Satan belast

De Hoge Raad heeft onlangs de beslissing openbaar gemaakt die hij al in maart vorig jaar had genomen over de belastingplicht van de Satanskerk. Daaruit blijkt dat donaties aan deze instelling belast mogen worden als toegangsgeld voor een seksclub. Onze hoogste (belasting)rechter is daarbij niet ingegaan op de vraag of hij het Satanisme als religie beschouwt. De Raad heeft slechts gesteld dat de 'verrichtingen' van de religieuzen van de Satanskerk van 'seksueel-erotische aard' zijn.

Hieraan verbond de Hoge Raad de vaststelling dat de Nederlander de seksshows van de Amsterdamse Zusters van Walburgia 'niet als verrichtingen van religieuze aard' pleegt te beschouwen. De donatie die de op reli-seks beluste 'kerkgangers' aan de ingang van de Amsterdamse tempel moesten afgedragen, had de belastinginspecteur dus terecht betiteld als het toegangsgeld voor een seksshow. Van dat toegangsgeld wilde hij zijn aandeel hebben in de vorm van omzetbelasting (BTW). De inspecteur becijferde de omzet aan toegangsgelden op meer dan vijf miljoen gulden per jaar.

De Kerk van Satan is de Nederlandse tak van een in 1966 in de Verenigde Staten door Anton LaVey opgerichte beweging. Aanvankelijk was zij te vinden in een kerkje in het Noordhollandse Etersheim, maar in 1987 vond zij huisvesting op de Amsterdamse Wallen. Daarmee trok zij niet alleen een breder publiek, maar ook de belangstelling van de overheid. De plaats van vestiging in diverse panden op de Amsterdamse Wallen was niet toevallig. In een 'religieus jasje' gaven naakte dames erotische voorstellingen. Dat gebeurde niet alleen om de bezoekers een bijzondere vertoning te bieden tegen het vaste donatietarief van een gulden per minuut. De schone schijn diende ook om de overheid in verwarring te brengen. In beide doelstellingen is de Satanskerk geslaagd.

De religieuze diensten van kerkgenootschappen vallen buiten de belastingheffing. Hun commerciele activiteiten, zoals de verkoop van souvenirs of kerstkaarten, zijn gewoon belast. De vraag waar de rechter voor stond was dus of de orgies aan de Oudezijds Achterburgwal als uiting van religieuze beleving moeten worden beschouwd of als commerciele uitlaatklep voor seksuele verlangens. Het antwoord dat de Hoge Raad der Nederlanden nu in hoogste instantie op die vraag heeft gegeven, zal weinig fiscalisten verrassen. De tempeldiensten van de Satanskerk hadden zelfs niet de schijn van heiligheid. Wat veel meer verbaast, is de langdurige onmacht van de overheid om dit duivelse sprookje door te prikken. Jarenlang kon de Satanskerk zich verrijken zonder overheidsingrijpen en zonder belasting te betalen. Meer dan tien miljoen gulden aan belastinggeld verdween in de duistere krochten van de Satanistische organisatie in plaats van in 's Rijks schatkist. De grote man achter dit geheel was de nu 43-jarige M. J. Lamers, die zich presenteerde als de Templis Magister der Grotto van de Kerk van Satan.

Hij liet geen middel onbeproefd om de overheid in verwarring te brengen. Illegaal in Nederland verblijvende ontuchtige vrouwen werden gekwalificeerd als eerbare studenten die bij het Satanistisch Seminarium een zesjarige opleiding in de lagere magie volgden. Seksshows werden gekenschetst als voorlichting over religieuze riten, terwijl de drank- en horecawet werd ontdoken door geen sterke drank te verkopen maar glazen te verhuren waarin vervolgens geheel gratis sterke drank werd geschonken. Men hield de schijn zelfs met zo veel overtuiging op dat de Satanskerk zich in kort geding verzette tegen negatieve kwalificaties die de christelijke stichting Moria gaf aan het vereren van duivels en demonen. Verschijningsvormen die door de gekwetste Satanisten juist als manifestaties van de opperste heiligheid werden vereerd. Alle zaken werden door de Satanskerk in de rechtszaal verloren.

Hoewel het de Satanskerk jarenlang lukte de overheid buiten de tempelpoort te houden, was het geweld van de eenmaal op gang gekomen overheidsmoloch bepaald imponerend. De belastinginspecteur legde Lamers persoonlijk in 1984 een boete op van meer dan vijf miljoen gulden. De rechter verlaagde deze fiscale strafmaatregel later tot een miljoen gulden omdat er zijns inziens toch wel een zeker verband moet bestaan tussen de hoogte van de boete en de ernst van het misdrijf. Per slot van rekening zijn er op het Satanische altaar slechts liefdesoffers gebracht en werd in de diabolische mis geen mensenbloed geplengd.

De belastinginspecteur had aanvankelijk al in 1978 na een bezoek op de Oudezijds Voorburgwal een aanslag opgelegd. Hij had toen geconstateerd dat het in de tempelruimten om belaste vleselijke lusten handelde en niet om onbelaste heiligheid. (Al wierp magister Lamens hem tegen dat wat voor de een heilig is voor een ander verwerpelijk kan zijn.) Vervolgens legde hij een aanslag van miljoenen guldens op aan een deel van de Satanisch clerus waar geen cent meer te halen viel.

De belastingontvanger moest deze vordering al spoedig onder zijn verliesposten boeken. Het duurde tot 1984 voordat de fiscus zijn wonden had gelikt. In het begin van dat jaar gingen ambtenaren van verschillende overheidsdiensten op rijkskosten een avondje van de 'aloude religie' proeven. Korte tijd later volgde een inval die door de daarbij gevangen gezette magister als een flagrante schending van onze godsdienstvrijheid werd veroordeeld. Deze inval die zes jaar na de vestiging van de kerk plaatsvond, leidde nog eens zes jaar later tot de openbaarmaking van het slotoordeel van Vrouwe Justitia die ook door haar blinddoek heen God en Satan uit elkaar weet te houden: Satan moet als elke multinational belasting betalen; zes miljoen gulden om precies te zijn.