Mexico bereid tot '1992' met gevreesde en bewonderde VS

MEXICO-STAD, 9 mei - Gaat het zo lang in zichzelf gekeerde, trotse en nationalistische Mexico een aloud taboe doorbreken en zal het in navolging van Canada een vrijhandelsakkoord sluiten met de gevreesde en tegelijkertijd bewonderde Verenigde Staten? Het gaat er steeds meer op lijken. Toen president Ronald Reagan jaren geleden een Noordamerikaanse vrijhandelszone voorstelde tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico waren de reacties in het noorden gereserveerd en in het zuiden zelfs ronduit afwijzend. Hoewel Canada en Mexico Amerika's eerste en derde handelspartner waren, en er dus al sprake was van een intens handelsverkeer op het halfrond, bestond er bij Canada en Mexico vrees voor het immense gewicht van de Amerikaanse buurman, niet alleen in economisch maar ook in politiek en cultureel opzicht. Niettemin gingen de Canadezen - geimponeerd door de toenemende economische blokvorming in de wereld - vrij snel door de bocht. Begin vorig jaar beklonken zij met Washington een vrijhandelsakkoord. De publieke reacties in Mexico op dit Amerikaans-Canadese besluit tot een eigen '1992' waren toen zonder meer negatief, en op 7 februari 1989 liet president Carlos Salinas de Gortari weten: 'Mexico beleeft diepgaande veranderingen, maar zal die zelf begeleiden en zich bij geen enkel economisch blok aansluiten.'

Het applaus van de nationalistische vendelzwaaiers, die de buitenwereld traditioneel met wantrouwen of vijandschap bezien, was niet van de lucht. Toch was de nieuwe regering van president Salinas kort tevoren in het geheim in Washington voorbereidend overleg begonnen over de mogelijkheid van een Mexicaanse aansluiting bij de Amerikaans-Canadese vrijhandelszone. Medio maart jl. onderstreepte president Salinas tijdens een reis naar Chili en Ecuador nog dat Mexico in het kader van de economische blokvorming in de wereld vooral veel zag in Latijns-Amerikaanse integratie. Luttele dagen later onthulde de Wall Street Journal echter dat Salinas een maand tevoren zijn minister van handel Serra Puche en zijn persoonlijke coordinator Jose Cordoba, al weer in het geheim, naar Washington had gestuurd om serieus handelsoverleg voor te bereiden. De onthulling werd in Mexico-Stad en Washington wat gerelativeerd, maar niet ontkend. Tijdens een inderhaast belegde ontmoeting met Mexicaanse Senaatsleden sprak de wat geirriteerde Salinas - die naar verluidt het vrijhandelsoverleg zelf had willen onthullen tijdens zijn bezoek aan Washington in juni a.s. - op krachtige toon: 'We zijn tegen onverantwoorde opening, maar ook tegen onmogelijk isolement.'

Waarna hij stelde dat economische samenwerking 'met de buitenwereld' niet ten koste mag gaan van Mexico's soevereiniteit, de minst bedeelden ten goede moet komen en geleidelijk haar beslag zal moeten krijgen. In een vraaggesprek met dezelfde Wall Street Journal op 30 maart bleek Salinas minder defensief. 'We willen meer intensieve relaties met Canada en de Verenigde Staten die flexibel en efficient moeten zijn zodat ook Mexico zal profiteren van zijn commerciele opening', aldus de Mexicaanse president. Salinas zei verder geimponeerd te zijn door de eerste resultaten van het vrijhandelsakkoord dat Canada met de Verenigde Staten sloot: 'Het heeft een kwart miljoen nieuwe banen geschapen en er zijn geen industrieen ten onder gegaan zoals aanvankelijk werd gevreesd. De buitenlandse investeringen en de exporten namen toe. Een minder ontwikkeld land kan ook belangrijk voordeel putten uit zo'n soort akkoord.'

