Vis in EG beter af dan vluchteling

AMSTERDAM, 9 mei - De geest van 'Schengen' is weer uit de fles. Gistermiddag konden in een Amsterdams advocatenkantoor recente geheime concept-verdragteksten door de media worden afgehaald. Het was er niet druk want het is volgens de emeritus hoogleraar mr. H. Meijers 'een taaie materie'. Hij was het onlangs nog in het Britse House of Lords wezen uitleggen 'en daar begrepen ze er ook niks van'.

De bijbehorende boodschap luidde als volgt. Wij maken ons grote zorgen over de manier waarop dit kabinet met de mensenrechten van vluchtelingen omspringt. Is straks de EG nog bereikbaar voor mensen die op de nominatie staan in eigen land te worden gemarteld of doodgeschoten. Maken zij een reele kans? Nee, zo vond de 'Commissie van Deskundigen' samengesteld uit advocaten, verdragsjuristen, minderhedenvertegenwoordigers en vluchtelingenwerkers. De EG is bezig een diepe gracht rond haar grenzen te graven. En dat gebeurt op een slinkse manier - achter de ruggen van de nationale parlementen, het Euro-parlement, de EG-Commissie en het EG-hof om. Volgende week wordt het Nederlandse parlement ingelicht; vierentwintig uur later vindt er vermoedelijk het laatste Schengen-bewindsliedenoverleg in Den Haag plaats. Het is maar wat je onder parlementaire controle verstaat en welke waarde je hecht aan een publiek debat, zo schamperde de Commissie.

De verdragen waar het om gaat zijn de aanvullende overeenkomst bij het verdrag van Schengen (tussen de Benelux, Frankrijk en Duitsland) en de ontwerp asielconventie van de twaalf EG-landen. Gisteren bevestigde staatssecretaris Dankert (buitenlandse zaken) tijdens een voordracht in Maastricht dat 'Schengen' vermoedelijk snel getekend kan worden. Bondskanselier Kohl zou garanties hebben gegeven voor de bewaking van de Oder-Neissegrens met Polen. Volgens de opponerende Commissie van Deskundigen wordt de Asielconventie van de Twaalf vermoedelijk getekend tijdens de top van Dublin van 24 juni. Parlementariers die dan nog bezwaren hebben zullen de ratificatie moeten tegenhouden. Geen populaire stap in een periode van 'Euro-forie' waarin geen enkel land als eerste uit de boot wil vallen. Opkomen voor de rechten van asielzoekers scoort bovendien publicitair niet bijzonder. Het was niet voor niets stil in het advocatenkantoor.

In beide verdragen worden verwijzingsregels vastgelegd - welk land is verplicht wiens asielverzoek in behandeling te nemen. Zo wordt voorkomen dat asielzoekers van het ene land naar het andere trekken om hun geluk te beproeven. Ook is het probleem van de 'refugee in orbit' dan opgelost - de vluchteling wiens asielverzoek door geen enkel land in behandeling wordt genomen. Dat lijkt dus prima geregeld, totdat men zich de praktijk van alledag realiseert. In de EG zijn de toelatingsnormen voor vluchtelingen even gevarieerd als de nationale politieke culturen. Tamils, Somali's, Hongaren, Iraniers - in het ene EG-land zijn ze hartelijk welkom, in het andere worden identieke gevallen linea recta teruggestuurd. Een strikt verwijzingsverdrag functioneert dan als Russisch roulette: heeft een Tamil het ongeluk te worden verwezen naar Nederland dat nauwelijks Tamils toelaat, in plaats van naar het royalere Frankrijk, dan is zijn enige kans op asiel in de EG straks zo goed als verkeken. Dat komt neer op schending van het zogenoemde 'refouleer'-verbod, in 1951 afgesproken bij het Vluchtelingenverdrag van Geneve. EG-landen sturen geen vluchtelingen terug naar landen waar ze worden vervolgd, zo luidt dit fundamentele rechtsbeginsel. Een verdrag met alleen procedureregels kan dan ook niet bestaan zonder eensluidende normen voor asielverlening en asielprocedure, meent de Commissie. Dat zou binnen de EG geregeld moeten worden met een controlemogelijkheid door het Europese Hof. Voor eenduidige toepassing van de regels voor graan en vis staat de gang naar de Europese rechter open, dus waarom niet voor asielzoekers? Pas als de twaalf EG-landen hetzelfde verstaan onder 'vervolging' is onderlinge verwijzing toelaatbaar. Nu leidt in theorie iedere uitwijzing door een EG-land tot een schending van het recht om toevlucht te zoeken door de andere elf lidstaten. De hoop is gevestigd op de Tweede Kamer die hierover volgende week woensdag vergadert. Toen eind vorig jaar ondertekening van het verdrag van Schengen nabij leek, dwong de Kamer het kabinet de toezegging af dat 'materiele harmonisatie' alsnog bij de onderhandelingen moest worden ingebracht. Dat is ook gebeurd, zo verluidt, maar met bijzonder weinig resultaat. Als de Kamer daar een punt van maakt is het niet uitgesloten dat het Nederlandse voorzitterschap van het Schengen-overleg toch nog mislukt. Dankert tekent dan eind juni een verdrag dat de Kamer mogelijk niet zal ratificeren. Maar daar is wel politieke moed voor nodig.