging voor de kunstpagina, groeven de vijf redacties zich rustig door de vele andere kolommen aan kopij die van alle zijden binnenkwam, zoals het volgende bericht van Reuters uit Washington: De Nederlandse regering heeft de Nederlandse gezant te Washington benoemd tot Algemeen Betaalmeester voor al haar ambtenaren in het buitenland, voor geval van nood.

In de bioscopen draaien, blijkens de dagelijkse agenda: Ninotchka met Greta Garbo, Meine Tante Deine Tante met Johan Heesters, De Marx Brothers in het Circus en Dianna Durbin in First Love.

23.30 uur

Naarmate het middernachtelijk uur naderde kreeg de binnenlandredactie - bezet door avondredactiechef Hein van Wijk, de dichter Eduard Hoornik en schrijver dezes - in toenemende mate verontrustende informaties van correspondenten in de streek langs de Duitse grens, Maastricht, Venlo, Nijmegen, Enschede.

Al die correspondenten meldden vreemd lawaai dat sinds het vallen van de duisternis in het grensgebied onafgebroken hoorbaar was. Zwaar geronk van motoren, ontploffingen en andere, moeilijker te identificeren geluiden. Ook woedend geblaf van blijkbaar opgeschrikte hofhonden en geloei van zeer onrustig vee. Bij de plaatselijke autoriteiten en in de buurt gelegen Nederlandse militairen konden zij er geen verklaring voor krijgen.

Kon het de begeleiding zijn van het verder paraat maken van de Nederlandse strijdkrachten na de enkele dagen tevoren ingetrokken verloven? Misschien, maar het lawaai leek vrijwel zeker van de andere zijde van de grens te komen, meende de Nijmeegse correspondent Lammers van Buuren. Matthias Kemp in Maastricht en zijn man in Venlo hadden dezelfde ervaring. Desgevraagd ook de correspondent in Enschede. Uit Den Haag kon er echter geen verklaring voor worden verkregen, en de correspondenten hadden te weinig houvast om hun waarnemingen hard te maken in berichten voor het ochtendblad. Vrijdag 10 mei 1940, 00.00 uur. Na het afsluiten van de vroegste buiten-editie bestemd voor de veraf gelegen delen van het land, tijd voor de schaft van de zetterij. Voor de redactieleden betekent dat de gebruikelijke gang naar de aanpalende cafes, Scheltema en Heddes, waar ook collega's van De Telegraaf, aan de overzijde van de Nieuwezijds Voorburgwal, (zwakke) hart- en andere versterkingen plegen te nuttigen. Boven de hoofdstad een donkere heldere hemel waaraan een klein nieuw maantje geen licht brengt.

Een mooie zoele nacht voor nog een klein half uur op een terrasje voor de Haarlemse, Gooise, Utrechtse en om 03.30 uur de stadseditie moeten zijn gevuld.

Een mannetje van de expeditie blijkt er weer in geslaagd de eerste buiten-editie van De Telegraaf in handen te krijgen. Zal wel op uitwisselingsbasis gebeuren. De concurrentie heeft niet veel meer dan we zelf hebben. Wel iets: - daling van de beurswaarde in Nederland in april met 332 miljoen; - het verslag van een lunch in het Carlton Hotel in Amsterdam waar Claire Boothe - vrouw van Henry Luce, de eigenaar van het Amerikaanse weekblad Time - leden van de buitenlandse pers had ontmoet, die, schreef De Telegraaf sneerend, 'hier wachten opdaverende dingen dezer dagen'.

01.35 uur

Op de zetterij worden de dagelijkse zes pagina's 'Rondom de Hoofdstad' afgesloten, die met lokaal nieuws worden ingevoegd in de edities voor Gooi, Kennemerland en Utrecht. Meestal het tijdstip voor de Rondom-de-Hoofdstad-redacteur om thuis het bed, of onderweg de Societeit De Kring op te zoeken.

Op dat ogenblik beginnen de ANP-telex en de sinds de mobilisatie de hele nacht voor meldingen van de Luchtwachtdienst (LWD) openstaande radiozenders, berichten te melden over het overvliegen van het Nederlandse grondgebied door onbekende vliegtuigen. Op zichzelf niets nieuws. Schending van ons luchtruim is sinds het uitbreken van de oorlog in september '39 een vrij regelmatig voorkomend verschijnsel, waaraan de Duitsers zowel als de geallieerden zich schuldig maken.

Maar nu toch anders. Uit de berichten van de LWD blijkt dat het om ongewoon grote aantallen vliegtuigen gaat, voornamelijk vliegend van oost naar west en vooral boven IJsselmeer en de noordelijke provincies. De onrust van de avond is meteen terug op de redactie. Wel blijkt uit niets dat de vreemde vliegtuigen anders doen dan als gewoonlijk het neutrale luchtruim te schenden op weg naar de vijand, Engeland. Maar de massaliteit waarvan nu kennelijk sprake is, maakt de eerdere berichten van de correspondenten actueel.

