Overtijdbehandeling is medisch gezien abortus

DEN HAAG, 9 mei - De overtijdbehandeling bij zwangerschap, die niet onder het toezicht van de uit 1984 daterende Wet zwangerschapsafbreking valt, is medisch gezien zonder meer een abortus. Dat zegt de geneeskundige hoofdinspecteur van de volksgezondheid in een notitie die staatssecretaris Simons (volksgezondheid) begin deze week per abuis aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De staatssecretaris had de Kamer een lijst met antwoorden willen toesturen voor de behandeling van het jaarverslag 1987 van de hoofdinspectie over de toepassing van de zwangerschapswet. Hij stuurde de Kamer echter het verkeerde stuk. Daarin informeert de inspectie de staatssecretaris uitvoerig over de problemen bij de uitvoering van de abortuswet, zoals overtijdbehandeling (tot 44 dagen na de laatste menstruatie), de abortuspil en het 'wegprikken' van enkele embryo's bij een meerlingzwangerschap.

Volgens het Tweede-Kamerlid Laning-Boersema (CDA) volgt uit de notitie, die inmiddels door de griffie van de Tweede Kamer aan het ministerie van WVC is teruggestuurd, dat de overtijdbehandeling zich niet meer aan de controle van de wet mag onttrekken. De SGP-fractie, die altijd al tegen zwangerschapsafbreking was, stelt zich op hetzelfde standpunt. Laning verwacht nu op korte termijn 'eerlijke voorlichting' over de ontstane praktijk. Zij zegt dat de overtijdbehandeling in het begin van de jaren tachtig niet onder de werking van de wet werd opgenomen omdat toen in een vroegtijdig stadium nog moeilijk na te gaan was wanneer een vrouw zwanger is.

CDA en SGP grepen de vergissing van de staatssecretaris gisteren onmiddellijk aan om hem te vragen wat de status van de notitie is en snel de 'echte' antwoorden op de vragen uit de Kamer openbaar te maken. Volgens Laning heeft oud-minister van WVC Brinkman destijds alleen maar een 'politiek antwoord' gegeven op kritische vragen over deze zaak, omdat de abortuswetgeving binnen het kabinet een omstreden zaak was.