Studie naar gedrag scholier

LEIDEN, 9 mei - Veel jongeren in de laagste schoolsoorten, LBO en MAVO, komen daar niet terecht omdat ze te dom zouden zijn voor HAVO of VWO, maar omdat ze veel sociaal-emotionele problemen hebben. Aan deze problemen met hun ouders, met leeftijdgenoten en met zichzelf besteden ze meer aandacht dan aan school. Roken, drinken, gokken en geweld horen voor deze leerlingen niet bij het gewone experimenteergedrag van pubers, maar zijn een uiting van echte problemen. Dit betoogde prof. dr. R. F. W. Diekstra, hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie, gisteren in Leiden tijdens de opening van een nieuw gebouw voor de sociale wetenschappen. Zijn bevindingen maken deel uit van een grootscheeps onderzoek onder 12.000 scholieren tussen 12 en 20 jaar waarvan de eerste resultaten vorige week bekend werden. Toen bleek dat deze jongeren over het algemeen optimistisch zijn over het vinden van werk en over hun toekomstige salaris. Volgens Diekstra 'deelt een aanzienlijke groep jongeren niet in dit optimisme en is het de vraag of ze dat ooit zal doen'. Zijn onderzoek behandelt 'gedrag en gezondheid' van de scholieren. Hij constateert met name bij LBO- en MAVO-leerlingen een opeenhoping van de onzekerheden waarmee jongeren worden geconfronteerd. Ze hebben behoefte aan stabiele, voorspelbare relaties en respect en waardering van een 'sociale groep', maar ze krijgen te maken met een-oudergezinnen, kleinere familieverbanden, dreigende werkloosheid, moeders die buitenshuis werken, ontkerkelijking, criminaliteit en drankmisbruik. Diekstra spreekt van 'multiple problemen' bij LBO- en MAVO-leerlingen, die zich uiten in depressiviteit en zelfmoordpogingen, concentratieproblemen en slaap- en eetstoornissen. Het percentage LBO-leerlingen met een 'negatief zelfbeeld' is twee- tot driemaal hoger dan het gemiddelde.

De hoogleraar pleit voor meer zorg en hulpverlening voor deze leerlingen, hun ouders en hun scholen. Het definitieve rapport verschijnt in augustus.