Zorg om Oost-Europese zigeuners; Federatie Rom en Sinti: zigeuners slachtoffer van vervolging en discriminatie

AMSTERDAM, 9 mei - Zigeunerorganisaties in Nederland maken zich grote zorgen over de positie van zigeuners in verschillende Oosteuropese landen. De onlangs in Amersfoort opgerichte Federatie Rom en Sinti wil dat er een zware Westeuropese delegatie naar Roemenie gaat om berichten na te gaan dat zigeuners niet hebben kunnen profiteren van Westerse hulpgoederen en vervolgd en bedreigd worden. Van de delegatie zouden behalve zigeunerleiders ook oud-bondskanselier Willy Brandt, Simon Wiesenthal en oud-minister Van der Stoel als voorzitter van het Nederlandse Helsinki Comite deel moeten uitmaken. Rom en Sinti veroordeelt tevens de uitspraak van president Vaclav Havel dat hij niet bij machte is iets te doen tegen mishandelingen van zigeuners door Tsjechoslowaakse skinheads. Hiervan was de afgelopen week sprake onder meer in de stad Pilzen.

In de Roemeense stad Tirgu Mures (Transsylvanie) werden na de gevechten tussen Roemenen en Hongaren in maart van dit jaar zeven zigeuners, die Hongaren hadden geholpen, veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Zij werden schuldig bevonden aan 'het schenden van de socialistische moraal'. Volgens mr. J. H. A. Kammer, die Hongaars doceert aan de universiteit van Groningen en die regelmatig Transsylvanie heeft bezocht, was het onder het Ceausescu-bewind heel gebruikelijk dat 'landlopers' op grond van dit wetsartikel gevangen werden gezet of naar werkkampen werden gestuurd. 'Het is bekend dat deze veroordeelde zigeuners allemaal werk hadden en een blanco strafblad', zegt Kammer. Prof. dr. Istvan Futaky, Hongaar van geboorte en in de Bondsrepubliek werkzaam aan de universiteit van Gottingen, volgt de ontwikkelingen in Roemenie en Transsylvanie, waar een grote meerderheid Hongaren woont, op de voet en maakt zich grote zorgen over het lot van de zigeuners die het slachtoffer worden van vervolging door Roemenen. Hij doet een beroep op Hongaarse en zigeunerorganisaties in Nederland specifiek op zigeuners gerichte hulpacties op touw te zetten in Roemenie. Hij zegt over videobeelden te beschikken van zigeunerprogroms. Als voorbeeld noemt hij het in brandsteken door Roemeense boeren van zeventien woningen van zigeuners in de stad Reghin in februari. Bij die gelegenheid werden volgens hem zwangere vrouwen in het vuur teruggeduwd toen zij trachtten te ontkomen.

Volgens Futaky is het vooral de rechts-nationalistische Vatra Romanesca die achter de vervolgingen op Hongaren en zigeuners zit. Hij wijst in dit verband op een in februari verschenen intern document van de Vatra, waarin de volgende citaten voorkomen: 'Omdat de bevolking van de stad voor de helft Roemeense is, zal Vatra Romanesca haar inspanningen op Tigru Mures blijven richten tot dat de Roemeense nationale geest zo sterk is geworden dat wij alle eisen van de Hongaren kunnen afwijzen. (...) In Groot-Roemenie zal geen plaats zijn voor vreemde elementen als Hongaren, zigeuners, Duitsers, Tataren of joden. Het ogenblik is aangebroken om de minderhedenkwestie definitief en onherroepelijk op te lossen.' De uit Hongaarse ouders geboren dr. L. K. Maracz, als bestuurslid van de Friese afdeling van het Nederlands Transsylvanie Comite deze week teruggekeerd uit Transsylvanie, heeft ook de stellige indruk dat de zigeuners in Roemenie nauwelijks iets van de hulpgoederen hebben gekregen. 'Je ziet daar in Transsylvanie', zegt hij, 'vaak Roemenen elkaar het V-teken geven. Dat heeft niets met vrijheid of victorie te maken maar is de V van Vatra, die enge bloed-en-bodem organisatie. Een hele griezelige ontwikkeling is dat met het oog op de komende verkiezingen Vatra Romanesca een samenwerkingsverband is aangegaan met het Front voor Nationale Redding. Wat de zigeuners betreft maak ik me ook erg ongerust. Je ziet overigens dat Hongaars-sprekende zigeuners de kant kiezen van de Hongaren en de Roemeense zigeuners, zij het passief.' Volgens Maracz kan in Transsylvanie alleen verder bloedvergieten worden voorkomen als er VN-troepen worden gelegerd. De jurist Kammer ziet meer heil in het verder juridisch uitwerken van het internationale verdrag ter bescherming van de Universele Rechten van de Mens naar rechten voor minderheidsgroepen. 'Daar moet', aldus Kammer, 'een internationaal verdrag over komen, waar ook een land als Roemenie zich aan dient te houden met als sanctie minder wederopbouwhulp uit het Westen.'