Lokroep van de lire

ROME, 9 mei - Wekenlang heeft de voorzitter van AS Roma zijn mond gehouden. Dino Viola had het hart soms wat al te voor op de tong, meer dan goed was voor hem en voor zijn club. Daarom had hij zichzelf een vrijwillige silencio stampa opgelegd, een persstilte. Maar eind vorige week zocht hij de media op om de plannen voor het komende seizoen bekend te maken, en hij greep die gelegenheid meteen aan om eens ouderwets hard uit te halen. Doelwit was dit keer Juventus. De club uit Turijn, gesteund door Fiat, heeft in april Thomas Hassler, de fel-begeerde verdediger van FC Koln, voor de neus van Roma weggekaapt. Via Rudi Voller was Roma al maanden in onderhandeling met Haessler, en volgens Viola had zijn club meer geboden dan Juventus. Maar om mysterieuze wijze was mevrouw Hassler, de baas thuis volgens Viola, ineens meer gecharmeerd van Turijn. AS Roma zat immers in de rode cijfers en Rome was eigenlijk maar een smerige stad. Een samenzwering van het arrogante Piemonte en van Fiat-president Agnelli tegen Rome, riep Viola. Hij heeft dit niet hard kunnen maken en gebruikte aan het einde van zijn filippica verzoenende tonen: 'Ik zou Agnelli willen oproepen wat meer van deze stad te houden.'

Maar zijn uitval tekent de frustratie van sommige Italiaanse clubs over het aanmatigende optreden van de twee rijkste clubs van het land, Juventus en Milan. Deze clubs hebben in Fiat en in het Fininvest-imperium van Silvio Berlusconi geldschieters achter zich met vrijwel onbegrensde mogelijkheden. 'Berlusconi maakt ons het leven onmogelijk', verzuchtte de president van het gedegradeerde Ascoli, Costatino Rozzi, enige tijd geleden. 'Berlusconi koopt wie hij nodig heeft', aldus Rozzi, en aan de verliezen die Milan lijdt is altijd wel een Fininvest-mouw aan te passen. Met veel jaloezie hebben de andere clubs gezien hoe Milan zich vorig jaar een reservebank kocht van spelers die in andere teams een vaste plaats zouden krijgen. Met evenveel jaloezie zien die clubs hoe Agnelli nu Juventus in staat stelt met een vrijwel nieuw team te beginnen, om de gouden jaren uit de tijd van Michel Platini te doen herleven.

De voetbalclubs in andere Europese landen zijn niet de enigen die klagen over de lokroep van de lire. Ook de kleinere clubs in Italie hebben het er moeilijk mee. Zo probeert Fiorentina, finalist in de UEFA-cup, alles bij elkaar te schrapen om Roberto Baggio te behouden, maar het aanbod van Juventus is waarschijnlijk aantrekkelijker. Clubvoorzitters doen van alles om een groter budget te krijgen. Gianmarco Borsano, de voorzitter van Torino, dat na een jaar Serie B weer terug is in de hoogste klasse, heeft geprobeerd zijn club genoteerd te krijgen aan de beurs in Milaan. Zo zou Torino met de spaarcenten van de supporters sterren kunnen kopen. Uiteindelijk is hiervan niets terecht gekomen wegens een aantal juridische problemen. Onder andere leek het Borsano, net als de meeste clubvoorzitters overigens, niet erg wenselijk om volledige openheid van zaken te bieden over de inkomsten en uitgaven van zijn vereniging. Moeilijk te bepalen is ook hoeveel een club eigenlijk waard is. Tegenover een spelerskapitaal waarvan de waarde sterk kan wisselen, staan vaak schulden die ook niet allemaal duidelijk zijn.

Berlusconi heeft na zijn aantreden vier jaar geleden als voorzitter van Milan gezegd dat hij zich niet had gerealiseerd dat zijn club zulke grote problemen had. Als alles op een rijtje is gezet kan de optelsom tegenvallen. Dat ontdekten ook de eigenaars van Verona, die hun club wilden verkopen aan een financier uit Vicenza, Domenica Zanini. Deze had grote belangstelling, maar zijn bod viel wat tegen: na overleg met zijn accountants was hij bereid voor drie kwart van de aandelen maximaal duizend lire te betalen, bijna 1,60 gulden. Maar ook het grote geld maakt niet gelukkig in de Italiaanse Serie A. Er circuleren hardnekkige geruchten dat Silvio Berlusconi overweegt af te treden als voorzitter van Milan. Hij was woedend over het 'theater' van Napoli waardoor deze ploeg een gelijkspel veranderd zag worden in een reglementaire 2-0 overwinning: een Napoli-speler zou een hersenschudding hebben opgelopen nadat hij een muntje van 100 lire tegen zijn hoofd had gekregen. In de ogen van Berlusconi was het vonnis van de tuchtcommissie bedoeld om Milan af te houden van het kampioenschap. En het gevoel van een complot werd versterkt toen voor de wedstrijd tegen Verona, vier dagen daarna, bij verrassing Lo Bello werd aangewezen als scheidsrechter, iemand met wie Milan altijd problemen heeft gehad. Na de nu al beruchte wedstrijd, met vier omstreden rode kaarten en een nederlaag voor Milan, kon er bij Berlusconi niets meer af dan een grimlach en een knarsentandend: 'We sluiten de week af met een voorbeeldig vonnis en een voorbeeldige scheidsrechter. Leve het voetbal.'