Nieuwe poging BTW in EG te harmoniseren

BRUSSEL, 9 mei - De Europese Commissie heeft gisteren drie ontwerp-richtlijnen aangenomen om het grensoverschrijdende goederenvervoer in de Europese Gemeenschap te vereenvoudigen. Uitgangspunt daarbij is dat per 1 januari 1993 alle intra-communautaire grenscontroles zullen zijn afgeschaft, waardoor de controle op de verrekening van BTW op een andere manier zal moeten gebeuren dan de tot dusver gebruikelijke aan de grens.

De voorstellen, gisteren gepresenteerd door de Europese commissaris voor de fiscaliteit, mevrouw Christiane Scrivener, zullen binnenkort voor goedkeuring worden voorgelegd aan de raad van ministers van financien en aan het Europese Parlement. Uiteindelijk doel van de BTW-operatie is de sterk verschillende tarieven zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Pogingen daartoe van mevrouw Scrivener zijn al tweemaal mislukt door verzet van de ministerraad.

De eerste ontwerp-richtlijn omvat de instelling van een overgangsregime voor de toestand die ontstaat als de grenzen zijn weggevallen. Er zullen dan geen controles meer zijn op het goederenvervoer, maar alleen achteraf aan de hand van de gebruikelijke handelsdocumenten, zoals bestelbonnen, facturen en transportdocumenten. Dit regime moet ingaan op 1 januari 1993 en zal duren tot uiterlijk 31 december 1996. In de tweede richtlijn wordt de samenwerking tussen de administratieve diensten van de lidstaten geregeld. Die is nodig om mogelijke fraude met het nieuwe systeem tegen te gaan. Omdat er aan de grens geen controle meer is op documenten die het goederenvervoer tot dusver begeleiden zullen de fiscale autoriteiten moeten afgaan op een juiste, periodieke opgave door de bedrijven van in- en uitgevoerde goederen waar BTW over moet worden betaald, of waarvoor BTW wordt terugontvangen. De kabinetschef van mevrouw Scrivener lichtte gisteren toe dat van alle documenten op het ogenblik niet meer dan twee procent werkelijk wordt gecontroleerd.

De fiscale administraties in de verschillende lidstaten zullen in de toekomst via onderlinge vergelijking van de gegevens moeten verifieren of een opgegeven export ook werkelijk correspondeert met een import. Mevrouw Scrivener kondigde gisteren aan dat er daarom een uitwisselingsprogramma zal worden opgesteld voor belastingambtenaren naar het voorbeeld van de al bestaande douane-uitwisseling, het zogeheten Mattheus-programma.

Het derde, door Scriveners collega voor economische en financiele zaken Henning Christophersen ontworpen voorstel voor een richtlijn behelst de verplichting voor bedrijven om statistieken bij te houden van geimporteerde en geexporteerde goederen. Het voorstel betekent volgens de commissaris geen belasting voor de betrokken bedrijven, maar eerder een 'perfecte samenhang tussen de fiscale en statistische verplichtingen'.

Bovendien is het overgrote deel van de exporterende bedrijven - 80 tot 90 procent - groot of middelgroot, waardoor die verplichting geen problemen zal opleveren.

Op de regeling van het volledig vrijgemaakte grensoverschrijdende goederenvervoer door particulieren zullen twee uitzonderingen gelden: auto's zullen niet zomaar gekocht kunnen worden in het land waar ze het goedkoopst zijn om vervolgens naar het land van bestemming te worden gereden, en ook goederen die bij een postorderbedrijf worden besteld zullen onderhevig zijn aan het in het bestemmingsland geldende BTW-tarief.

Voor auto's is de regeling ontworpen dat bij de aanvraag voor het kentekenbewijs de in het betrokken land geldende BTW voor auto's moet worden betaald. Het zal dus niet zonder meer mogelijk zijn om een auto in Luxemburg - waar het tarief laag is - aan te schaffen, om er daarna in een ander land mee te gaan rijden.