De nachtchef binnenland besluit dat de redactie volledig aanwezig blijft en dat weer contact met de grenscorrespondenten wordt gezocht. Rond twee uur hebben die in Gelderland en Overijssel niets toe te voegen aan hun eerdere rapporten. Het is onverminderd lawaaiig en er zijn veel vliegtuigen in de lucht waarnaar de armen van de zoeklichten van de luchtverdediging zoeken. Alleen de correspondent in Maastricht blijkt ineens niet meer te bereiken. De Maastrichtse telefooncentrale die de verbinding tot stand moet brengen, laat bij monde van een telefonist met een nogal vreemd - was dat Limburgs? - accent weten dat zij niet meer kan doorverbinden.

Het overvliegen van Nederland, blijkens de LWD nu zeer en masse, gaat door totdat om 02.45 uur de golven over de Noordzeekust zijn verdwenen. 'Dat zal dus wel Engeland worden. Als de Britten onze radio beluisteren, weten ze dat er een zware bui in de lucht hangt. Dan zal de RAF de startblokken wel aan het wegtrekken zijn,' meent iemand op de redactie.

03.15 uur

We zijn nog met ons vijven: de drie binnenlandredacteuren, Eduard Messer van buitenland en da Silva Rosa van de financiele redactie. Niemand gelooft meer dat het een nacht als alle andere is. Gewoonlijk worden de laatste pagina's - de 'een' en die met de laatste berichten - van de stadseditie om precies 03.30 uur gesloten. Dan worden de vormen gegoten. Meteen daarna kunnen de persen draaien en moeten, als de bezorging zich bij de expeditie in de Paleisstraat meldt, de pakken kranten al een uurtje netjes gebundeld klaar liggen. 'Kunnen we de krant niet nog een uurtje openhouden, tot half vijf, als het licht is?' vraagt iemand. Brilman, de chef van de zetterij, heeft er niet veel moeite mee. Hij heeft een paar zetters die de sfeer wel aanvoelen. Ook de andere technische afdelingen gaan akkoord. Op de redactie wijst het lot de twee redacteuren aan die tot definitieve sluiting om 04.30 uur op de krant zullen blijven. Just in case. Het zijn Messer en da Silva Rosa.

03.30 uur

Van Wijk, Hoornik en ik kunnen het bed opzoeken.

03.55 uur

Ik sta met mijn sleutel in de hand om de fietsenstalling in de Cliostraat te openen als plotseling de stilte van de slapende stad wordt verbroken door overscherende vliegtuigen en meteen daarop van verder weg het vrij gedempt dreunend geluid als van explosies en kanonvuur. Een paar honderd meter verder waar de straat bij een braak liggend veldje een open blik richting Schiphol biedt - mijn werkterrein als luchtvaart-verslaggever van de krant - zijn loodkleurige wolken zichtbaar die over een breed front omhoog kolken. De lucht is vol van vliegtuigen. Te ver weg om ze te herkennen. Zwarte wolkjes van exploderende granaten maken duidelijk dat er zwaar op ze geschoten wordt.

Aan de Stadionkade - de rand van Amsterdam Zuid - waar ik een beter zicht in de richting Schiphol wilde krijgen gingen de gordijnen opzij en verschenen slaperige hoofden. Wat te zien was liet geen enkele twijfel. Op Schiphol woedden enorme branden. In de lucht cirkelden Duitse en Nederlandse vliegtuigen schietend om elkaar heen. Bij een verbijsterde bewoner van een van de zijstraten, die er zelf geen zicht op had, mocht ik in ruil voor informatie de redactie telefonisch inlichten. 'Dit is het, vrees ik, da Silva! Ik kom straks wel met meer.'

Hoofdredacteur Von Balluseck die ik vervolgens uit bed belde, lichtte ik in dat de krant nog open was en dat redactie en zetterij bezet waren. Ik zei hem dat ik maar een beetje in de richting van Schiphol ging kijken. 'Kijk maar goed uit', bond hij me op het hart.

Toen ik via de Amstelveenseweg via het prachtig in lichtgroen blad staande Bosplan met een andere nieuwsgierige fietser de weg naar Schiphol in sloeg, bleek die waarschuwing niet overbodig. Toen we ons juist op een vrij grote, open plek bevonden scheerde een Duitse jager vurend uit al zijn kanonnen met donderend geweld laag over het Bosplan. De hele hemel was vervuld van geweld. We smeten de fietsen opzij en zochten dekking achter twee dikke bomen.

