Brocacef-virus neemt bezit van ACF

AMSTERDAM, 9 mei - De farmaceutische groothandel Brocacef heeft nog het meest van een virus waartegen het bedrijf de geneesmiddelen verhandelt: na zich eerst in de houdstermaatschappij ACF te hebben genesteld, neemt het nu zijn gastheer over. Nadat ACF vorig jaar september volledig eigenaar werd van Brocacef lijken de rollen immers omgedraaid. Brocacef wordt uitgeroepen tot kernbedrijf en de directie van ACF wordt overgenomen door de vroegere Brocacef-top.

Maar anders dan bij een virale infectie, wordt de verovering van Brocacef in financiele kring vooral als een zuivering van ACF gezien. De uitstapjes van deze houdstermaatschappij naar andere, wezensvreemde activiteiten - de diversificatie-strategie van ACF - behoren definitief tot het verleden. En met het relatief gezonde Brocacef kunnen de financiele resultaten van ACF er alleen maar op vooruitgaan, zo is de mening van beursanalisten.

De financiele schade die de vroegere ACF-leiding heeft achtergelaten is niettemin aanzienlijk. Sommige analisten beschouwen ACF als technisch failliet. Alleen dank zij een kredietlijn van 200 miljoen gulden van de ABN wist het bedrijf eind vorig jaar liquiditeitsproblemen te voorkomen. De bank heeft daarbij overigens geen halve maatregelen getroffen wat het onderpand betreft. Aandelen van een aantal werkmaatschappijen, waaronder Brocacef, dienen als zekerheid voor de onderneming. En aangezien ACF het afgelopen jaar naar schatting een kleine 160 miljoen gulden heeft betaald voor de helft van de aandelen van Brocacef, laat de waarde van het onderpand zich op ten minste 320 miljoen gulden becijferen.

Daarmee is het belangrijkste bezit van ACF belangrijk meer waard dan ACF zelf. Want de koers van ACF duikelde gisteren van 40 naar 37 gulden. En tegen die koers bedraagt de totale waarde van ACF slechts 169 miljoen gulden. Dat lijkt de ideale uitgangspositie voor een overneming. Maar het ACF-bestuur denkt er niet over zijn zelfstandigheid op te geven en weet zich veilig beschermd tegen onwelgevallige overvallen door een riant aantal beschermingsconstructies.

De koers van ACF bewoog zich in de zomer van het vorige jaar nog ruim boven de 50 gulden. Dat was ten tijde van het bod dat Gist-brocades op ACF had uitgebracht. Ook daarin stond Brocacef centraal. Gist en ACF hadden immers beide de helft van het aandelenkapitaal van de farmaceutische groothandel. Door overneming zou Gist Brocacef volledig in handen krijgen, evenals de chemie-dochter van ACF. En dat sloot mooi aan op de activiteiten van Gist, zo luidde de ratio achter de overneming.

Op even ongebruikelijke als onopgehelderde wijze liep de overneming echter spaak en bleef Gist geen andere keus dan haar aandeel in Brocacef van de hand te doen aan ACF. De topman van Gist, dr. G. Bresser, die als belangrijkste motor achter de overneming fungeerde, moest de mislukking met zijn vertrek bekopen. Een fundamenteel verschil van inzicht met de overige bestuurders en commissarissen, zo heette het, eigenmachtig optreden van Bresser werd gesuggereerd, maar het fijne van de zaak wisten de betrokkenen zorgvuldig uit de publiciteit te houden.

Als een van de oorzaken van de mislukking wordt ook wel genoemd de schrik die de Gist-top beving toen na enige tijd duidelijk werd dat ook de ACF-bestuurders een plaatsje dienden te krijgen in het bestuur van de nieuwe combinatie. Een theorie die met de huidige resultaten van ACF in het achterhoofd niet geheel van enige logica ontbloot lijkt.

Het ACF-bestuur, inclusief de meest verantwoordelijke commissarissen, heeft inmiddels het veld geruimd. Onder hen was president-commissaris C. J. P. van Westrenen, die ruiterlijk erkende dat het diversificatiestreven van ACF niet de verwachte resultaten had gebracht. De man die dit beleid op zijn conto mag schrijven, bestuursvoorzitter mr. W. Koerten, ontbrak bij de toelichting op de cijfers. Koerten treedt af, maar blijft als adviseur tot 1992 betrokken bij ACF. Die laatste mededeling werd in financiele kringen met gemengde gevoelens ontvangen.

ACF mag zich dan wel volledig hebben verpand aan de bank, de situatie is niet zonder hoop, zo menen veel beursdeskundigen. Ontdaan van de overbodige ballast, en met een ervaren directie en mr. K. de Kluis - bestuursvoorzitter van de succesvolle groothandel VRG - als krachtige president-commissaris heeft ACF nieuwe kansen.

Maar makkelijk zal een en ander niet zijn, zo luiden de verwachtingen in de markt. Brocacef is op zichzelf een gezonde onderneming, maar de geneesmiddelenmarkt in Nederland heeft haar belangrijkste groei wel gekend en een uitbreiding in het buitenland is dan ook noodzakelijk, zo gaf P. M. Slagmulder, de nieuwe bestuursvoorzitter van ACF, zelf al aan. Ruimte voor overnemingen is er echter vanzelfsprekend niet, zo zei Slagmulder; dus samenwerking en het onderhands plaatsen van 'beperkte' participaties bij buitenlandse collega's blijft als mogelijkheid over. Slagmulder gaf aan dat enkele van deze partners in spe al van hun belangstelling blijk hebben gegeven. Een belangstelling die echter naar alle waarschijnlijkheid niet wordt veroorzaakt door de sterke onderhandelingspositie van ACF, zo werd op de beursvloer cynisch opgemerkt.

De participaties moeten het geslonken vermogen van ACF er binnen korte tijd bovenop helpen. Ook winstinhouding moet hier aan bijdragen, maar hoewel de resultaten dit jaar positief zijn is de bijdrage hieruit nog niet substantieel. Daarnaast is het vrijwel zeker dat ACF al binnen enkele maanden 75 miljoen van de uitstaande leningen heeft afgelost door verkoop van dochterondernemingen.

Naast de aandeelhouders zullen ook de houders van de achtergestelde converteerbare obligatielening de verrichtingen met grote belangstelling volgen. Laatstgenoemden kunnen hun lening tegen een koers van boven de 60 gulden omzetten in een aandeel en daar bestaat op dit moment weinig behoefte aan. Tot deze groep behoort ook Gist, dat voor 55 miljoen gulden aan converteerbare obligaties bezit.