Geschiedenis is de Finse genen ingekropen

De Finse president Koivisto brengt volgende week een officieel bezoek aan ons land, op uitnodiging van koningin Beatrix. De visite is een antwoord op een bezoek van koningin Juliana en prins Bernhard aan Finland in 1974. Het staatshoofd zal zijn dagen verdelen over Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Redacteur W. Woltz was in Helsinki om te horen hoe de neutraliteit van Finland wordt beinvloed door de erupties in de buurlanden.

De landkaart van Europa wordt opnieuw getekend. Republieken rijzen uit de schaduwen van de geschiedenis, vergeten volkeren roeren zich. De chaos in het Kremlin wekt hoop op nieuwe vrijheid en het vereffenen van oude rekeningen. Finland, bezit een pak van die rekeningen. Maar er is in Helsinki geen behoefte om ze tevoorschijn te halen.

Evenmin is er sprake van opwinding en vreugde, zoals in de rest van Europa, over wat er in de Oostbloklanden gebeurt. De regering is bezorgd en voorzichtig, en elke conversatie komt er op neer dat men zich onthoudt van een oordeel. De verwachting dat Finse politici zichzelf door de ontspanning tussen Oost en West meer vrijheid zouden toestaan, blijkt onjuist te zijn. Ook over wat er gebeurt in de buurlanden geven president Mauno Koivisto en premier Harri Holkeri geen oordeel, en zeker geen betuiging van sympathie. Want elke aanmoediging, elk woord van begrip van een land dat zich in 1917 zelf onafhankelijk verklaarde van Moskou, zou als kritiek op de Sovjet-Unie kunnen worden uitgelegd. De lijn loopt van de presidenten Paasikivi naar Kekkonen tot Koivisto, conservatief of sociaal democratisch, ongeacht welke coalitie aan de macht is: Finland is neutraal.

Deze houding heeft in het buitenland ergernis opgewekt. John Foster Dulles vond de Finse afzijdigheid in de Oost-West-confrontatie immoreel. En Franz Josef Strauss kwam met het begrip 'finlandisering'. De term beschrijft het proces waarbij een land zijn vrijheid verliest door eigen zwakheid en meegaandheid, zodat het voor een tegenstander niet eens meer nodig is het militair te bezetten.

Finland heeft vaak het verwijt gekregen dat het zich egoistisch afsluit van de wereld en alleen uit is op materiele welvaart. Het slechte imago van Zweden op dit punt - zogenaamd neutraal in de oorlog, maar wel rijk worden door leveranties aan de Duitsers - straalt ook op de Finnen af. Zij hebben tenslotte zelfs aan de kant van de Duitsers tegen de Sovjet-Unie gevochten.

Een feit is, dat Finland inderdaad rijk is geworden. Van een betrekkelijk arme agrarische natie is het binnen een halve eeuw een hoog ontwikkelde industriele samenleving geworden. De economie is nog steeds voor de helft gebaseerd op de enige natuurlijke grondstof, hout. Maar de Finnen hebben al lang ontdekt dat export van grondstof, bomen of houtpulp, weinig interessant is.

Door een geconcentreerde nationale krachtsexplosie, geholpen door een bijna Japans corporatisme, hebben zij een hoogwaardige, op hout gebaseerde industrie ontwikkeld. Duurdere papiersoorten, geraffineerde en vaak modieuze eindprodukten, maar ook computergestuurde papiermachines. Het resultaat is dat Finland nu een der welvarendste landen ter wereld is, een typische Scandinavische welvaartsstaat met een bijna zo hoge levensstandaard als in Zweden.

Een calvinistische Hollander is geneigd te vragen: maar zijn ze ook gelukkig? Het antwoord van de Lutherse Fin is waarschijnlijk geen vrolijk rondedansje, maar een gecompliceerd en enigszins defensief verweer. Hij ziet de verworven rijkdom als een bevestiging van de Finse onafhankelijkheid en als een rechtvaardiging van de neutraliteitspolitiek. De laatste jaren, sinds de ontspanning tussen Oost en West, is daar een agressiever argument bijgekomen. Is nu niet gebleken hoe futiel en kunstmatig, hoe onverstandig die confrontatie eigenlijk was? En was die ideologische botsing in feite niet immoreel, in plaats van de Finse weigering om daaraan mee te doen? Voormalig diplomaat en nu politiek analist Max Jacobson zegt het in zijn boek: Finland: mythe en werkelijkheid duidelijk. 'In plaats van te vragen of een beleid goed of slecht is voor het Westen, moeten wij ons afvragen of het goed is voor Finland.' Het klinkt juist en verstandig. Maar bij de vele mythen over hun positie hebben de Finnen er zelf een toegevoegd, namelijk dat hun neutraliteit vrijwillig zou zijn. Als dat waar is, dan is het de vrijheid om uit een mogelijkheid te kiezen. De internationale afzijdigheid is hun opgedrongen door de geografische positie in een uithoek van Europa en door de aanwezigheid van een overweldigend buurland, de Sovjet-Unie, waarmee zij 1800 kilometer grens gemeen hebben. Bijna even objectief is het gegeven voor de Finnen, dat intieme omgang met grote mogendheden vrijwel altijd schade en teleurstelling oplevert.

