Letterkundig Museum koopt handschriften Achterberg

HAARLEM, 9 mei - Bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper is gisteravond onder grote publieke belangstelling de collectie handschriften van Gerrit Achterberg geveild. Deze zogeheten collectie-Stakenburg is voor fl.116.000 aangekocht door het Letterkundig Museum in Den Haag. Het Letterkundig Museum had van tevoren niet willen zeggen wie namens het museum zou bieden; na afloop bleek dit de vooraanstaande Amsterdamse antiquaar Max Schuhmacher te zijn. De tegenbieder, die anoniem bleef, bood met een geheim teken, maar de laatse keer deed hij dat zo subtiel, dat veilingmeester Bubb Kuyper het niet zag. Kuyper hamerde dan ook af op 116.000 gulden, terwijl 'de bemiddelde particulier', zoals hij werd omschreven, nog door had willen gaan. Met twintig procent opgeld bedraagt de aankopsom 139.200 gulden. Een deel van dat bedrag, 60.000 gulden, is ter beschikking gesteld door de Weekbladpers, eigenaar van onder meer Querido, de uitgever van Achterberg. Het Prins Bernhard Fonds gaf een open garantiesubsidie die mocht oplopen tot een ton. Het ministerie van WVC had eerder laten weten geen geld voor aankoop van de handschriften beschikbaar te hebben, ondanks eerdere toezeggingen van minister d'Ancona.

Vertegenwoordigers van Amerikaanse bibliotheken bleken niet aanwezig. Vooraf is er volgens veilingmeester Kuyper 'intensief verkeer' geweest met Yale University; in een eerder stadium heeft ook de Library of Congress interesse getoond.

Het Letterkundig Museum zal deze handschriften en typoscripten van Achterberg schenken aan het Genootschap Gerrit Achterberg. Het genootschap wil subsidie zoeken om een een historische-kritische uitgave te kunnen verzorgen. De Utrechtse Achterberg-specialist Redbad Fokkema, die de handschriften al heeft onderzocht, schat dat dit nog zeker vier jaar zal kosten.

Jarenlang hebben de familie en het museum onderhandeld, maar tot nu toe slaagde het museum er niet in de aankoop, waarvoor in 1985 een prijs van fl.70.000 werd vastgesteld, te financieren. Mark Stakenburg, een zoon van de collectioneur van deze handschriften, verklaarde blij te zijn met deze afloop. 'Wij hebben er altijd de voorkeur aan gegeven dat de handschriften in Nederlands openbaar bezit zouden komen. Dat is nu - ondanks het museum - gelukt.'