Volgens veel Mexicaanse economen heeft president Salinas' groeiende haast om tot een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten te komen vooral te maken met ernstige problemen waarin diens programma van economische hervorming is verzeild. Sinds Mexico ruim twee jaar geleden zijn drastische en internationaal bejubelde programma van commerciele liberalisering begon zijn de importen namelijk geexplodeerd en de exporten relatief achtergebleven. Werd in 1986 bijvoorbeeld nog een handelsoverschot van bijna acht miljard dollar behaald, vorig jaar kwam Mexico uit op een handelstekort van 3,5 miljard. En de recente olieprijsdalingen voorspellen voor dit jaar weinig goeds. Prof. Jorge Castaneda, een invloedrijk politiek commentator, zegt: 'De betekenis daarvan is duidelijk. Als president Salinas de economie volgens plan met 4 procent per jaar wil laten groeien heeft hij over een langere periode zeker 5 miljard dollar per jaar aan nieuwe buitenlandse fondsen nodig. En dat blijkt nu het grote probleem.'

Het vorig jaar bereikte schuldenakkoord met de buitenlandse banken leverde Mexico slechts een verlichting van zijn afbetalingsverplichtingen op van zo'n 15 procent en toonde tevens de onwil van de banken om nieuwe leningen te verstrekken. De resterende opties zijn beperkt: een terugkeer van Mexicaans vluchtkapitaal (50 a 80 miljard dollar) en een drastische toename van de buitenlandse investeringen. Maar de terugkeer van het vluchtkapitaal blijft ondanks alle liberalisering, het 'vertrouwenwekkende' schuldenakkoord en de hoge binnenlandse rentestand teleurstellend. En de buitenlandse investeringen bleven in 1989 steken op slechts 1,5 miljard dollar - 45 procent minder dan het jaar tevoren. Bovendien worden de vooruitzichten er niet beter op nu vele buitenlandse investeringen worden omgeleid naar Oost-Europa. Daar komt nog bij dat Mexico de buitenlandse investeerders sinds 1982 een stagnerende binnenlandse markt en sinds 1987 ook nog een onbeschermde markt heeft te bieden. Dus voorzover de buitenlandse investeerders interesse in Mexico tonen gaat die vooral naar de exportsector, en die is voor tweederden gericht op de Verenigde Staten. En daar komen dus de voordelen van een formeel vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten in beeld.

President Salinas zei het vorige maand zo: 'De zekerheid van toegang tot de markt van de Verenigde Staten zal een enorme stimulans opleveren om in Mexico te investeren.'

En Jean Claude Gandon, president van de Alser Corporation, liet onlangs in Mexico-Stad weten: 'Mexico wordt door het internationale zakenleven traditioneel gezien als een deel van het economisch zwakke en labiele Latijns Amerika. Alleen als deelnemer aan de Amerikaans-Canadese vrijhandelszone zal het internationale vertrouwen in het land toenemen en zullen zijn produkten serieus worden genomen.'

Een nationalistische commentator als Jorge Castaneda erkent - zonder veel enthousiasme - dat er op termijn aan een vrijhandelsakkoord met de noorderburen niet valt te ontkomen. Hij hamert er echter op dat Mexico zich niet moet laten verleiden tot een snel akkoord en optimale concessies moet bedingen, bijvoorbeeld waar het de toegang van Mexicaanse arbeid tot de Amerikaanse markt betreft. Sally Shelton, die Amerikaanse bedrijven met belangstelling voor Mexico adviseert, meent dat Mexico's formele toetreding tot de Amerikaans-Canadese vrijhandelszone door de grote culturele en linguistische verschillen geen eenvoudige zaak zal zijn. 'Toch gaat het om een onomkeerbaar proces', verzekert zij. 'Nu al is een derde deel van de Amerikaans-Mexicaanse handel helemaal onbelast en worden over tachtig procent van de Amerikaanse exporten naar het zuiden tarieven tot slechts vijf procent geheven. Dit proces gaat door en zal vroeger of later worden geformaliseerd met een handtekening.'