'Ten hoogste tien topscholen voor universitair onderzoek'

ROTTERDAM, 8 mei - Minister Ritzen (onderwijs) wil ten hoogste een tiental nieuwe 'onderzoekscholen' erkennen. Dat moeten topinstituten worden waar excellent onderzoek en de opleiding tot wetenschappelijk onderzoeker worden gecombineerd.

Ritzen heeft dit gezegd tijdens een informele ontmoeting met de rectores magnifici van de universiteiten. De erkende onderzoekscholen krijgen extra geld om hun kwaliteit te verbeteren. In een notitie over de onderzoekscholen die hij in maart publiceerde ging Ritzen nog uit van een veel groter aantal onderzoekscholen. 'Een behoorlijk deel van de totale onderzoekscapaciteit van universiteiten, para-universitaire instituten en andere onderzoekinstellingen zal in onderzoekscholen gebundeld zijn', schreef hij. 'Per wetenschapsgebied zal er sprake zijn van een beperkt aantal onderzoekscholen.' Zo'n tachtig tot negentig procent van de assistenten-in-opleiding (aio's) blijft buiten de onderzoekscholen. Volgens Ritzen moeten ook deze aio's zo veel mogelijk daar worden opgeleid waar zeer goed onderzoek wordt gedaan.

Alle hoogleraren aan de universiteiten behouden hun promotierecht, zo heeft Ritzen bekendgemaakt. In zijn notitie suggereerde de minister het 'ius promovendi' enkel toe te kennen aan hoogleraren die aan een onderzoekschool zijn verbonden. 'Daar wordt immers het overgrote deel van de toekomstige onderzoekers opgeleid.' Een commissie onder leiding van de Rotterdamse econoom prof. dr. A. H. Rinnooy Kan zal de minister adviseren over de vormgeving en selectie van de onderzoekscholen. De commissie moet voor 1 oktober klaar zijn met haar werk.