Tweehonderd jaar onderhorigheid aan Zweden en honderd jaar ondergeschiktheid aan het Tsarenrijk hebben deze Scandinaviers geleerd dat hun nationalisme een bloem is die slechts in rust en schaduw kan gedijen. President Koivisto herinnerde er onlangs nog aan toen hem werd gevraagd waarom zijn land niet meer morele steun geeft aan de broeders van de Baltische staten. Toen wij ons in 1917 losmaakten van de Sovjet-Unie en ons zelfstandig maakten, zei hij, adviseerden Duitsland, Groot-Brittannie en Amerika ons om het kalm aan te doen en eerst toestemming uit Moskou te vragen.

Finland kreeg in de winteroorlog van 1939 tegen de Russen ook weinig buitenlandse hulp, behalve dan gebreide sokken en truien uit Nederland en Nederlandsch-Indie ('Voor de Finnen, opdat zij winnen!'). Maar meer dan diepe bewondering voor het heroische kleine land kon er niet af, de westelijke mogendheden hadden wel iets anders aan hun hoofd. Chamberlain sprak over het verre Tsjechoslowakije, 'waarvan wij zo weinig weten', en die boodschap werd in Helsinki gehoord. Finland verloor en moest voldoen aan de territoriale wensen van Rusland.

Toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen vielen in 1941, zette Finland ook de oorlog voort. Niet zozeer om de Duitsers te steunen, als wel om het verloren gebied terug te krijgen. Ook die gok kwam verkeerd uit. De Finnen werden in 1944 gedwongen om tegen bondgenoot Duitsland te gaan vechten, en zij moesten Rusland 300 miljoen dollar (gouddollar met koopkracht uit 1938) herstelbetalingen doen. De geallieerden bepaalden ook, dat oorlogspresident Ryti, twee ministers en een aantal andere politici moesten worden berecht. Zij werden veroordeeld tot gevangenisstraffen, voor de belangrijkste schuldigen tien jaar.

Deze traumatische gebeurtenissen lieten het land verscheurd achter. Eerst bewonderd, toen verguisd als 'collaborateurs van de nazi', 65.000 doden en gewonden, bijna een half miljoen vluchtelingen. Het hielp de reputatie weinig dat de joden in Finland geen haar was gekrenkt: het land moest gestraft worden.

De Finnen voelden zich verlaten, misdeeld en bedreigd. De Sovjet- Unie was een grote mogendheid geworden, het neutrale Zweden had geprofiteerd en de natuurlijke bondgenoot Duitsland was onteerd en onmachtig. In die geestelijke chaos ontwierpen een aantal krachtige leiders, zoals president- opperbevelhebber Mannerheim, de latere president Paasikivi en diens latere opvolger Kekkonen een nieuw buitenlands beleid. De kern daarvan was: vriendschap met de Sovjet-Unie door complete neutraliteit.

Kekkonen heeft de 'Finse paradox' zo uitgelegd: 'Hoe beter het ons lukt om het vertrouwen van de Sovjet Unie als vriendschappelijke buur in stand te houden, des te meer mogelijkheden hebben wij om nauwer met het Westen samen te werken'. Dat beleid werd, met volledige interne consensus, rigoureus doorgevoerd tot op deze dag. Finland slaagde erin om met eb en vloed in de Sovjet-Unie mee te deinen. Het weigerde Marshall-hulp (maar het aanvaardde wel Amerikaanse en Zweedse leningen), bleef buiten NAVO en Warschaupact, deed niet mee met internationale veroordelingen. Het bleef zwijgen toen de Sovjets de Hongaarse opstand neersloegen in 1956, toen Tsjechoslowakije werd overweldigd, het sprak geen woord over de Amerikaanse interventie in Vietnam, en nu zwijgt Finland over de naar onafhankelijkheid strevende Baltische landen.

Pragmatisme is het woord; de regering onthoudt zich van moralistische uitspraken over derden. De Finnen zien daarin niet alleen eigenbelang, maar zij hebben dit amoralisme tot deugd verheven. Kleine naties kunnen maar beter geen meningen hebben. Jakobson citeert Molotov, die eens tegen een Finse gezant zei: 'Het feit dat Finland een kleine natie is, betekent niet dat jullie altijd gelijk hebben'. De twee naoorlogse presidenten Paasikivi en Kekkonen, de belangrijksteuitvoerders van het neutraliteitsbeleid, zijn nationale helden. Beiden onderhielden warme persoonlijke relaties met de Sovjet-leiders, een systeem dat in het oude Tsarenrijk zijn waarde had bewezen. Zij bereikten veel, niet door onderdanigheid maar door slimheid en zo nodig hoog spel. Kekkonen ging op jacht met Gromyko, hij kon meer drinken dan Chroesjtsjov en zo nodig was hij even platvloers. De op de aarde gerichte, boerse achtergrond van de Finnen en hun lange ervaring in de bureaucratie van het Tsarenrijk, leverde dividend op. Zij begrepen de Sovjets en de nieuwe tsaren begrepen hun oude buren. Een extra attractie was dat Finland in het isolement van de Koude Oorlog een poort naar het Westerse denken bleef.

