Vervroeging Duitse verkiezing mogelijk

BONN, 8 mei - De top van de Westduitse regeringscoalitie bespreekt morgen de mogelijkheid van verkiezingen in heel Duitsland op 13 januari 1991. Vrijwel direct na de Oostduitse gemeenteraadsverkiezingen van eergisteren en het zaterdag gehouden twee-plus-vier-overleg over de 'externe aspecten' van de Duitse eenwording, is in de Bondsrepubliek het debat over die verkiezingsdatum hervat. Bovendien zeggen de drie grote Westduitse partijen, CDU, SPD en FDP, nu dat zij nog dit jaar een fusie willen met hun Oostduitse zusterpartijen. Die hebben daarop alle drie positief gereageerd.

Het nieuwe kabinet van de DDR, en daarbinnen vooral de ministers van de Ost-SPD, staat voorshands sceptisch tegenover de mogelijkheid van eerdere parlementsverkiezingen in heel Duitsland. Daarover is ook nog niet met Westduitse politici gesproken, zo hebben premier De Maiziere (Ost-CDU) en minister van buitenlandse zaken Meckel (voorzitter Ost-SPD) inmiddels verklaard.

Maar volgens Volker Ruhe, secretaris-generaal van kanselier Kohls CDU, moet nu hard worden gewerkt 'om op zo kort mogelijke termijn' parlementsverkiezingen in een verenigd Duitsland te kunnen houden. Ruhe: 'Dat moet echter in nauwe samenwerking met de DDR worden voorbereid en afgesproken.' Het bestuur van de FDP heeft gisteren de voorkeur van de Westduitse liberalen bekrachtigd om de voor 2 december geplande bondsdagverkiezingen uit te stellen, totdat vroeg in 1991 verkiezingen in heel Duitsland mogelijk zouden zijn.

Namens kanselier Kohl heeft woordvoerder Klein gisteren verzekerd dat de kanselier in beginsel nog steeds uitgaat van verkiezingen op 2 december en pas in de tweede helft van 1991 van parlementsverkiezingen in heel Duitsland.

Maar Klein voegde daaraan toe dat de kwestie van een eerdere datum voor zulke verkiezingen, eventueel gekoppeld aan uitstel c.q. afstel van de bondsdagverkiezingen, morgen in een speciaal coalitie-overleg in Kohls kanselarij zal worden besproken. Dat overleg dient ter voorbereiding van een regeringsverklaring, donderdag in de Bondsdag, over de eerste twee-plus-vier-conferentie en het Duitse eenwordingsproces.

Volgens de Westduitse grondwet moeten nieuwe bondsdagverkiezingen na uiterlijk 47 maanden worden gehouden, wat wil zeggen dat zondag 13 januari '91 zonder wetswijziging de laatst mogelijke datum zou zijn. Voor verder uitstel zou een meerderheid van twee derden in de Bondsdag nodig zijn en dus ook de steun van de oppositionele SPD, die echter al heeft verklaard daaraan waarschijnlijk niet te zullen meewerken. Een andere voorwaarde is dat, als de DDR volgens artikel 23 van de Westduitse grondwet tot de Bondsrepubliek wil toetreden eerst de vijf oude Oostduitse Lander weer moeten zijn opgericht en deelstaatverkiezingen achter de rug moeten hebben. Die verkiezingen, die de DDR-regering heeft gepland voor eind dit jaar, zouden dan (naar eind oktober) moeten worden vervroegd. De secretaris-generaal van de Ost-CDU, Kirchner, zegt dat zijn partij daaraan wel wil meewerken.