Scepsis bij universiteiten over onderzoekscholen

ROTTERDAM, 9 mei - Forse steun uit de universitaire wereld lijkt niet meer dan logisch voor het plan van minister Ritzen (onderwijs) om 'onderzoekscholen' op te zetten. Het gaat immers om centra voor hoogwaardig onderzoek, waar aankomende wetenschappers het vak kunnen leren door mee te werken aan toponderzoek.

In plaats van steun ontmoette het plan echter vooral scepsis op een symposium in de Leidse Pieterskerk vorige week. Waardering dat de minister zich wil inspannen voor de beste studenten en onderzoekers werd overschaduwd door vrees dat de algehele kwaliteit van de universiteiten zal worden aangetast. Volgens oud-directeur-generaal voor het hoger onderwijs prof. dr. R. J. in 't Veld kan het idee 'als je het concreet uitwerkt een groot gevaar voor het hoger onderwijs opleveren. Ik heb niet de indruk dat de minister zich van de risico's bewust is'.

Volgens In 't Veld kost de infrastructuur van de scholen vele miljoenen - miljoenen die Ritzen niet heeft. Koppeling van de scholen aan bestaande faculteiten die de beste op hun gebied moeten worden, zoals Ritzen wil, vormt volgens In 't Veld eerder een bedreiging dan een versterking van het niveau van de universiteiten. 'Als je de onderzoekscholen koppelt aan enkele faculteiten die op dit moment op een of meer deelgebieden de beste zijn, dan zullen er over een jaar of twintig een paar heel sterke faculteiten ontstaan waar de beste mensen werken. Daar zou niets op tegen zijn, als het niet zou betekenen dat je zo de kwaliteit van de andere faculteiten uitholt.'

Zeer goed

Het Nederlands onderwijs, aldus In 't Veld, heeft tot dusver juist als belangrijk kenmerk dat 'de slechtste school en de slechtste gediplomeerde relatief nog zeer goed zijn'.

'Dat geldt ook voor het universitaire onderwijs. Voor het Nederlandse aanzien in de wereld is dat wellicht nog belangrijker dan potentiele excellentie die in onderzoekscholen is geinstitutionaliseerd, omdat het een standaard garandeert voor de kwaliteit van de opgeleide mensen.' Het streven naar 'geinstitutionaliseerde excellentie' is volgens In 't Veld, die bijval kreeg van andere sprekers op het symposium, niet per definitie in strijd met een algemeen hoog niveau van de universiteiten. 'Maar in de praktijk van het Amerikaanse hoger onderwijs zie je dat het rampzalige gevolgen heeft. Doordat ze door de topinstituten zijn 'beroofd' van hun goede onderzoekers, zijn veel universiteiten daar die naam eigenlijk niet meer waard.' De roep om onderzoekscholen dateert al uit een ver verleden. In 't Veld introduceerde halverwege de jaren tachtig zelf de termen 'graduate schools' en 'centres of excellence' in het Nederlandse universitaire onderwijs. Dit met de bedoeling voor de assistent-in-opleiding, de aio, een adequate opleidingsstructuur te creeren die zou moeten worden gekoppeld aan sterke onderzoekscentra.

Het is een oplossing waarin tegengestelde belangen om de overhand strijden. Bundeling van toponderzoek betekent beperking van het aantal instituten, mogelijk tot een handvol, omdat Nederland op veel terreinen nu eenmaal niet voorop kan lopen. Maar een adequate onderzoekersopleiding voor vijf- tot achtduizend aio's vergt een groter aantal instituten. Alleen door de spreiding over de wetenschapsgebieden zouden het er al snel honderd moeten worden.

In een nota die hij in maart publiceerde over de onderzoekscholen, maakte Ritzen indirect een voorkeur duidelijk voor een groot aantal. De scholen moeten immers de aio's een vruchtbaar werkklimaat bieden en problemen in hun begeleiding en opleiding oplossen. Tegelijk echter noemde de minister een, hooguit twee scholen per wetenschapsgebied het maximum. De Leidse historicus prof. dr. H. W. Pleket betoogde in het universitaire weekblad Mare dat Ritzen in de nota helemaal uitgaat van de Amerikaanse 'graduate school', met onderwijsprogramma's voor de aio's. Daaruit blijkt volgens Pleket dat de minister niet weet waar hij het over heeft. Volgens de historicus zijn zulke scholen in Nederland helemaal niet nodig. De Nederlandse academicus is immers aanmerkelijk beter dan zijn Amerikaanse collega op het moment dat die aan een onderzoekersopleiding begint. 'In Amerikaanse graduate schools geeft men colleges die je hier in het tweede tot vierde jaar van het doctoraalprogramma krijgt.' Uit de beta- en gamma-wetenschappen komen soortgelijke reacties. De Leidse rector magnificus (en fysicus) prof. dr. J. J. M. Beenakker meent dat de kwaliteit van Nederlandse promovendi in de beta-wetenschappen hoog is'. Onderzoekscholen naar Amerikaans model zouden zelfs averechts werken omdat het de 'concurrentiepositie van Nederlandse onderzoekers op de internationale arbeidsmarkt zou aantasten'.

Breed aanbod

De aio's zelf voelen in elk geval niets voor onderzoekscholen met verplichte onderwijsprogramma's. Drs. J. Doomernik van het Landelijk aio-overleg vindt een breed aanbod voldoende, waaruit de aio kan kiezen wat hij zelf nodig vindt. 'Het moet wel veel beter geregeld worden dan op dit moment, maar een verplicht onderwijsprogramma met misschien ook nog tentamens? Ik wil daar zelfs niet aan denken.' De minister lijkt inmiddels van koers veranderd. De nadruk is verschoven van de opleiding van onderzoekers naar de bundeling van het toponderzoek. Dat valt op te maken uit Ritzens opmerking dat tien erkende onderzoekscholen ruimschoots voldoende zijn. Voor hoogwaardig onderzoek elders aan de universiteiten zou zo voldoende ruimte blijven. Dit betekent wel dat dan hooguit tien procent van de aio's aan zo'n erkende onderzoekschool wordt opgeleid. Voor de anderen laat de minister de vorm van hun opleiding open. Dat mag in andere onderzoekscholen, maar die zullen niet als zodanig door hem worden erkend - en kunnen daarmee niet rekenen op extra geld.

De koerswijziging stelt zijn critici niet gerust. In 't Veld: 'Dan haalt de minister toch erg veel overhoop. Bovendien is het gevaar dan nog groter dat er vaste instituties ontstaan, die het moeilijker maken kwaliteitsveranderingen te honoreren. Verstarring vernietigt de bedoelingen die hij heeft met de onderzoekscholen.'

De universiteiten zien liever dat Ritzen aansluit bij reeds bestaande initiatieven. Geen grootschalige vernieuwing, maar 'koestering van de kasplantjes' die sommige 'aio-netwerken' zijn, met een scherpe selectie aan de poort. Want dat is een stelsel, zo erkent ook Ritzen, dat internationaal waardering oogst.