Maar uiteindelijk wisten alle spelers dat er geen sprake was van gelijkwaardigheid. De Finnen moesten vertrouwen winnen, konden soms brutaal zijn door hun ondergeschiktheid, of zoals Metternich over een soortgelijke situatie zei: 'Men moet de bekwaamheid hebben om de domme te spelen, zonder het te zijn'.

Het neutraliteitsbeleid kon alleen slagen als er intern brede overeenstemming was, als er geen krachtige stoorzenders optraden. Kekkonen greep persoonlijk in als politici, kranten of televisie zijn subtiele vertrouwensspel met het Kremlin ondermijnden door kritiek te leveren op de Sovjet-Unie. Hij wilde de kaarten in eigen hand houden. Zo daalde er een zelfgekozen stilte neer over het democratische, vrije Finland.

Is deze uitspraak overdreven? Een bekend enfant terrible, de hoogleraar filosofie Esa Saarinen: 'Nee nee, wij hebben ons verleden begraven. De winteroorlog van '39, ons pact met de Duitsers in '44, de gedwongen veroordeling van onze politici - men heeft er niet over willen spreken. Er is nooit een discussie op gang gekomen wat toen goed en fout was. Het buitenland vindt ons nog steeds moedig omdat wij in 1939 bij 40 graden onder nul tegen de Russen hebben gevochten. En het was ook zo, die soldaten waren helden, tegenover een Fin sneuvelden twintig Sovjets. Maar dat mocht nooit worden gezegd, die veteranen werden weggemoffeld. Als je over de moed van de soldaten van '39 sprak, werd dat beschouwd als een aanval op het buitenlands beleid. 'Drie jaar geleden publiceerde ik een studie over vervuiling. Daarin stelde ik dat de Russische industrie onze wouden en meren vernietigt. De wouden, het land, dat is met mythen beladen bezit, dat heeft te maken met de Finse ziel. Maar ik kreeg veel protesten. Daar moest niet over gepraat worden, want het zou de grote buur kunnen irriteren. Het maakt allemaal deel uit van de nationale schizofrenie, die totale stilte en ontkenning van het verleden. De Finnen hebben nooit gelegenheid gehad om al die tegenstrijdige gebeurtenissen te verwerken of om te rouwen. Het is de prijs die wij hebben moeten betalen voor het dilemma: hoe blijven wij vriendschappelijk tegen de Russen zonder ons zelfrespect te verliezen. Vijftig jaar vriendelijker zijn dan je eigenlijk bent, dat gaat niet zonder kleerscheuren.' Deze erfenis neemt Finland mee. Niet het nieuwe Europa in, want de EG is strijdig met de neutraliteit. Na veel zielonderzoek is het land kortgeleden wel lid geworden van de Raad van Europa, de onschuldigste aller Europese instelllingen. Men mag aannemen dat Moskou daar geen bezwaar tegen had. Zoals alle andere internationale activiteiten - voor de VN, de Helsinki-conferentie - ook met instemming van de grote buur worden ondernomen. Maar internationaal gericht zal Finland niet worden.

Ondanks grote spanningen op de arbeidsmarkt worden vrijwel geen gastarbeiders toegelaten, tenzij zij van Finse afkomst zijn. Buitenlandse ondernemingen mogen niet meer dan veertig procent van Finse bedrijven kopen en zij hebben in vele sectoren ervaren dat toegang tot de Finse markt niet eenvoudig is. Dat zal ongetwijfeld veranderen, moeten veranderen onder invloed van de Europese integratie. Vooral het bedrijfsleven ziet de beperkingen van het lidmaatschap van de EFTA, waarvan Finland lid is met Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, Zwitserland en IJsland. Er zijn gesprekken met de EG over een nauwere associatie, maar de naam van zo'n regeling is omineus: Europese Economische Ruimte - voorlopig veel ruimte. De Finnen, net als enkele van hun partners, willen wel zwenmmen maar zij zien er tegenop om nat te worden. De aarzeling om Europa binnen te gaan is overigens niet alleen politiek. Instinctief voelen veel Finnen, ook jongeren, dat de nationale identiteit na alle schokken van de laatste vijftig jaar nog broos is. Een jonge musicus en dirigent drukte het zo uit: 'Eerst willen wij onze eigen culturele reserves ontdekken en vormen, daar heb ik het buitenland niet voor nodig'. Welvarend, somber, aards (eenderde van alle gezinnen heeft een tweede huis in de bossen), zonder grote verbeeldingskracht maar koppig doorzettend, zo blijft de verre noorderbuur in zichzelf gekeerd op de rand van het continent. Men is gesteld op de Russen maar de afkeer van het systeem zit diep. De geschiedenis is de Finse genen binnengekropen. Ontspanning, perestrojka, glasnost, ontwapening, het is allemaal waar, maar de Sovjet-Unie blijft groot en dichtbij. Overigens, Finland is neutraal in zijn wapenaankopen: een derde uit het Westen, een derde uit de Sovjet-Unie en een derde uit eigen fabrieken.