Miljarden Marshall- geld voor O-Duitsland

BRUSSEL, 9 mei - De Europese Commissie heeft gisteren haar goedkeuring gegeven aan het besluit van de Bondsrepubliek om geld dat nog beschikbaar is uit het Marshall-plan, het fonds dat na de Tweede Wereldoorlog is gebruikt voor de wederopbouw van West-Europa, te gebruiken voor investeringen in de DDR. Een deel van het kapitaal van het plan bestaat nog steeds, hoewel het doel al lang gehaald is. De laatste tijd werd het kapitaal voornamelijk gebruikt voor het aanmoedigen van investeringen in West-Berlijn, voor milieubescherming en voor het stimuleren van midden- en kleinbedrijf.

In totaal zal in de komende vier jaar 6 miljard D-mark ter beschikking worden gesteld, waarvan 1,2 miljard al dit jaar. De leningen uit het fonds hebben een looptijd van vijftien jaar tegen een rente die twee procent onder de marktrente ligt en een aflossingsvrije periode van vijf jaar. Het geld is bestemd voor die terreinen waar de behoefte van de DDR het dringendst is: stichting van nieuwe bedrijven, modernisering van bestaande industrieen, milieumaatregelen en het opzetten van de infrastructuur voor toeristen. In de DDR bestaat een groot gebrek aan hotels in alle categorieen.

Ondernemingen uit andere landen kunnen zich ook aanmelden om voor de goedkope leningen in aanmerking te komen, zowel via Westduitse banken als via filialen van buitenlandse banken in de Bondsrepubliek. De Europese Commissie beschouwt de sanering van de Oostduitse economie als een 'testcase voor de economische verandering in heel Oost-Europa'.

Toestemming van Brussel was nodig uit een oogpunt van eerlijke concurrentieverhoudingen tussen de lidstaten.

Nadat maandag Tsjechoslowakije een nieuw verdrag voor economische samenwerking met de EG had ondertekend zijn gisteren soortgelijke tienjarige akkoorden ondertekend met de DDR en Bulgarije. Dat met de DDR zal echter achterhaald zijn zodra de vereniging met de Bondsrepubliek een feit is. De akkoorden voorzien in bevordering en diversifiering van de wederzijdse handel en in de geleidelijke afschaffing van bestaande handelsbeperkingen. Tegen 1995 moeten alle EG-contingenten voor industrieprodukten afgeschaft zijn.

Bij de ondertekening op maandag van het akkoord met Tsjechoslowakije onderstreepte de premier van dat land, Marian Calfa, dat Praag er naar streeft om zo snel mogelijk te gaan onderhandelen over een associatieverdrag met de EG. Uiteindelijk is het doel, zo zei Calfa, dat Tsjechoslowakije nog voor het eind van de eeuw lid wordt van de Europese Gemeenschap.