Besluit invoering OV-jaarkaart voor studenten op 1 juli

DEN HAAG, 9 mei - Op 1 juli wordt beslist of studenten een jaarkaart voor het openbaar vervoer krijgen. Dan moet duidelijk zijn of de kaart op 1 januari 1991 zonder grote problemen kan worden ingevoerd. Blijkt dat onmogelijk, dan wordt het contract tussen de vervoerbedrijven en de minister van onderwijs ontbonden.

Dit hebben de ministers Maij-Weggen (verkeer) en Ritzen (onderwijs) gisteren de Eerste Kamer toegezegd. Met 40 tegen 28 stemmen nam de Senaat het wetsvoorstel aan dat invoering van de kaart mogelijk maakt. Het CDA en een deel van de PvdA-fractie stemden voor, de overige fracties en een grote minderheid in de PvdA, onder wie fractievoorzitter Schinck en woorvoerder De Rijk, waren tegen.

De bewindslieden willen, ook als de kaart niet wordt ingevoerd, dat de aanvangstijden van de lessen en colleges in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs veranderen. Een half uur eerder of later is voldoende om alle studenten tijdens de topspits uit de trein te houden, betoogden zij. Volgens Ritzen is het 'vanzelfsprekend' dat het onderwijs een bijdrage levert aan de oplossing van het vervoersprobleem in de ochtendspits.

Voor 25 mei willen de Nederlandse Spoorwegen weten met welke instellingen zij moeten onderhandelen over de aanvangstijden in de 24 regio's waar zij de grootste knelpunten verwachten. Dat overleg moet in juni bevredigende resultaten hebben opgeleverd, zo heeft het bedrijf Ritzen gisteren geschreven. Zoniet, dan beschouwen de NS het contract als ontbonden.

De komende weken moeten de NS ook een uitspraak doen over het aanbod van het Streekvervoer Nederland om negen directe busverbindingen naar universiteiten te beginnen. Het gaat onder meer om verbindingen van Den Haag naar de Leidse universiteit, van Dordrecht naar de Rotterdamse universiteit, van Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam naar Delft en van Utrecht en Zaanstad naar de Vrije Universiteit in Amsterdam.