Een aantal vliegtuigen had ik intussen duidelijk herkend. Duitse maar ook Nederlandse jagers. De branden op Schiphol logen er niet om. Terug dus naar de Amstelveense weg, waar ik andermaal bij een vriendelijke en nieuwsgierige bewoner van de telefoon gebruik kon maken om, vermoedelijk als eerste Nederlandse oorlogsverslaggever, een samenvattend en voorlopig verslag door te bellen. De krant was nog open. Het kon nog mee!Terug in het Bosplan trof ik weer de onbekende fietsmakker, met wie het vervolgens verder ging in de richting van de dijk langs de Ringvaart. In de lucht was het weer rustig geworden en de weg naar Schiphol bleek open tot even voor de brug over de Ringvaart, waar naast een soort draaikom een paar woningen stonden die al maanden door de Luchtverdediging waren gevorderd. Een militair hield ons aan met de vraag wat we gingen doen. 'Pers', probeerde ik. 'Naar het vliegveld om te zien wat er allemaal gebeurd is.'

Enorme branden woedden enkele honderden meters verder aan de overkant van het water, inktzwarte rookwolken stegen hoog op, wat duidde op brandende olie en benzine.

De militair trok ons beiden met een greep van de fiets af, wees op de zuidelijke horizon waar plotseling golven Duitse bommenwerpers zichtbaar werden, en joeg ons de kelder van een van de huisjes in. Een paar tellen later begon het verbijsterend geweld van een bommenregen, die op nog geen halve kilometer afstand insloeg. De ene explosie leek voor de voordeur te liggen, maar de volgende was nog dichterbij, en de volgende... Seconden leken uren. Na een inslag, die ineens van heel ver leek te komen, was het stil. Het tapijt was gelegd.

Toen we met z'n drieen naar buiten gingen, bleek aan de overkant van het water pal tegenover ons een huis tot puin gebombardeerd. Het vliegveld leek een kokende hel, weinig uitnodigend voor een onervaren oorlogsverslaggever.

Ik keerde terug, met het oog steeds in alle windstreken de hemel afspeurend. Bij een benzinepomp aan een kruispunt bij de ingang van het dorp Amstelveen stuitte ik onverwachts op KLM-vlieger Viruly. Ook per fiets, in uniform. We kenden elkaar oppervlakkig - hij was nooit erg toegankelijk - en hij vertelde me dat hij op het vliegveld was overvallen door het eerste bombardement. Tot mijn verbazing zag ik dat hij in een plas stond: juist toen hij met een andere KLM'er vluchtend van het vliegveld per fiets op de Ringvaartdijk was aangekomen, was het tweede bombardement begonnen en de twee vliegers waren zonder aarzeling in de Ringvaart gesprongen. Daar hadden zij zich tegen de wallekant aangedrukt tot de bommenregen voorbij was. Het plasje dat aan zijn voeten ontstond sijpelde uit zijn drijfnatte uniform, waaraan mij eerder niets was opgevallen.

Van Viruly's verdere relaas heb ik niets meer vernomen; van boven Ouderkerk kwam een derde golf bommenwerpers - in drie, vier V-formaties, achter elkaar - recht op ons af. We stoven ieder een andere kant op, ik zocht dekking op de stoep van een huis. Toen seconden later het geweld van de inslagen de grond onder de voeten deed schudden, ging achter me een deur open en werd ik naar binnen getrokken. Ik bevond me in een gang vol kinderen en volwassenen. Ze gaven me een stoel en ik kreeg koffie. Toen het bombardement voorbij was belde ik de krant om opnieuw verslag te doen. Er werd niet meer opgenomen.

Een uur of zo later vond ik bij mijn thuiskomst de ochtend-editie van het Algemeen Handelsblad van 10 mei 1940. Precies zoals we die om 03.30 uur netjes hadden afgesloten. Over wat er 25 minuten later met Nederland was gebeurd geen regel. De tekst van mijn telefonisch doorgegeven eerste oorlogsreportage heb ik nimmer onder ogen gehad.

Van de later in de ochtend op straat gekomen extra editie werd de inhoud - zoals alle volgende dagen tot de capitulatie - bepaald door wat het Algemeen Hoofdkwartier van de Nederlandse strijdkrachten uit Den Haag op de ANP-telex liet zetten. Totdat op 17 mei de eerste Duitse verordening via het ANP-net op de aangesloten redacties binnenkwam. De opperbevelhebber van het Duitse leger en de opperbevelhebber van de Duitse legergroepen in Nederland maken bekend '... dat het de Duitse Weermacht zou spijten indien zij zich, gedwongen door vijandelijke handelingen van onverantwoordelijke elementen der burgerbevolking, tot scherpe maatregelen tegen de ganse burgerbevolking genoodzaakt zou zien.'

Gevolgd door een eerste reeks van acht Verordeningen.

Wat in die zes dagen daarvoor precies op die telex is verschenen, blijkt niet meer te achterhalen: bij het ANP zelf ontbreekt in het archief precies die ene archiefdoos met de kopieen van alles wat van 10 mei 1940, 0.00 uur, tot 16 mei 1940, 0.00 uur, op het net is gezet. Morgen: de tweede oorlogsdag.